Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen, waarmede zich o. a. de nuntius te Brussel bemoeide; eindelijk namen de Staten van Holland den 10den Mei 1704 een besluit, waarbij aan den baljuw van Rijnland gelast werd, van ~Wijck aan te zeggen, om binnen tweemaal vierentwintig uur Delfland en binnen acht dagen Holland en WestFriesland te verlaten. Niettemin bediende hij bij zijn uitwijking de mis met gesloten deuren te Werkhoven, waarop hij in hechtenis genomen en naar Utrecht vervoerd werd, waar men hem tot een geldboete van honderd gulden veroordeelde. Later begaf hij zich naar Emmerik en werd rector van het nonnenklooster te Calcar. Van zijn geschriften noemen wij: „Den opregten Catholyk, thonende dat Godt aan alle menschen, niemand uitgenomen, een genoegzame genade geeft om te kunnen zalig worden" (1688), „Den Catolyken theologant, ofte theologische verhandeling aengaende de Goddelijke Gratie" (1688), „Onderrigting voor alle Catholyken aengaende het lezen der H. Schrift" (1699) en „Formularium Papae Alexandrie VII adversus haeresin Jansenistariam" (1709).

Wljck, Carel van der, een Nederlandsch krijgsman, geboren te Zutfen den lsten Februari 1797, nam op zijn zeventiende jaar dienst bij het bataljon pontonniers, mineurs en sappeurs en werd in 1814 bevorderd tot tweede-luitenant-ingenieur en adjudant. Hij nam deel aan den slag bij Waterloo en aan het blokkeeren van Quesnoy en Valenciennes, vertrok als eerste-luitenant naar onze Oost-Indische bezittingen, waar hij in 1843 benoemd werd tot generaal-majoor en in 1848 tot tijdelijk bevelhebber van het Indische leger. Onder zijn leiding stond o. a. de tweede expeditie naar Bali. Hij overleed den 308ten Juni 1852 te Arnhem.

Wljck, jonkheer Bernard Hendrik Cornelis Karel van der, een Nederlandsch beoefenaar der wijsbegeerte, geboren te Gorinchem den 30sten Maart 1836, was een achterkleinzoon van den wijsgeer Paulus van Hemert, studeerde en promoveerde te Utrecht in de letteren, werd in 1863 benoemd tot hoogleeraar te Groningen en in 1890, als opvolger van Opzoomer, te Utrecht. Aangevangen als ervaringswijsgeer, sloot hij zich later in hoofdzaak bij Kant aan. Behalve talrijke verhandelingen in „De Gids", den „Tijdspiegel", „Onze Eeuw" enz. verschenen van zijn hand: „Godgeleerde Bijdragen" (1861) „De oorsprong en de grenzen der kennis" (inaugurale rede, 1863), „Over het ontstaan en de beteekenis van wetenschap en wijsbegeerte" (1864), „Mr. Johannes Kinker" (1864), „Onderscheid tusschen goed en kwaad" (1868), „De idealistische schoonheidsleer" (1869), „De opvoeding der vrouw" (1870), „De wijsbegeerte der ervaring" (1871), „Zielkunde" (1872), naar aanleiding waarvan hij door de hoogeschool te Edinburgh benoemd werd tot doctor of laws, „Het raadsel der Ervaring" (1879), „De schoolstrijd" (1885), „Nog eens: Oorsprong en grenzen der kennis" (inwijdingsrede, 1890), „Mr. C. W. Opzoomer, een herinneringswoord" (1893), „Allard Pierson" (in „Mannen en vrouwen van beteekenis" XXIX, 6, 1898). Hij is mederedacteur van het tijdschrift „Onze Eeuw." In 1906 nam hij zijn ontslag als hoogleeraar.

Wfjck, jonkheer Herman van der, een Nederlandsch staatsambtenaar, geboren te Ambarawa (Java) den 278ten September 1844, promoveerde in 1866 te Leiden in de rechten op een proefschrift „De

Nederlandsche Oost-Indische bezittingen onder het bestuur van den commissaris-generaal du Bus de Ghisignies" (1866), vestigde zich daarna als advocaat te 's Gravenhage en trad vervolgens in dienst als staatsambtenaar. Van 1868—1894 was hij werkzaam bij het departement van Koloniën, laatstelijk als secretaris-generaal, waarna hij benoemd werd tot lid van den Raad van State. Hij overleed in Mei 1909.

Wijde Ee is de naam van een drietal wateren in de provincie Friesland: 1. Een langwerpig meer ten O. van Grouw in de gemeente Idaarderadeel; 2. Een lang, smal meer in de gemeente Smallingerland, dat deel uitmaakt van den waterweg Leeuwarden— Drachten; 3. Een lang, smal meer in de gemeente Tjietjerksteradeel, dat een onderdeel vormt van den waterweg Leeuwarden—Bergumermeer.

Wijding1. Zie Benedictio, Consecratie en Priesterwijding.

Wye, een rivier in het Engelsche prinsdom Wales, ontspringt bij den Pinlimmon, stroomt voorbij Hay, Hereford, Rosz en Monmouth en mondt na een loop van 200 km. bij Chepstow uit in de Severn. Zij is voor kleine zeeschepen bevaarbaar tot Monmouth. Haar bovenloop wordt wegens zijn natuurschoon veel bezocht.

Wljhe, een gemeente in de provincie Overijsel, 5 407 H. A. groot met (1910) 4 438 inwoners, wordt begrensd door de Overijselsche gemeenten Zwollerkerspel, Heinoo, Raalte en Olst en de Geldersche gemeente Heerde. Zij wordt gedeeltelijk door de IJsel begrensd, gedeeltelijk stroomt deze rivier er door. De bodem bestaat uit klei en zand. Landbouw, veeteelt, steenbakkerij en handel vormen de hoofdmiddelen van bestaan. De plaats voert veel worst en hammen uit. Tot de gemeente behooren de dorpen Wijhe en Hengeveld, benevens een aantal buurten. Men vindt er een aantal groote landgoederen; zeven daarvan behoorden vroeger tot de havezaten.

Het dorp Wijhe aan den grooten weg en aan den spoorweg tusschen Zwolle en Deventer is een aanzienlijke plaats. Men vindt er een Hervormde kerk met graftombes van baron Koenraad Willem van Dedem, van baron Transisalanus Adolf van Voerst tot Hagenvoorde en van baron Róbert van Ittersum. Wijhe wordt in een oorkonde van 959 als Wie vermeld.

Wijhe, dr. J. W. van, in 1856 geboren te Duiven in Gelderland, studeerde aan de hoogeschool te Leiden, werkte gedurende het zomersemester van 1880 op het anatomisch instituut te Freiburg in Breisgau en promoveerde in hetzelfde jaar te Leiden op een proefschrift, getiteld: „Over het visceraalskelet en de zenuwen van den kop der Ganoïden." Van 1884 tot 1887 was hij leeraar aan de h. b. school te Almelo, en van 1887 tot 1889 prosector bij de anatomie aan de universiteit te Freiburg i. B., alwaar hij in laatstgenoemd jaar tot doctor honoris causa in de geneeskunde bevorderd werd. Den 24sten September 1889 aanvaardde hij het hoogleeraarsambt in de ontleedkunde te Groningen met een rede, getiteld: „Het lichaam van den mensch als getuigenis van zijne afkomst."

Wflk, De, een gemeente in de provincie Drente. 4 204 H. A. groot met (1910) 2 982 inwoners, wordt begrensd door de Drentsche gemeenten Meppel, Ruinerwold en Zuidwolde en door de Overijselsche gemeenten Avereest en Staphorst. De grens wordt

Sluiten