Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der, graaf von, een Duitsch dichter, een zoon van hertog Wilhelm von Württemberg en de burchtgravin von Tunderfeld, werd geboren te Kopenhagen den 5den November 1801, trad reeds vroeg in den krijgsdienst, verwierf den rang van kolonel en woonde, sedert 1832 gehuwd met gravin Helene Fesletics Tolna, bij afwisseling te Stuttgart en te Weenen. Hij overleed te Wildbad den 7den Juli 1844. Hij schreef: ,,Gedichte"(1837), „Lieder des Sturms" (1838), „Gesammelte Gedichte"(1841) en den sonnettenbundel „Gegen den Strom"(1843). Oorspronkelijk stond hij onder invloed van de Zwabische dichters, later sloot hij zich meer bij Lenau aan.

Wurtz, Charles Adolphe, een Fransch scheikundige, geboren te Straatsburg den 26sten November 1817, studeerde eerst in de theologie en vervolgens in de genees- en scheikunde en werd in 1845 als praeparator geplaatst bij de Sorbonne te Parijs. In 1846 werd hij directeur van het scheikundig laboratorium aan de école des arts et manufactures en in 1851 hoogleeraar in de chemie aan het institut agronomique, in 1853 als opvolger van Durms hoogleeraar in de organische scheikunde aan de Sorbonne en na den dood van Orfila in de toxicologie aan de Ecole de médecine. In 1866 werd hij deken der geneeskundige faculteit, legde in 1876 die betrekking neder en overleed den 12den Mei 1884. Zijn groote verdiensten liggen op het gebied van de theoretische scheikunde. Behalve vele opstellen in de: „Comptes rendus de 1'Académie des sciences" en in de „Annales de chimie et de physique" schreef hij: „Leijons de philosophie chimique"(1864), „Traité élémentaire de chimie médicale"(2de druk, 2 dln., 1868—1875), „Lecjons élémentaires de chimie mordene"(1866), „Dictionnaire de chimie pure et appliquée"(2 dln., 1870—1878) en „La théorie atomique". Verder bewerkte hij de eerste Duitsche uitgave van OerhardCs „Précis de chimie organique"(dl. 1 en 2, 1844— 1846). Sedert 1858 gaf hij het „Répertoire de chimie pure" uit. In 1852 werd hij mederedacteur van de „Annales de chimie et de physique."

Wurtz, Robert Théodore, een Fransch bacterioloog, een zoon van den voorgaande, geboren te Parijs in 1858, werd in 1880 licentiaat in de wetenschappen, in 1884 adsistent-arts en in 1888 directeur van het experimenteel pathologisch laboratorium. In 1889 kreeg hij een prijs voor zijn werk over de leucomaïnen van het bloed en in 1890 voor een verhandeling over keelontstekingen bij roodvonk. Hij werd benoemd tot buitengewoon hoogleeraar en tot geneesheer aan de hospitalen. Zijn voornaamste werken zijn: „La technique bactériologique". „Précis de bactériologie clinique"(1897) en „Diagnostic et séméiologie des maladies tropicales" (met Thiroux, 1905). Verder schreef hij een groot aantal artikelen over bacteriologische onderzoekingen in verschillende tijdschriften. Gedurende eenigen tijd vertoefde hij in Abessynië om verschillende ziekten bij menschen en dieren te bestudeeren.

Wurzbach, Konstant, ridder von, edele von Tannenberg, een Oostenrijksch dichter en schrijver, geboren te Laibach den lld<"> April 1818, studeerde te Graz in de rechten, trad daarop in dienst bij een regiment infanterie te Krakau, nam echter, nadat hij in 1843 tot doctor in de wijsbegeerte bevorderd was, in 1844 als officier zijn ontslag, werd ambtenaar bij de universiteitsbibliotheek te Lemberg, in 1849 bibliothecaris bij het ministerie van Binnenlandsche

Zaken, vervolgens secretaris van het Staatsministerie en ontving in 1874 pensioen, terwijl hij tevens in den Oostenrijkschen ridderstand werd opgenomen. Onder het pseudoniem W. Constant heeft hij onderscheiden dichtbundels uitgegeven, zooals: ,,Mosaik"(1841), „Parallelen"(1849,2de druk, 1852), ,,Gemmen"(1855), ,,Kameen"(1856), „Zyklamen" (1873) en „Aus dem Psalter eines Poeten"(1874). Van zijn wetenschappelijke geschriften vermelden wij: „Die Sprichwörter der Polen"(1847, 2de druk, 1852), „Die Volkslieder der Polen und Ruthenen" (1846, 2de druk, 1852), „Historische Sprichwörter und Redensarten"(1862, 2de druk, 1866), „Glimpf und Schimpf in Spruch und Wort"(1864, 2de druk, 1866), „Die Kirchen der Stadt Krakau"(1853), „Bibliographisch-Statistische Uebersicht der Literatur des österreichischen Kaiserstaats"(1853, 2de druk, 1856), „Das Schillerbuch"(1859), „Joseph Ilaydn und sein Bruder Michael"(1862), „Mozartbuch"(1868), „Franz Grillparzer"(1871) en „Ein Madonnenmaler unsrer Zeit: E. Steinle"(1879). Zijn hoofdwerk is het „Biographisches Lexikon des Kaisertums Österreich" in 60 dln. (1855—1891). Hij overleed te Berchtesgaden den 19den Augustus 1893.

Würzburg', een voormalig souverein bisdom in Franken, besproeid door den Main, de Saaie, de Tauber en de Jagst, telde op 4790 v.km. 250 000 inwoners. Zijn gebied strekte zich uit van den Kocher tot aan het Thuringer Woud, van de Werra tot aan de Regnitz. De bisschop was suffragaan van Mainz en had op den Rijksdag de vijfde plaats op de bank der geestelijken, maar op den Frankischen Rijksdag de eerste stem. Het bisdom werd in 741 door Bonifacius gesticht, de eerste bisschop was de heilige Burkhard. De beschermheilige van het bisdom was de heilige Kiliaan, die volgens de legende in 689 den marteldood stierf. De bisschoppen verkregen in de 10de en llde eeuw de meeste gjaafschappen binnen hun bisdom en de rechtspraak over alle ingezetenen. Daaruit ontstond het hertogelijk gezag in OostFranken, dat sedert de 12de eeuw de bisschoppen van Würzburg voor het grootste deel aan zich trokken (zie Franken)-, de titel, hertog van Oost-Franken, kwam echter eerst in de 15de eeuw in gebruik. In de volgende eeuwen ontstonden gedurig twisten met de steden van het bisdom, vooral met Würzburg, bijv. onder Hermann von Lobdenburg (1225—1254) en Gerhard von Schwarzburg (1372—1400). De regeering van bisschop Melchior Zobel von Guttenberg (1544—1558) is bekend door de twisten met Grumbach (zie aldaar). Julius Echter von Mespelbrunn (1573—1607), medeoprichter van de Ligue, zette met kracht de Katholieke tegenhervorming door, waardoor het bisdom in den Dertigjarigen Oorlog van de Zweden veel te lijden had. De Zweedsche kanselier Oxenstierna gaf den 20sten Juni 1633 aan hertog Bernhard von Saksen-Weimar de bisdommen Würzburg en Bamberg als hertogdom Franken in leen, doch deze kon na de nederlaag bij Nördlingen zijn gezag niet handhaven, zoodat het bisdom Würzburg in 1634 weder ten deel viel aan bisschop Franz vort Hatzfeld. Deze bestuurde, evenals onderscheidene van zijn opvolgers, ooMietbisdom Bamberg. Ten tijde van de regeering der vorst-bisschoppen uit het Huis Schönborn bloeide het bisdom. Met Georg Karl von Fechenbach eindigt de reeks der vorst-bisschoppen.

Bij den Vrede van Luneville werd ook het bisdom Würzburg opgeheven en in 1803 aan den keurvorst

Sluiten