Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m., het bezit sierlijke zuilen en fraaie beschilderde glazen. Van de 41 kerken, 17 kapellen en 10 kloosters ten tijde van Hendrik VIII in de stad aanwezig, zijn 23 kerken en 11 kapellen overgebleven, er zijn echter ook nieuwe bijgebouwd, zooals bijv. de Katholieke kerk van 1866. Van de abdij der Benedictijnen, die van St. Mary, in 1056 gesticht, en van het St. Leonards hospitaal van 1137, zijn slechts bouwvallen overgebleven. Aan de Ouse verheffen zich het moderne stadhuis (Mansion House), door den LordMavor bewoond, en het stedelijk raadhuis (Guildhali), van 1446. Van de overige gebouwen noemen wij het gerechtshof en de bibliotheek, beide van 1892 en den schouwburg. Het aantal inwoners bedraagt (1901) 77 914. York bezit een aartsbisschoppelijke bibliotheek, een museum van het wijsgeerig genootschap, een instituut voor kunsten en wetenschappen (1884 geopend), een kweekschool voor onderwijzers, het Katholieke St. Laurence college in de voorstad Ampleton, het graafschapshospitaal met een geneeskundige school, een krankzinnigengesticht en een school voor blinden. Men vindt er ijzergieterijen, een fabriek voor spoorwegwaggons, zaagmolens, bierbrouwerijen, leerlooierijen enz. Ook is er veel handel. Tot 1888 behoorde York tot het graafschap Yorkshire.

York, het oude Eboracum,was sedert 79 n. Chr. de voornaamste Romeinsche stad van Britannia, de zetel der regeering, de tijdelijke residentie van de keizers Hadrianus, Septimius Severus en Cmstantius Chlorus. Daarna werd het onder den naam van Eoforwic de hoofdstad van het Angelsaksisch koninkrijk Northumberland. Na den inval der Denen, die in 869 York veroverden en de Angelsaksen onder de muren van deze stad versloegen, moest zij haar rang als eerste stad van het rijk aan Londen afstaan. Sedert 625 verkondigde Paulinus er het Christendom, een van zijn opvolgers, Egbert, bezat sedert 735 den titel aartsbisschop van York. Het hooggerechtshof van York (Council established in the North) werd door Hendrik VIII ingesteld. In 1644 werd de stad door de Parlementstroepen en door de Schotten belegerd en ingenomen, nadat de koninklijke troepen onder paltsgraaf Ruprecht den 2den Juli op het naburig Marstonmoor waren verslagen. Tot aan het einde der 15de eeuw had de aartsbisschop van York het oppergezag over de bisschoppen in Schotland; hij voert ook nu nog den titel van primas van Engeland, terwijl die van Canterbury (Kantelberg) dien van primas van geheel Engeland en van metropolitaan verkreeg. Tot dit aartsbisdom behooren zes bisdommen.

7ork, een stad in Pennsylvanië, ligt aan de Codorus Creek ten Z.O. van Harrisbury, is een kruispunt van spoorwegen en telt (1900) 33 708 inwoners. Men vindt er een aantal inrichtingen van onderwijs, groote fabrieken voor landbouwwerktuigen, machines, voorwerpen van ijzer en staal enz. en een levendigen handel in graan. York is een van de oudste steden van Pennsylvanië, het werd in 1741 gebouwd. In 1777, toen Philadelphia door de Engelschen was bezet, vergaderde het congres te York.

York, een Engelsche hertogstitel, werd vroeger gewoonlijk door den tweeden zoon van den regeerenden vorst gevoerd. Eduard 111 schonk hem aan zijn zoon Edmund, die de stichter werd van het huis York met de Witte Roos als wapen; zijn oudere broeder John was de stamvader van het huis Lancaster met de Roode Roos als wapen. Over den strijd dier beide

huizen raadplege men het artikel Groot-Briitannië en Ierland. Hendrik VIII en Karei I voerden dien titel tot aan den dood van hun oudere broeders en Jacobus II tot aan zijn troonsbestijging. Ook de zoon van Jacobus II, de pretendent Jacobus III, verleende gedurende zijn ballingschap den titel van hertog van Yorlc aan zijn tweeden zoon Henry Benedict. Met dezen, in de geschiedenis bekend als de Kardinaal van York, is in 1807 het Huis der Stuarts uitgestorven. George I verhief in 1716 zijn broeder Ernst August, vorstbisschop van Osnabrück, tot hertog van York. Na diens dood verkreeg Eduard August, een broeder van George III, in 1760 zijn titel. George III verleende hem in 1784 aan zijn tweeden zoon Frederick, geboren den 16den Augustus 1763 en in 1794 tot vorstbisschop van Osnabrück benoemd, welke betrekking hij bekleedde tot aan de secularisatie van het bisdom in 1802. Deze, onder Frederikden Groote tot krijgsman gevormd en in 1791 in het huwelijk getreden met prinses Frederika van Pruisen, werd in 1793 benoemd tot bevelhebber van het EngelschOostenrijksche leger in de Nederlanden. Nadat Valenciennes was ingenomen, belegerde hij Duinkerken maar leed hier den 6den—8"ten September een nederlaag. In 1794 moest hij, nadat hij den 19den Mei bij Doornik door Pichegru was verslagen, België ontruimen. Hoewel zijn ongeschiktheid als aanvoerder daarmede afdoende was bewezen, benoemde de koning hem in 1795 tot veldmaarschalk en in 1798 tot opperbevelhebber van de Britsche landmacht. In 1799 bestuurde York de Engelsch-Russische expeditie naar Noord-Holland, moest voor Brune den 19den September bij Bergen en den 6den October bij Castricum wijken en sloot den 18den October de capitulatie van Alkmaar, volgens welke de beide bondgenooten weder scheep gingen. In 1809 wikkelde een twist met zijn bijzit, Mrs. Clarke, die handel dreef in officiersplaatsen, hem in een schandaalproces. Wel werd de hertog vrijgesproken, maar de openbare meening was zoo beslist tegen hem gekant, dat hij den 208ten Maart 1809 het opperbevel nederlegde. Niettemin werd hij door zijn broeder, den prins regent, reeds in Mei 1811 weder in zijn ambten hersteld. Ook had hij zitting in het Hoogerhuis waar hij optrad als een hartstochtelijk tegenstander van de emancipatie der R. Katholieken. Hij overleed den 5den Januari 1827 zonder kinderen achter te laten. De titel van hertog van York werd eerst den 24sten Mei 1892 weder aan prins George, den tegenwoordigen koning van Engeland, verleend.

York. Schiereiland van, een schiereiland in Australië, dat het N.-lijk gedeelte van den staat Queensland vormt, ligt tusschen de Koraalzee en de Golf van Carpentaria en is in het O. bedekt met verschillende bergruggen, welke in het Z. in den Bartle Frere een hoogte van 1657m. bereiken.Van de rivieren, die naar de Golf van Carpentaria stroomen, zijn de Gilbert en de Mitchell de voornaamste. Aan plaatsen bezit het schiereiland slechts enkele door goudgravers gestichte nederzettingen. Herberton (1901: 667 inwoners) ligt in een belangrijk tingebied met Cairns (3557 inwoners) als haven; Palmerville heeft Cooktown als haven, terwijl Somerset bijna geheel verlaten is, nadat het bestuur naar het eiland Thursday is overgebracht.

Yorke. Schiereiland van, een groote landtong in den staat Z.-Australië, gelegen tusschen de Spencer- en de St. Vincentgolf en waarvan de Z.-

Sluiten