Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Fransche revolutie hem bijna in gevaar bracht. Na zijn terugkeer schreef hij „The everi"g walk" en „Descriptive sketches" (1793), waaruit zijn liefde voor de natuur blijkt. Vervolgers woorde hij met zijn zuster Dorothea op verschillende plaatsen van Zuid-Engelard. Te Alfoxden knoopte hij in 1797 een innige vriendschap aan met Coleridge, gezamenlijk schreven zij „Lyrical ballads" (1798). Het volgende jaar brachten zij gezamenlijk in Duitschla^d door. Daarop vestigde Wordsworth zich in Westmorela-d, eerst te Grasmere, later op een landgoed te RydalMount bij AmbLside aan het Wirdermere, waar hij door tusschenkomst van lord Lansdale een goed bezoldigde sinecure had gekregen, zoodat hij zich geheel aan zijn letterkundige werkzaamheden kon wijden. Zijn latere werken beantwoordden echter niet aan de verwachti' gen. Wij noemen nog van hem: „The excursion" (1814), een dichterlijke biografie, „The white doe of Rylstone" (1815), „Peter' Bell" en „The waggoner" (1819), welk laatste werk door de kritiek zeer ongunstig werd beoordeeld. Vervolgers schreef hij 100 sonnetten op de Ergdsche kerkgeschiedenis. Eerst na 1840 wijzigden zijn lar.dgenooten hun ongunstig oordeel over hem en gedurende langen tijd heeft hij van alle nieuwere Ergelsche dichters den grootsten invloed op de dichtkunst gehad. Zijn vrienden en navolgers worden Lake poets (zie aldaar) geheeten. In 1843 werd hij tot poet laureate benoemd. Hij overleed den 3del1 April 1850 te Rydal Mount. Zijn „Betical works" werden kritisch uitgegeven door Knight (8 dln., 1882—1886, nieuwe uitgave 16 dln., sedert 1896), door Dowdm (7 dln., 1892) en door Hatcliinson (1895 en lat' r), zijn „Prose works" door Grosart (3 dln., 1875). In 1880 werd te Grasmere een Wordsworth-Society opgericht, die tot 1886 bestond.

Wörishofen, een plaats in het B'iersche distrikt Zwaben, door een electrischen spoorweg met Türkheim aan den spoorweg Buchloe-Memmi gen verbonden, heeft een Prot(star.tsche en 2 R. Katholieke kerken, een klooster voorDomiricanernonnen, een reddingshuis voor gevallen meisjes en een fabri k van sandalen, en telt (1905) 22C0 inwoners. De plaats is beroemd geworden door de natuurgeneeskundige inrichti g van pastoor Iineipp; zij behoort thans aan de Barmhartige Broeders.

Workington, een plaats in het Engelsche graafschap Cumb.rland, gelegen aan de monding van den Derwent in de Ic rsche Zee, ligt aan den spoorweg naar Cockermouth en aan den kustspoorweg naar Carlisl ■, bezit een haven, beschermd door golfbrekers, een vuurtoren, een dok, een schouwburg, ijzer- en staalfabri ken, scheepstimmerwerven en een papi r-, z ildo. k- en stroohoedenfabrick. Zij fe it (1901) 26 143 L.woners, die o. a. de zalmva gst beoefenen. De buitenlai.dsche handel is na 1904 zeer achteruit gegaan.

Worksop, een plaats in het N. van het Ergelschi- graafschap Notti. gham, heeft een voormalige abdijkerk, fabri ken van landbouwwerktuigen, draaibanken en chemicaliën, mouterijen, wolweverijen, ijzergieterijen en zaagmolens en t It (1901) 16 112 inwoners. In de nabijh id liggen verschillende fraai ■ landgoederen, zooals Worksop Manor van den hertog van Newcastle, Wi lbeck Abbey van den hertog van Portland, Thoresby Park van den graaf van Ma .vers e. a., waarom deze streek de „dukeries" genoemd wordt.

Workum, een gemeente in de provincie Friesland, 2909 H.A. groot met (1910) 4151 inwoners, wordt begrensd door de Zuiderzee en door de gemeenten Wonseradeel, Wijmbritseradeel, Hemelumer-Oldefaart- en-Noordwolde en Hindeloopen. De bodem bestaat uit kin en laagveen, waarop landbouw en veeteelt wordt uitgeoefend. Ook zijn er eenige plassen. Tot de gemeente behoort de stad Workum en haar gebied en het grootste deel van den polder Workumer Nieuwland.

De hoofdplaats Workum ligt aan de Zuiderzee en is door vaarten met verschillende plaatsen verbonden. Zij bezit een haven, een Hervormde kerk, in wier nabijheid zich een zware toren bevindt, een Doopsgezinde, een Gereformeerde en een Katholieke kerk, een stadhuis, een waag, een station van de spoorlijn Sneek—Stavoren enz. De voornaamste middelen van bestaan zijn veeteelt, liardel, scheepvaart en nijverheid. Workum verzendt o. a. veel palirg naar Engeland. De gracht, die vroeger midden door de stad liep, is in 1870 gedempt. In 1498 werd Workum door de Schieringers veroverd, in 1515 werd het door plunderende benden verwoest, in 1516 en 1522 werd het door de Bourgondiërs bezet, die in het eerste jaar door Lange Pier, in het laatste jaar door graaf Van Meurs werden verdreven

Wörlitz, een stad in het Duitsche hertogdom Anhalt, 14 km. ten O. van Dessau, aan den spoorweg daarheen gelegen, heeft een fraaie protestantsche kerk in spitsboogstijl en een synagoge en is vooral bekend door zijn park, dat van 1796—1802 door hertog Leopold Friedrich Franz von Dessau werd aargelegd. Ongeveer 8 km. in omtrek, bevat het vele bezienswaardigheden, waaronder het hertogelijk slot met schilderstukken van Van Dyclc, Rubens, Domenicliino enz. en antieken, het Gothische huis, een verzamelirg van wapenen, fraaie glasschilderijen, velerlei zeldzaamheden in meubels en gereedschappen, het Pantheon met verschillende kunstwerken der Oudheid, verder een dwaaltuin, grotten, holen en het Wö r 1 i t z e r Meer, een voormalige Elbearm. De plaats telt (1905) 1825 inwoners.

Worm, Ole of Olaf (Latijn Olaus Wormius), een Deersch geleerde, geboren den 13aen Mei 1588 te Aarhus, studeerde eerst in de godgeleerdheid te Marburg en Giszen, daarop in de geneeskunde te Straatsburg en te Basol, reisde in Italië, Frankrijk, Engelai d en Nederland, werd in 1613 professor in de fraaie letteren te Kopenhagen, in 1615 in het Grieksch en in 1624 in de geneeskunde en was later kanunnik van Lund en lijfarts van Christiaan V. Behalve voor de ontleedkunde — hij ontdekte en benoemde de ossieula Wormiana en publiceerde op dit gebied: „Ii.stutitionum medicorum libri V"(1636— 1640), „Controversorium medicorum exercitationes I—XVIII"(1624—1653) en „Museum Wormianum" (1655) — maakte hij zich vooral verdienstelijk jegens de oud-Skandinavische letterkunde en de Koorsche oudheidkunde. Van zijn geschriften op dit gebied noemen wij: „Fasti danici"(1626), „Runica sen danica literatura antiquissima"(1636, 2d0 druk, 1652), „Danieoruim monumentorum libriVI"(1643), „Specimen leexie runici"(1650) en „Literatura runica"(1661). Hij overleed den 318ten Augustus 1654 te Kopenhagen.

Wormen (zie de plaat) is de naam eener groote hoofdafdeeling uit het dierenrijk. Deze dieren zijn tweezijdig symmetrisch, wat ook

Sluiten