Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tuur voor de ware oorspronkelijkheid verklaart. Hij overleed te Welwyn den 12del> April 1765. Zijn gezamenlijke werken zijn in 1757 en later in het licht verschenen.

Young-, Thomas, een Engelsch geleerde, geboren den 13den Juni 1773 te Milverton in Somersetshire, studeerde te Compton in de klassieke en Oostersche talen en de natuurwetenschappen, verder te Londen en te Edinburgh in de geneeskunde en begaf zich in 1795 naar Göttingen, waar hij zich bezig hield met de studie van de Duitsche taal en letterkunde. Na zijn terugkeer in Engeland werd hij fellow te Cambridge, vestigde zich weldra als arts te Londen en werd hoogleeraar in de natuurkundige wetenschappen aan het Roval Institution. In 1804 liet hij zijn hoogleraarsambt varen, om zich geheel aan de geneeskunde te wijden; van 1811 tot aan zijn dood was hij arts van het St. George-Hospitaal. Van zijn talrijke werken noemen wij: „A syllabus of a course of a natural and experimental philosophy"(1802), waarin hij een verklaring van de belangrijkste verschijnselen van het zien gaf, „Course of lectures on natural philosophy and the mechanical arts"(2 dln., 1807), zijn hoofdwerk „Remarks on Egyptian papyri and on the inscription of Rosetta"(1815), „Elementarv illustration of the celestial mechanics of Laplace" (1821), ,,Hieroglvphics"(1823), „Account of some recent discoveries in hieroglyphical literature"(1823) en „Egyptian dictionarv"(1829). Hij overleed den 10den Mei 1829. Zijn „Miscellaneous works"(3 dln., 1855) publiceerden Peacock en Leith. Ook redigeerde hij van 1829—1830 den „Nautical Almanac".

Young1, Brigham, een leider der Mormonen in N.-Amerika, geboren den Juni 1801 te Whitington in den staat Vermont, werd landbouwer, ging in 1828 over tot de secte der Mormonen en werd in 1834 in het College der twaalf apostelen opgenomen. Hij trad op als prediker in de O.lijke Staten der Unie en in Engeland, bezorgde de eerste uitgave van het boek „Mormon", vervaardigde een gezangboek ten behoeve van zijn secte en stichtte het tijdschrift „De duizendjarige ster". Na den dood van Joseph Smith (27 Juni 1844) kwam hij aan het hoofd der Mormonen en leidde na de verwoesting der kolonie te Nauvoo in Illinois in 1847 den tocht naar het Zoutmeer in Utah, waar in 1850 het territorium Utah werd gevestigd, waarvan Young in 1851 gouverneur werd. In 1852 verkondigde hij „de hemelsche wet van het huwelijk", d. w. z. het dogma der veelwijverij. In 1857 moest hij het wereldlijk bestuur over Utah aan de Unie afstaan en in 1871 werd hij aangeklaagd wegens veelwijverij, maar niet veroordeeld. Handel en landbouw wist hij door den aanleg van wegen, bruggen, spoorwegen en telegraaflijnen te bevorderen. Hij overleed te Salt Lake City den 22stcn Augustus 1877, twee millioen dollar, 17 vrouwen en 44 kinderen achterlatende. • ' i

Young:, Allen, een Engelsch zeevaarder, geboren in 1830, nam van 1857—1859 deel aan de expeditie onder Mac Clmtock, die uitgezonden werd om Franklin te zoeken, en bestuurde in 1860 de Fox, waarmee de voorbereidende werkzaamheden voor het leggen van den Trans-Atlantischen telegraafkabel werden verricht. Daarna ondernam hij met de Pandora een tocht om de overblijfselen van de expeditie van Franklin op te sporen, in 1876 en in 1882 deed hij reizen naar de arctische gewesten. Hij schreef: „The two voyages of the Pandora in 1875 andl876"(1879).

Young:, Edward D., een Engelsch Afrikareiziger; geboren den 238ten October 1831, trad als officier in dienst bij de Engelsche Marine, voerde van 1862— 1863 bevel over den „Pioneer" op de Zambesi en de Sjire onder Livingstone en bezocht na den dood van dezen van 1875—1876 in opdracht van het Schotsche Zendelinggenootschap met een stoomboot, die uit elkaar genomen kon worden, het Nyassameer, op welks oever hij het station Livingstonia stichtte. Ook ontdekte hij het Livingstonegebergte. Zijn bevindingen deelde hij mede in „Nyassa, a journal adventures in Central-Africa"(1877). Hij overleed den 4den November 1896 te Hastings.

Young'hu.sband. sir Francis Edward, een Engelsch officier en ontdekkingsreiziger, geboren den 31sten Mei 1863 te Murree, ondernam in 1886 met James een reis door Mandsjoerije en trok in 1887 van Peking over Kalgan, Koekoe-choto en dwars door de woestijn Gobi naar den Altaï, daarna door de steppen van Dsjoengarije naar Hami, verder over Kasjgar naar Jarkant, van hier over den Moestaghpas naar Kasjmir en bereikte den 4del1 November 1887 Rawal-pindi in Voor-Indië. In 1889 bereisde hij het gebied van Hoenza en onderzocht den Saltoro- en Sjimsalpas. In 1890 en 1891 bezocht hij het Pamirhoogland, waarbij hij vond, dat de 7860 m. hooge Tagharma uit twee volledig gescheiden en bijna even hooge bergmassa's bestaat. Van 1892— 1894 was hij staatkundig resident te Hoenza en Tsjitra] en tevens correspondent "van den „Times"; van 1896—1897 was hij in deze laatste functie werkzaam in Transvaal en Rhodesia. Nadat hij in 1898 agent van het Britscli-Oost-Indisch agentschap Ilaraoti en Tonk was geworden, vergezelde hij van 1903—1904 als staatkundig raadsman generaal Macdomld op de Engelsche expeditie naar Tibet, welke den 3den Augustus 1904 Lhassa bereikte. Hij schreef „The heart of a continent. A narrative of travels in Manchuria, across the Gobi Desert, through the Himalayas, the Pamirs and Chitral, 1884—1894" (4de druk, 1904), verkort verschenen als „Among the Celestials" (1898), „The relief of Chitral" (met zijn broeder G. J. Younghusband, 1895) en „South Africa of to-day" (1898).

Young- Men's Christian Association of Christelijke Jongelingsvereeniging is de naam van een vereeniging, die thans over de geheele wereld is verbreid. Zij werd in 1844 opgericht op initiatief van George Williams (1821—1906), kantoorbediende te Londen. Aanvankelijk bedroeg het aantal leden 12, binnen het jaar waren er ongeveer 1000 leden toegetreden en vele firma's verleenden financiëelen steun. Weldra verbreidde de beweging zich ook buiten Londen, daarna over Europa en de overige werelddeelen. Zij ondervond veel steun van hooggeplaatste personen.In 1844 begon de vereeniging met 12 leden, in 1905 bedroeg het aantal afdeelingen te Londen 78, het aantal leden meer dan 14000. Groot-Brittannië en Ierland telden in 1905 1859 afdeelingen met 126 825 leden, de Britsche koloniën 2132 afdeelingen met 164 432 leden, het aantal afdeelingen buiten het Britsche rijk bedraagt 7661, het aantal leden 710 000 De gebouwen van de Young Men's Christian Association over de geheele wereld hebben een waarde van ongeveer £ 6 876 594.

Young'stown. een stad in den N.-Amerikaanschen staat Ohio, ligt dicht bij de O.-grens aan de Mahoning River te midden van een rijk land- en

Sluiten