Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steenen.De landbouw wordt het meest in Holderness en in de dalvlakten van York uitgeoefend. Ooit wordt nergens gekweekt. De veeteelt levert paarden, runderen, schapen en varkens. Er wordt veel wol in den handel gebracht, die echter niet tot de fijnste soort behoort. De Yorkshire-hammen zijn zeer be¬

kend. Van veel belang is ook de vischvangst. WestRiding is een van de voornaamste fabrieksdistricten van Engeland. De nijverheid houdt zich bezig met de verwerking van wol en shoddy, staaJfabricage, katoenspinnerij, het vervaardigen van linnen, touwwerk,

garen, tapijten, leer, papier, glas enz. Ook de handel is van veel belang.

York. een stad en graafschap in het N. van Engeland, ligt aan den grooten weg,die sedert den tijd van de Romeinen het N. van Engeland met de Ouse verbindt, en aan de Ouse. Zij is vooral ook wegens haar S ouderwetschen bouwtrant een der } merkwaardigste steden van Engeland. De stad is omringd door muren, wier grondvesten uit den tijd der Romeinen afkomstig zijn, terwijl het voornaamste gedeelte onder de regeering van Eduard I werd opgetrokken. Zij zijn voorzien van negen poorten en zijn sedert 1861 in wandelplaatsen herschapen. Men heeft er verder een kas¬

teel, dat van 1826

—1836 is vernieuwd, zoodathet

thans de noodige vertrekken bevat voor het gerechtshof, de gevangenis en het graafschapsbestuur, terwijl alleen de Cliffordtoren, door Willem den Veroveraar op Romeinsche grondslagen gebouwd, als een monument van vroegerentijd is overgebleven. De grootste merkwaardigheid van de stad s echter de prachtige domkerk (zie de afb.), in spits¬

boogstijl, in den vornrfvan een kruis gebouwd, zij'is 159,7 m. lang, over het kruis 67,7 m. breed en 30,2 m. hoog en heeft drie torens. Zij is in 627 door den Saksischen koning Edwin van Northumberland gesticht, maar eerst vele eeuwen daarna voltooid. Zij werd den 2den Februari 1829 door den dweepzieken ma-

Kathedraal te York.

troos Jonathan Martin in brand gestoken en daar¬

door gedeeltelijk verwoest, ook had zij door den brand van den 21sten Mei 1840 veel te lijden, zij werd echter onder leiding van den architect Smirke gerestaureerd. Het kapittelhuis, door een gang met den Dom verbonden, vormt een regelmatigen achthoek met een middellijn van 18,3 m., een hoogte van 18,3

Sluiten