Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begon in te voeren, zooals blijkt uit vele gebouwen in Bologna, Genua, Verona enz., terwijl men in Beneden-Italië de door zuilen ga-gen omgeven binnenpleinen behield als vergaderplaats van het gezin. Ook hadden vele Italiaa' sche huizen overdekte bogengangen aan de straat, welke men later dikwijls oek in Germaansche landen aantreft.

In den nieuweren tijd ondergi-g"n het uitwendig voorkomen en de inwerdige i~>richti g der wonirgen een aanmerkelijke verandering, daar zich na den Dertigjarigen Oorlog de invloed der Fransche en Itar liaansche bouwkunst, ook in ons land, deed gelden. De bogengangen verdwenen en werden vervangen door winkels, terwijl de nijverheid in meer afgelegen vertrekken werd uitgeoefend. In het algemeen hangt de. bouwwijze van een woning in de eerste plaats af van de omstandigheid, of het huis geheel vrijstaat, of niet. Verder maakt het verschil, of het in de stad of op het lar d wordt gebouwd, of het voor een of voor meer families is bestemd, of het ook afzonderlijke ruimt°n moet bevatt°n voor het uitoefenen van een bedrijf enz. In onzen tijd vindt men een groot aantal stijlvormen naast elkander. Het sterk toenemen van de bevolki' g in de groote steden heeft aanleiding gegeven tot groote moeilijkheden met betrekking tot de wonirgen, die men op verschillende wijzen heeft getracht op te losen. Zie Woningvraagstuk.

Woning-beurzen. Zie Woningvraagstuk.

Woningen, Vochtige, ontstaan gewoorlijk ten gevolge van uitwendige invloeden. Intusschen kan ook de wijze waarop zij gebruikt worden van invloed zijn. De bestrijding van de vochtigheid moet zich in het eerste geval voornamelijk op muren en vloer richten. De vochtigheid stijgt uit den bodem op of slaat van terzijde op de muren neer. Tegen opstijgende vochtigheid beschermt men de muren, door hen van onder te bekleeden met een laag gegoten asfalt, asfaltvilt- of loodplaten, gewalst lood of een dergelijk isolatie-materiaal ter dikte van 1 cm. Houten vloeren beschermt men door de binten te leggen op pijlertjes van baksteen, afgedekt met asfaltpapier. De ruimte beneden den vloer wordt verder aan de eene zijde met de buitenlucht, aan de andere met een ventilatie-inrichting verbonden. Ook legt men, ter vermijding van een open ruimte onder den vloer, dezen terstond op den grond, inplaats van hout neemt men dan een laag beton, waarover dikwijls nog een tweede van torgament.

Grondwater, waarvan het peil niet kan worden verlaagd, tracht men te keeren door onder het geheele gebouw een betonplaat van 1 m. dikte te gieten. Kan men in het droge werken, dan bouwt men gewelfde vloeren; de holte er onder wordt later aangevuld met puin of slap beton. Treedt het grondwater van ter zijde toe, dan omgeeft men de keldermuren met luchtisolt. ringen van 4—5 cm. dikte. Bij baksteenmuren worden deze van buiten, bij gehouwen steen van binnen aargebracht. Haar grenzen worden gevormd door een halfsteensmuur in mortel, al of niet voorzien van teer- oï cementbekleeding. De isoleering wordt verbonden meteen diaineerleiding en de buitenlucht. Deze methode wordt verworpen door anderen, die de voorkeur geven aan een bekleedi"g met ondoordri"gbare steenen, platen enz. of het bestrijken met olieverf.

Om de vochtigheid bij oude muren, welke geen isoleering bezitten, aan de binnenzijde weg te ne¬

men, worden deze met verschillende stoffen, als heet colofonium, teerpra°paraten, silikat'-n, loodplaten enz. bestreken of bekleed. Afdoende helpen deze middelen niet. Beter is om hen, na afbikken, te voorzien van een halfsteensbekleedi-'g, die met den oorspronkelijken muur een luchtisoleeri"g insluit. Opstijgende vochtigheid bestrijdt men bij oude muren, door deze volgens een horizontale voeg open te zagen en in de zaagsnede looden platen te brengen. Bodemvochtighfid van terzijde wordt gekeerd door den muur met een geventileerde isolatie te omgeven of met cement te bepleisteren en den er voor liggenden bodem te draineeren.

Bij nieuwbouw komen door de techniek van het bouwen belangrijke hoeveelheden water in een huis. Bovendien geeft de omzetting van de metselkalk in de voegen aanli iding tot de vorming van water. Men bevordert het drogen door in de kamers koolmonoxi d in houtskoolpott°n te ontwikkelen <n een poos daarna te luchten. Ook kunstmatige verwarming wordt toegepast. Een combinatie van beide verdient aanbeveling, omdat ieder slechts één der beide oorzaken van de vochtigheid bestrijdt.

Woning-nood. Zie Woningvraagstuk.

Woningtoezicht. Zie Woningvraagstuk.

Woningvraagstuk. Daarmede wordt bedoeld de moeilijkheid om den arbeider of in het algemeen den minder bemiddelde een goede en gezonde woning te bezorgen, waarvan de huurprijs overeenkomt met diens financiëele krachten. Het vraagstuk is in twee deelen te splitsen. Hoe verbeteren wij bestaande slechte woningtoestanden? En hoe bouwen wij woningen tegen lagen huurprijs? Op beide vragen is eerst in de laatste veertig jaren de publieke aandacht gevallen en niet zonder reden. Vooreerst heeft zich de zorg voor de openbare gezondheid eerst sedert den laatsten tijd geopenbaard; vervolgens heeft geen enkel tijdvak in de geschiedenis eene dusdanige bevolkingsvermeerdering, vooral in de groote steden gezien als juist het aangegeven tijdvak. Terwijl nog tot op de helft der voorgaande eeuw de woningbouw geen voorwerp van speculatie was en de meeste woningen eigendom der bewoners waren, of althans als blijvend kapitaal zich in handen van particulieren bevonden, is sedert dien de toestand gewijzigd en het huizenbouwen een bedrijf geworden, dat voor een groot deel in handen is van minder kapitaalkrachtige eigenbouwers. Dezen bouwen met hypothecair bouwkrediet, zoodra zij een stuk grond tegen redelijken prijs kunnen bekomen en zij de hoop koesteren de woningen na het gereedkomen aan een huizenverhuurder te verkoopen. Dit heeft het gebruik van minderwaardig materiaal en eene slordige, doch kortstondige afwerking in de hand gewerkt, waardoor onze steden met arbeiderswijken zijn verrijkt, die aan billijke eischen van welstand, gezondheid en soliditeit niet kunnen voldoen. Daartegen moest met kracht opgekomen worden door onze gemeentebesturen, die door verscherping van de bepalingen omtrent de bouwpolitie en het bouwtoezicht althans voor het vervolg het tot stand komen van zulke wijken moesten voorkomen. De groote uitbreiding der bevolking, de trek naar de groote steden, hadden daarenboven ten gevolge, dat de onbebouwde grond om de bebouwde kom eener groeiende stad aanmerkelijk in prijs steeg. De eigenbouwers, wien het alleen te doen was gedurende dezen bouw goede verdiensten te maken en die hun be-

Sluiten