Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vroeger tot het Tatarenrijk van Kazan en hebben vele eigenaardigheden van de Tataren overgenomen. In 1552 kwamen zij gezamenlijk onder de heerschappij van Rusland. Ofschoon de Russen sedert de 18ae eeuw getracht hebben hen tot het Christendom over te halen en zij ook in naam den Christelijken godsdienst belijden, hebben de Wotjalcen vele Heidensche gebruiken en denkbeelden behouden. Van de Russen onderscheiden zij zich in kleeding, voeding, leefwijze enz. Hun taal behoort tot den Finsch Oegrischen tak van den Oer-Altaïschen taalstam en is het meest met die van de Syrjaenen verwant. Een spraakkunst van het Wotjakisch werd geleverd door Wiedemann (1851) en door AMquist (1856); woordenboeken schreven Wiedemann (1880) en Munkacsy (sedert 1890).

Wotton, sir Henry, een Engelsch staatsman en geleerde, geboren den 9den April 1568 te Boughton Hall in Kent, studeerde te Oxford in de rechten, de wiskunde en de natuurkunde en reisde vervolgens eenige jaren in Frankrijk, Duitschland en Italië. Na zijn terugkeer trad hij als secretaris in dienst van den graaf van Essex, maar nam, nadat deze in hechtenis was genomen, de vlucht naar Florence en schreef aldaar „The state of christendom", welk boek echter eerst in 1654 in het licht verscheen. Koning Jacóbus VI van Schotland, aan wien hij bericht had gegeven van een tegen dezen beraamden aanslag, benoemde hem tot ridder en belastte hem met onderscheiden zendingen naar Italië, Nederland en Duitschland. In 1623 werd hij directeur van de school te Eton en overleed aldaar in December 1639. Zijne gedichten, brieven en karakterschetsen werden uitgegeven onder den titel van „Reliquiae Wottonianae" (1651); van zijn „Poems" verschenen nieuwe uitgaven in 1843 en 1878.

Woubrngge, een gemeente in de provincie Zuid-Holland, 2433 H. A. groot met (1910) 2155 inwoners, wordt begrensd door de gemeenten Alkemade, Leiderdorp, Koudekerk, Oudshoorn, Ter Aar en Rijnsaterwoude. De bodem bestaat voornamelijk uit laag veen, in de uitgeveende en drooggemalen plassen uit klei. Veeteelt, zuivelbereiding en landbouw zijn de voornaamste middelen van bestaan. In 1855 werd Hoogmade bij Woubrugge ingelijfd. De gemeente omvat thans de dorpen Woubrugge en Hoogmade, de buurten het Lageland en Groenewoud en de gehuchten Ofwegen en De Zwet of Woudschendijk.

Het dorp Woubrugge aan de Woudwetering gelegen, heeft veel scheepvaart. Men vindt er een Hervormde kerk. In een oorkonde van 1252 komt het als Woutbroeke voor.

Woud is de naam van die gedeelten van de oppervlakte der aarde, welke met een sterken boomgroei zijn bedekt. Woud is een woord van meer algemeene beteekenis dan bosch of forst, waaronder men een bepaald soort van woud verstaat, namelijk een zoodanige, welke met het oog op winst of iets dergelijks is aangelegd of ingericht. Het woud behoort tot de oorspronkelijke vormen van den plantengroei, ouder dan alle menschelijke beschaving. In dezen vorm heet het oerwoud. Daarin heerscht tusschen de verschillende plantensoorten een strijd om licht en lucht en om voldoende ruimte voor de wortels. Zonder eenige regelmaat groeien de jonge boomen naast de oude, de eene houtsoort naast de andere, en alleen zulke stammen kunnen stand

houden, die een krachtige ontwikkeling hebben. Overal vindt men in het oorspronkelijke woud, met betrekking tot den ouderdom en de soorten van boomen, de grootste verwarring, terwijl in het kunstwoud (bosch, forst) de boomen regelmatig zijn gerangschikt.

Het woud is in onbewoonde streken een beletsel voor de ontginning van den bodem. Men moet het uitroeien om bouwgrond en alzoo gelegenheid voor kolonisatie te verkrijgen. Die verandering van wouden in bouwlanden heeft een belangrijken invloed op het maatschappelijk leven. Alleen tot een zekeren graad is het uitroeien van woud voordeelig; een te groote ontwouding kan verschillende en groote nadeelen hebben. Een roekelooze uitroeiing der bergwouden veroorzaakt in de dalen overstroomingen, bedekt den bodem met gerolde steenen, kiezel en zand, ontbloot den ondergrond van vruchtbare aarde en berooft de bouwlanden van hun bescherming tegen sterke temperatuurswisselingen. Ook in de vlakte vervult het woud een belangrijke rol. Aldaar kan het zandstuivingen verhinderen. Vooral aan de kust zijn boomen nuttig, daar zij de duinen bevestigen. Ook met betrekking tot het klimaat, tot den waterstand in de rivieren en tot de gemiddelde hoogte van het water in den bodem zijn de wouden van groot belang. De wouden toch regelen het klimaat doordien zij, althans volgens sommige onderzoekers, de uitersten van warmte en koude matigen, de betrekkelijke vochtigheid van den dampkring verhoogen en een geleidelijk indringen in den bodem en een langzaam wegzakken van den dampkringsneerslag bevorderen. Verder verhoogen de wouden in niet geringe mate de schoonheid van een landschap en hebben zij een bepaalden invloed op het gemoedsleven van de menschen. In Europa is ongeveer 33% van den grond met woud bedekt. Treurige gevolgen van het roekeloos uitroeien van wouden heeft men ondervonden in het zuiden van Frankrijk, in Spanje, Griekenland, de kustlanden van het Karstgebied aan de Adriatische Zee en ook in vele streken van Duitschland. Er zijn dan ook in onderscheiden staten wetten uitgevaardigd ter bescherming van de wouden.

Woudaapje. Zie Woudhopje.

Woudboomen. Zie Woudplanten.

Woudduif. Zie Duiven.

Woude, Johanna van. Zie li7ermesherken Junius.

Woudenberg-, een gemeente in de provincie Utrecht, 3 803 H. A. groot met (1910) 2 813 inwoners, wordt begrensd door de Utrechtsche gemeenten Leusden, Zeist, Maarn, Leersum, Amerongen en Renswoude en door de Geldersche gemeenten Scherpenzeel en Barneveld. De bodem bestaat uit zand. In het W. vindt men de Piramide van Austerlitz (zie Austerlitz). De voornaamste middelen van bestaan zijn landbouw, veeteelt, tabaksbouw, houtteelt enz. De gemeente is uit de heerlijkheden Woudenberg en Gerestein gevormd. Zij omvat het dorp Woudenberg, een deel van het dorp Scherpenzeel en het huis en de buurt Gerestein.

Het dorp Woudenberg ligt aan de groote wegen van Utrecht en Amersfoort naar Arnhem en aan de spoorweglijn van Amersfoort naar Kesteren. Men vindt er een Hervormde kerk. Woudenberg wordt in een oorkonde van 1299 voor het eerst genoemd.

Woudhopje, Woudaapje, Kleine butoor, Waffer,

Sluiten