Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groene bloesems, vereenigd tot bolvormige hoofdjes en breede, sikkelvormige, houtachtige hulzen. De 1 boom groeit in tropisch Azië en levert fijn getee- 1 kend, rood-bruin en zeer hard eikenhout, dat als 1 voortreffelijk scheeps- en timmerhout, ook wel voor i landbouwwerktuigen, dwarsliggers enz. toepassing : vindt.

Xylidine (Amidoxylol, CaH„NH2), een aromatische base, komt in 6 isomeren voor, waarvan er 6 1 worden gevonden in het xylidine, dat uit steenkolenteer bereid wordt (zie Xyloï). Dit technische xylidine kookt tusschen 212 en 218 °C. en dient als uitgangspunt bij de bereiding van roode azoverfstoffen, xylidineponceau en xylidinescharlaken als surrogaten voor cochenille.

Xylofoon, een vooral in Tirol zeer geliefd slaginstrument, bestaat uit 16—20 staafjes van droog dennenhout, wier lengte correspondeert met de tonen van den toonladder. Zij zijn in twee groepen op twee koorden van gedraaid stroo bevestigd en worden met twee houten hamertjes aangeslagen. Ofschoon reeds in Virdung's „Musica getuscht"(1511) van het xylofoon wordt melding gemaakt, werd het in verbeterden vorm eerst door Gusikow (overleden den 318,en October 1837) bij het symfonieorchest gebruikt (Saint-Saens' „Danse macabre"). Xylografie. Zie Houtsnijkunst.

Xyloïdlne, een explosieve stof, ontstaat bij de behandeling van zetmeel met rookend salpeterzuur. Het vormt een kleurlooze massa en is het hoofdbestanddeel van Uchatiuspoeder, een sneeuwwit buskruit, dat gemakkelijk ontploft en daarom weinig gebruikt wordt. Evenals nitrocellulose wordt het ook zelf wel xyloïdine genoemd.

Xylol (Dimethyïbenzol, CSH10 of C6H4(CH3)2), een met benzol en toluol homologe koolwaterstof, komt voor in de lichte koolwaterstoffen, welke bij 136—139° C. koken. Men kent het in 3 isomeren: orthoxylol (vloeibaar, kookpunt 142° C., smeltpunt -28° C.), m e t a x y 1 o 1 (vloeibaar, kookpunt 139" C., smeltpunt -54° C.) en p a r a x y 1 o 1 (kookpunt 138° C., smeltpunt 15° C.), dat kleurlooze kristallen vormt. De xylolen bezitten een eigenaardigen, ofschoon niet sterken geur. In de genoemde fractie van de steenkolenteer kunnen de isomeren moeilijk van elkander gescheiden worden. Men heeft hen echter ook synthetisch bereid. Met geconcentreerd salpeterzuur geven zij alle drie n i t r o x y 1 o 1 e n (CgHaNOa), waaruit door reductie xylidine (zie aldaar) verkregen wordt. Het technische xylol dient bovendien als oplossingsmiddel. In de geneeskunde wordt het gebruikt als antisepticum en als koortsstillend middel.

Xyloline is een goedkoop, op linnen gelijkend weefsel, dat door Claviez & Co. te Leipzig-Plagwitz en Adorf in den handel wordt gebracht en waarvan de ketting uit katoen en de inslag uit cylindrisch ineengedraaide strookjes van dun houtstofpapier bestaat. Het wordt gebruikt voor werkpakken, tafellakens, handdoeken, onderkleeren enz.

Xytolith (Steenhout), een bouwmateriaal, bestaat uit zaagsel, dat met magnesiakit tot een brei is aangeroerd en daarna onder zeer hoogen druk in vormen geperst is. Het komt in platen in den handel, is bestand tegen water en zuren, is zwam- en vuurvrij, werkt niet en vindt toepassing als vloerbedekking, traptreden, tafelbladen, schoolborden, alsmede in de meubelmakerij.

Xylometer (Houtmeier) is de naam van een werktuig, waarvan men zich bedient om den inhoud van onregelmatige stukken hout te bepalen. Hij berust op het beginsel, dat het in water ondergedompelde stuk hout evenveel water verdringt, als zijn inhoud bedraagt. In zijn eenvoudigsten vorm bestaat de xylometer uit een cylindrisch houten vat ter hoogte van 1—1,5 m., dat 20 cm. beneden den bovenrand een afvloeibuis bezit. Men vult dit vat tot de afvloeibuis met water, dompelt het houtblok er in en meet den inhoud van het wegvloeiende water. Sneller werkt men, wanneer men het vat verbindt met een daarmede communiceerende en van een schaalverdeeling voorziene buis, welke het afvloeiende water opvangt.

Xylopia is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Anonaceeën. Men kent daarvan 20 soorten en deze komen voor in de keerkringslanden. Zij omvat boomen en heesters met lederachtige bladeren en alleenstaande of tot trossen vereenigde bloemen met 3 kelkbladeren, 6 bloembladeren en besachtige vruchten. In Guinea groeien X. aethiopica en X. aromatica, die de Guineapeper leveren.

Xylopal, een bouwmateriaal, dat gebruikt wordt ter vervaardiging van vloeren, bestaat uit zaagsel, dat door een bindmiddel, waarvan de samenstelling een fabrieksgeheim is, tot een poreuze, houtachtige, tamelijk vaste massa wordt samengevoegd. De kleur kan, door toevoeging van verfstoffen, willekeurig geregeld worden. Het heeft geen naden, is warm voor de voeten, dempt het geluid, is bestand tegen de inwerking van vocht, zout- en zwavelzuur en is zwam- en rotvrij. Op den duur begint het echter barsten te vertoonen. Bij de toepassing worden lagen van 10—12 cm. dikte op een onderlaag van slap beton, hout of steen aangebracht.

Xylose (Houtsuiker), een licht kristalliseerende suikersoort van de formule C6H1005, ontstaat door houtgom of maïskolven met verdund zwavelzuur te koken. Zij is nauw verwant aan de arabinose, draait het polarisatievlak rechts en geef t bij oxydatie xylonzuur en trioxyglutaarzuur en bij reductie optischinactief xyliet (C6H1206).

Xyrideën is de naam van een eenzaadlobbige plantenfamilie uit de orde der Enantioblasten. Zij omvat overblijvende, kruidachtige, stengellooze moerasplanten met zwaard- of draadvormige wortelbladeren, enkelvoudige, onbehaarde, bladerlooze of in het midden met twee bladeren voorziene bloemstelen en volkomen bloemen, welke achter dakpansgewijs geplaatste, droogvliezige schutbladen staan en een bloemhoofdje vormen. Van het bloemdek is zoowel het binnenste als het buitenste gedeelte driebladerig. In de buis van het binnenste ; bloemdek bevinden zich drie vruchtbare en drie onvruchtbare meeldraden. De helmdraden zijn draadvormig, de helmknopjes buitenwaarts gekeerd,

■ tweehokkig en overlangs openspringend. liet bo• venstandig, driebladig vruchtbeginsel is één- of

driehokkig, bevat talrijke zaadknoppen en draagt

■ een driedeeligen stijl met een twee-, drie- of vieri spletigen stempel. De vrucht is een driekleppige i doosvrucht met een groot aantal ronde of hoekige , zaden, die een geribde schaal, vleezig kiemwit en

- eene lensvormige kiem bevatten. De niet zeer^ tal-

- rijke soorten van deze familie behooren te huis in 3 de warme gewesten van Amerika, voorts in Azië

en Australië, en sommige van deze worden door de

Sluiten