Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schramberg in het Z. tot Neuenburg uit en bereikt zijn hoogste punten in de Hornisgrinde met den Katzenkopf (1152 m.) en de Kniebis met den Alexanderschans (971 m.). De Zwabische Jura loopt in N.0. richting van de Badensche naar de Beiersche grens. Tusschen beide gebergten in ligt in het Neckargebied het Zwabische en Frankische Terrasland met fraaie afwisseling van vruchtbare heuvellandschappen, dalen en laagvlakten. Ten Z. van den Zwabischen Jura breidt zich een gebied, van 0. naar W. 50—60 km. breed en van N. naar Z. ongeveer 70 km. lang uit, dat deel uitmaakt van de Opper-ZwabischBeiersche Hoogvlakte. De belangrijkste heuvelrug op deze hoogvlakte is het Altdorfer Woud. In het W. van het land is het heuvelland overheerschend. Het beslaat 46% van de totale oppervlakte, terwijl 29 % door bergland en 25 % door laagland wordt ingenomen.

Onder genoemde gebergten onderscheidt zich vooral de N.W. helling van den Zwabischen Jura door sterke geleding der bergvormen. Verschillende toppen zijn voor de massa van den bergrug vooruitgeschoven en gekroond door burchtruïnen van bekende geslachten. Wij noemen o. a.: den Achalm (705 m.) bij Reutlingen, den Teek (775) in het Lautherdal en den Hohenstaufen (684 m.) bij Göppingen.

Geologie. Het W. behoort hoofdzakelijk tot de triasformatie: bonte zandsteen, kalk en keuper vormen de hoofdbestanddeelen. Zij is zeer rijk aan fraaie versteeningen en holen, waarvan er ongeveer 80 in den Witten Jura voorkomen. Na de trias treden de juraformatie en het tertiair op. Graniet en gneis, evenals dyas, roodliggend en zechsteen, komen alleen in het Zwarte Woud en het Ries, een dalketel tusschen den Frankischen en Beierschen Jura aan de oppervlakte.

Rivieren. Württemberg behoort tot het stroomgebied van den Rijn en de Donau. De voornaamste zijrivier van den Rijn is hier de Neckar; 281 km. van zijn 360 km. langen loop liggen op Württemberg's grondgebied. Zijn belangrijkste zijrivieren zijn van links: de Eschbach, de Glems en de Enz met den Nagold; van rechts: de Prim, de Fils, de Rems, de Murr en de Jagst. De Donau doorstroomt, behoudens een korte onderbreking, het land van Tuttlingen tot Ulm over een afstand van 175 km. Behalve enkele kleinere zijrivieren neemt zij in Württemberg van rechts: den Ablach, den Ritz, den Rot en bij Ulm den Iller, van links o. a. de Elta, de Beera, den Aach, den Lauter en de Blau op. Tot de voornaamste meren behooren het Bodenmeer, waarvan 115 v. km. tot Württemberg behooren en het Federmeer bij Buchau. Minerale bronnen komen ten getale van ruim 70 voor: wij noemen de warme bronnen van Lienbenzell en Wildbach, de koolzuurbronnen van Göppingen en Ditzenbach, de ijzerhoudende bronnen van Niedernaeh en Teinach, de bitterwaterbronnen van Mergentheim en de zwavelbronnen van Boll en Sebastiansweiler.

Klimaat. Het klimaat is gematigd, met een gemiddelde jaartemperatuur van 8,3° 0. De gemiddelde regenval bedraagt 813 mm. Hagelslag komt veelvuldig voor, vooral in het gebied van Neckar en Donau.

Bevolking. Het aantal inwoners bedraagt (1905) 2302 179, waarvan 1122 914 mannen en 1179 265 vrouwen; de bevolkingsdichtheid bedraagt gemid¬

deld 118 per v. km., afwisselend van 79 in het gebied van den Jagst tot 244 in dat van den Neckar. In dat jaar had één stad (Stuttgart) meer dan 200 000, één (Ulm) meer dan 50 000, 6 meer dan 20 000 en 9 meer dan 10 000 inwoners; 22 steden telden een bevolking tusschen 5000 en 10 000 zielen. Van de inwoners beleden er in 1905: 1582 745 den Protestantschen, 695 808 den R. Katholieken, 11106 een anderen Christelijken en 12 053 den Joodschen godsdienst; 476 beleden geen bepaalden godsdienst. Ethnografisch behoort de bevolking grootendeels tot den Alemannisch-Zwabischen, in de N.lijke helft ook tot den Frankischen stam.

Beschavingstoestand. De volksscholen met leerplicht van het tot het 14ae jaar en de verplichte herhalingsscholen tot het 16de jaar zijn confessioneele scholen. In 1906 bestonden er 2382 openbare lagere scholen met 4890 onderwijzers en 615 onderwijzeressen en 315 778 leerlingen. Haar onderhoud enz. kostte 15 809 000 mark, waarvan de staat 533 300 mark bijdroeg. Württemberg bezit 5 Protestantsche en 2 R. Katholieke seminaria voor onderwijzers, alsmede één Protestantsch en één R. Katholiek seminarium voor onderwijzeressen. Er zijn 26 gymnasia, 37 Latijnsche en 91 hoogere en gewone burgerscholen, benevens 13 middelbare scholen voor meisjes, 4 lagere en één hooger Protestantsch seminarium, het beroemde „Stift" te Tubingen. 2 lagere, één hooger R. Katholiek seminarium leiden op voor den geestelijken stand. Te Tubingen bevindt zich de rijksuniversiteit, te Stuttgart de-technische hooge- en de mijnbouw- en de veeartsenijschool, te Hohenheim de hoogere boschbouwschool. Weinsberg bezit een wijnbouwschool, terwijl eindelijk ook 3 landbouw- en 8 landbouwwinterscholen vermelding verdienen. In Stuttgart bevinden zich de academie voor beeldende kunsten, een kunstnijverheidsschool en een conservatoriumvoor muziek, benevens verschillende musea voor wetenschap en kunst, terwijl het land bovendien een aantal vereenigingen tot beoefening van kunsten en wetenschappen bezit.

Landbouw, veeteelt en boschbouw. Van de totale oppervlakte van den bodem was in 1907: 50,1 % in gebruik bij land- en tuinbouw; 24,8 % was bedekt met weiden, 20,6 % met bosschen, terwijl 1,1 % wijnbergen droeg. Het kleinbedrijf is in den landbouw sterk vertegenwoordigd. Graanbouw heeft voornamelijk in Boven-Zwaben en in het N.O. lijk gedeelte van het Jagstdistrikt plaats. Hoofdproducten zijn: haver, spelt en zomergierst, waarmede in 1907 resp. 150 653,147 873 en 99 199 H.A. bezet waren. Rogge wordt in het N.O. en in het Zwarte Woud voor broodbereiding'verbouwd (1907 : 39 962 H.A.); de tarwebouw breidt zich uit (1878 : 21153, 1907: 37 029 H.A.). Onder de peulvruchten nemen erwten en linzen de eerste plaats in; belangrijk is ook de verbouw van wortel- en knolgewassen, zooals mangel- en suikerwortels, aardappels enz. In sommige gedeelten van het Neckardistict is de tabaksteelt niet zonder beteekenis. Om Stuttgart, Eszlingen, Ulm, Heilbronn en in het Remsdal heeft zich de tuinbouw belangrijk ontwikkeld. De wijnbouw wordt in ongeveer 500 plaatsen in de dalen van den Neckar en zijn zijrivieren beoefend. Tusschen 1827 en 1906 bedroeg de jaarlijksche oogst gemiddeld 384295II.L. Belangrijk is ook de vruchtenteelt in het middel- en beneden-Neckardal, in den omtrek van Herrenberg en in de dalen van den Zwabischen Jura. De oogst

Sluiten