Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Beieren als een wereldlijk en erfelijk vorstendom toegekend, met uitzondering van ongeveer 826 v. km., die als schadeloosstelling aan andere vorsten werden toegewezen. De vorst-bisschop ontving een jaargeld van 60 000 florijnen en daarenboven 30 000 florijnen als coadjutor van den bisschop van Bamberg. Bij den Vrede van Preszburg stond Beieren tegen schadevergoeding het vorstendom Würzburg in 1805 af aan Ferdinand, den voormaligen groothertog van Toskane, die het hem in 1803 als schadeloosstelling toegekende keurvorstendom Salzburg aan Oostenrijk overdroeg, waarna Würzburg tot een keurvorstendom verheven werd. Den 308ten September 1806 voegde zich keurvorst Ferdinand bij den Rijnbond en aanvaardde den titel van groothertog van Würzburg. Na de ontbinding van den Rijnbond nam ook het groothertogdom Würzburg een einde. Door een besluit van het Congres te Weenen herkreeg de groothertog zijn voormaligen staat Toskane, terwijl Würzburg grootendeels aan Beieren werd toegevoegd. Thans vormt het een gedeelte van het distrikt Beneden-Franken, kleinere gedeelten kwamen aan Württemberg en Baden. In 1817 werd er de bisschopszetel hersteld en aan den aartsbisschop van Bamberg onderworpen, sedert 1898 is Ferdinand von Schloer bisschop.

Würzburg' (Virteburch, Wirceburgum, Herbipolis), de hoofdstad van het voormalig vorstbisdom Würzburg, thans van het Beiersche distrikt Beneden-Franken, ligt in een bevallige landstreek aan beide zijden van den Main, over welke 3 bruggen voeren, en aan een aantal spoorwegen. Tot 1866 was de stad een vesting. Het voornaamste deel daarvan, De Mariën- of Frauenberg geheeten, ligt op den linker oever van den Main op den Leistenberg (265 m. hoog) en was tot 1720 de zetel der bisschoppen. De stad, door een kring van fraaie wandelplaatsen, door de Ringstrasze en de Mainkade omgeven, is onregelmatig aangelegd. Van de 36 kerken is de domkerk (in 862 gebouwd en in 1042 geheel vernieuwd), met een prachtige kapél en vele praalgraven van bisschoppen, de voornaamste. De Hauger-Stiftskerk, een trotsch gebouw in Italiaanschen renaissancestijl, met dubbele deuren en een hoogen koepel, werd van 1670—1791 gebouwd en is voor korten tijd gerestaureerd. In de Romaansche Nieuw-Munsterkerk bewaart de krypt het gebeente van den heiligen Kiliaan. Verder noemen wij: de universiteitskerk met de sterrenwacht, de kerk van het Duitsche Huis en de Mariakapel, 2 van de fraaiste monumenten van Gotische bouwkunst, en de kerk op de Vest (de oudste in Frankenland). Ook bezit de stad een synagoge. Tot de belangrijkste wereldlijke bouwwerken behooren: het koninklijke residentieslot, van 1720—1744 gebouwd (vroeger de zetel der bisschoppen, later die van den groothertog), het uitmuntend ingericht Juliushospitaal, het universiteitsgebouw, het nieuwe stadhuis enz. Voor het Juliushospitaal vindt men het standbeeld van bisschop Julius von Widnmann, door Miller gegoten. Een monument ter eere van Walther von der Vogelweide (door Halbig in 1843 vervaardigd) bevindt zich in een nis in de NieuwMunsterkerk, waar de dichter in 1230 begraven werd. Würzberg bezit bovendien gedenkteekenen voor Züm, Von Siebold, Becker en prins Luitpold, monumentale fonteinen ter herinnering aan prins Luit-pold en den heiligen Kiliaan en een Bismarck-

toren. De stad is de zetel van een bisschop, van een bisschoppelijk consistorium en van een distriktsrabbinaat. Het aantal inwoners bedraagt (1905) 80 327. De universiteit werd in 1403 door Bisschop Johann von Eglofstein gesticht, maar weldra weder opgeheven. Eerst in 1582 stichtte de vorstbisschop Julius Echter von Mespelbrunn een nieuwe hoogeschool, die na de vereeniging van Würzburg met Beieren (1815) den naam Julius-Maximiliaansuniversiteit verkreeg. Tot bevordering van het onderwijs in de geneeskunde dient vooral het Juliushospitaal, waarmede een kraamzaal, een inrichting voor epileptische ziekten, een ooglijdersgesticht en een hygiënisch instituut zijn verbonden. De bibliotheek bevat meer dan 100 000 deelen, meest uit voormalige kloosters afkomstig. Van de overige inrichtingen van onderwijs noemen wij: 2 gymnasiën, een reaalgymnasium, een reaalschool, een priesterseminarium, een bisschoppelijk seminarium voor jongens, een kweekschool voor onderwijzers, scholen van de polytechnische vereeniging, een landbouwschool, een Joodsche kweekschool voor onderwijzers, een handelsschool, een bouwkundige school, een vakschool voor machinebouw en electrotechniek, een adellijk opvoedingsgesticht, een verbeterhuis voor meisjes, een muziekschool, een doofstommen- en een blindeninstituut, een school voor vroedvrouwen, een museum voor schilderijen, een muntenkabinet en een Wagnermuseum. Verder zijn er een aantal geleerde genootschappen en vele liefdadige instellingen. De nijverheid houdt zich bezig met de verwerking van tabak, de vervaardiging van meubels, machines, heelkundige en wisen natuurkundige werktuigen, muziekinstrumenten, kunstwol, spoorwegwaggons, speelkaarten, vergulde lijsten, lampen, metaalwaren, azijn, likeur, chocolade, mousseerende wijnen, een groote fabriek van snelpersen, gesticht door König en Bauer, enz. Ook vindt men er een ijzerfabriek, aanzienlijke bierbrouwerijen, scheepsbouw, ooft-, graan- en tuinbouw en vooral wijnbouw. Rondom de stad liggen vele wijnbergen (± 1200 H.A.), waarvan de opbrengst in goede jaren op 5 millioen mark wordt geschat. Aan de zuidelijke helling van den Frauenberg groeit de beroemde Leistenwijn, aan den Steinberg de Steinwijn. Würzburg bezit een aanzienlijken handel, die door een aantal banken, missen en markten wordt bevorderd. In de nabijheid der stad verheft zich de Nicolaasberg met de bedevaartskerk Kappele en een bekoorlijk uitzicht over het landschap.

Würzburg, oorspronkelijk een Keltische kolonie, werd eerst na de oprichting van het bisdom (741) van belang. Zij trachtte zich later aan de macht van de bischoppen te onttrekken en koos herhaaldelijk de partij van de Duitsche koningen. Er werden dikwijls Rijksdagen gehouden. In den Boerenoorlog sloot zij zich bij de boeren aan. In 1558 werd zij AoorWillem von Grumbach overrompeld. Den 3den September 1796 behaalden er de Oostenrijkers onder aartshertog Karei de overwinning op de Franschen onder Jourdan. In 1803 werd de stad toegekend aan Beieren, in 1805 aan aartshertog Ferdinand en in 1816 wederom aan Beieren. In 1848 werd er een vergadering gehouden van Duitsche bisschoppen, in 1859 hadden er de zoogenaamde Würzburger Conferentiën, gehouden door ministers en gevolmachtigden der kleinere Staten van Duitsch-

Sluiten