Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ners, wordt begrensd door de gemeenten Bemelen, Oud-Valkenberg, Strucht, Schin op Geul, Klimmen, Voerendaal, Wittem, Gulpen, Margraten en Keer en Kadier. Langs de Geul, die het gebied doorsnijdt, vindt men beekklei, overigens bestaat de heuvelachtige bodem uit mergel. Het voornaamste middel van bestaan is landbouw. Vroeger behoorde Wijlre als een bijzondere heerlijkheid tot het Duitsche rijk. De gemeente omvat de dorpen Wijlre en Schulder, benevens een aantal buurtenengehuchten.

Het dorp Wijlre wordt in een giftbrief van 1075 vermeld. Het bezit een Roomsch-Katholieke kerk, een kasteel en een station van de spoorlijn Maastricht—Aken.

Wymbritseradeel, een gemeente in de provincie Friesland, 16 518 H. A. groot met (1910) 12 251 inwoners, wordt begrensd door de gemeenten Bolsward,Wonseradeel, Hennaarderadeel, Baarderadeel, Rauwerderhem, Doniawerstal, Gaasterland Hemelumer-Oldefaart-en-Noordwolde en Workum, terwijl zij de gemeenten Sneek en Ylst omsluit. In het N. bestaat de bodem uit zeeklei, in het Z. uit laagveen en plassen. De voornaamste middelen van bestaan zijn veeteelt en zuivelbereiding; verder wordt er landbouw, vischvangst, handel en nijverheid uitgeoefend. Tot de gemeente behooren 28 dorpen, n.L Abbega, Folsgare, Gaastmeer, Gauw, Goënga, Heeg, Iïommerst, Idsega, Indijk, Jutrijp, Loënga, Nijhuizen, Nijland, Offingawier, Oosthem, Oppenhuizen, Oudega, Sandfirden, Scharnegoutum, Smallebmgge, Tirns, Tjalhuizum, Uitwellingerga, Westhem, Wolsum, Woudsend, IJpecolsga, en IJsbrechtum en het gehucht of dorp Blauwhuis of Sensmeer. In den Franschen tijd wasWymbritseradeel verdeeld in de mairiën Heeg, Nijland en Woudsend.

Wtjn, een alkoholhoudende drank, wordt verkregen door gisting van suikerhoudende vruchtensappen. In het bijzonder geeft men dien naam aan het gegiste sap der bessen van den wijnstok, gewoonlijk druiven genoemd, in tegenstelling met den vruchtenwijn, welke uit appels, peren enz. bereid wordt. Onrijpe druiven bevatten hoofdzakelijk vrij wijnsteenzuur en weinig suiker; bij het rijpen verdwijnt het vrije zuur meer en meer onder vorming van wijnsteen, terwijl het gehalte aan suiker toeneemt. Aldus bereikt het rijpingsproces een hoogtepunt; blijft de druif langer aan den stok, dan treden, onder inwerking van een zwam (Botrytis cinera), snel veranderingen op. De druiven worden geel, vervolgens bruin, terwijl de zwam suiker, eiwitachtige stoffen en vooral zuur verbruikt. De verhouding van het suiker- tot het zuurgehalte wordt daardoor gunstiger voor de wijnbereiding. Het is derhalve van belang, het juiste tijdstip voor den oogst te treffen, vooral omdat de deugd van den wijn in de eerste plaats afhankelijk is van de volkomen rijpheid der druiven. Wijndruiven bevatten 12—30% suiker (een mengsel van druiven en vruchtensuiker), verder 0,5—1,4% wijnsteenzuur (meestal als wijnsteen aan kali gebonden), pectine-, eiwitachtige en minerale stoffen. Bovendien bevatten de druiven verschillende eigenaardige stoffen (extractiefstoffen), over den aard waarvan men niets naders weet, maar die toch op de hoedanigheid van den wijn een zeer grooten invloed uitoefenen. De verhouding tusschen zuren en suiker is in goede jaren en bij goede soorten van 1 tot 29, in gemiddelde

jaren en bij middelmatige soorten van 1 tot 16; intusschen wordt deze verhouding wel eens van 1 tot 10. Een overzicht van de samenstelling van het sap van een drietal soorten geeft de volgende tabel. De laatste beide kolommen daarvan doen bovendien de schommelingen daarin voor verschillende jaren zien.

. Hattenheimer.

Bestanddeelen. ,Ner°- |tem"

berger, berger. 1868 lg69

Suiker 18,06 24,24 23,56 16,67

Vrij zuur 0,42 0,43 0,46 0,79

Eiwitachtige stoffen 0,22 0,18 0,19 0,33

Minerale stoffen 0,47 0,45 0,44 0,24 Gebonden organische zuren en

extractiefstoffen 4,11 3,92 5,43 5,17

Water 76,72 77,78 69,92 76,80

De eerste bewerking voor de wijnbereiding ondergaan de druiven in den wijnberg zelf. In kuipen worden zij met de voeten, bloot of voorzien van klompen, of met stampers fijn gedrukt. Daar hierbij echter ook een aantal pitten worden gebrokeu, welke door haar gehalte aan looizuur de qualiteit van den wijn verminderen, maakt men beter van een druivenmolen gebruik, waarin de druiven tusschen ondiep gegroefde houten walsen worden uitgeperst. Om het sap, den most, van den draf te scheiden, maakt men gebruik van verschillende soorten van persen, alsmede van centrifugaalmachines. Uit 100 dln. druiven verkrijgt men op deze wijze 60—80 dln. most. Natuurlijk leveren verdroogde druiven, waaruit de sect (vino secco) of stroowijn bereid wordt, minder most. In ieder geval blijft een belangrijk gedeelte der meest waardevolle bestanddeelen in den draf achter, welke men wel door aanmengen met water en hernieuwd uitpersen tracht te winnen. De van zelf uit voorzichtig uitgeperste druiven vloeiende most levert den edelsten wijn (essence); ook matige druk geeft alleen sap uit volkome rijpe druiven (persmost); alnaarmate echter de drukking toeneemt, wordt het sap zuurder, omdat nu ook de onrijpe druiven worden uitgeperst.

Het verkregen sap wordt in eikenhouten vaten of gistkuipen van 2—12 H. L. inhoud gedaan en komt daarin, zonder eenige toevoeging van gist zeer spoedig tot gisting. De suiker van de most wordt omgezet in alkohol en koolzuur, terwijl ook, naast geringe hoeveelheden glycerine en barnsteenzuur, de stoffen ontstaan, welke den wijn het karakteristieke bouquet (zie aldaar) verleenen. Daar de soort van de gist van invloed is op den reuk en den smaak van, den wijn, tracht men dikwijls door het toevoegen van reingeteelde gist ongewenschte gistingsprocessen te onderdrukken. Van belangrijken invloed op de kwaliteit van den wijn is ook de gistingstemperatuur. Tusschen 5 en 15° C. heeft de gisting zeer langzaam plaats enverkrijgtmeneenaangenamen, geurigen en duurzamen wijn. Tusschen 15° en 25° C. ontstaat een stormachtige gisting; de wijn wordt vurig (rijk aan alkohol), maar minder rijk aan bouquet en minder duurzaam. Blauwe druiven leveren aldus bij voorzichtige behandeling bijna

Sluiten