Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mijnbouwgebied. Het bezit een fraai gerechtshof, een schouwburg, groote ijzer- en staalfabrieken, ijzergieterijen en fabrieken van landbouwwerktuigen en telt (1900) 44 885 inwoners.

Yp of Iep. Zie Olm.

Yperen (Vlaamsch Ieperen, Fransch Ypres), een arrondissementshoofdstad in de Belgische provincie West-Vlaanderen, ligt aan de Yperle en aan den spoorweg Kortrijk—Hazebrouck, terwijl het eveneens door spoorwegen verbonden is met Östende, Roeselare, Veume en Warneton en door een kanaal met Brugge, Ostende en Nieuwpoort. Het bezit 4 kerken, waaronder zich de fraaie Gotische hoofdkerk van St. Maarten bevindt, een der schoonste van België uit de 13de eeuw, met praalgraven van onderscheidene bisschoppen, het gebouw van het voormalig gild der lakenwevers, dat, gebouwd van 1200—1380, een oppervlakte van 4872 v.m. beslaat en kostbare, nieuwe wandbeschilderingen van Pauwls en Deïbeke bevat, het stadhuis in Renaissancestijl, in de 17de eeuw tegen het voorgaande aangebouwd, verder een oude burcht met een rijk versierden gevel, Gotische vleeschhallen, een gasthuis uit 1279, in 1616 verbouwd, alsmede een militaire rijschool. Verder heeft het een rijksmiddelbare school voor jongens, een seminarium, een ambachtsschool, een openbare bibliotheek, een schilderijenmuseum en een kabinet van oudheden en wapens. De plaats telt (1905) 17 350 inwoners, bezit kant- en katoennijverheid en bierbrouwerijen, alsmede een levendigen handel. In de St.Maartenskerk ligt CorneliusJansen, de stichter van de secte der Jansenisten, die van 1635-1638 bisschop vanYperen geweest is, begraven.

Yperen was in de Middeleeuwen een Kasteel, dat in 800 door de Noormannen werd verwoest, maar door Boudewijn 11 van Vlaanderen wederom opgebouwd. Daaromheen vormde zich allengs een stad, welke in de 13de en 14de eeuw tot de volkrijkste van Europa behoorde en een bloeiende kantindustrie bezat, maar die eveneens het tooneel van inwendige sociale woelingen en van harden strijd met de andere hoofdsteden van Vlaanderen was. In 1584 werd zij door Alexander Famese voor Philips II, in 1648 door de Franschen onder Condé en in 1649 door de Spanjaarden onder aartshertog Leopold veroverd en in 1658 door Turenne belegerd. Wel kwam de stad door den Vrede der Pyreneeën weder aan Spanje, doch reeds in 1678 werd zij door Lodewijk XIV bemachtigd, die haar bij den Vrede van Nijmegen behield. In 1715 werd zij een van de barrièresteden, zoodat zij tot 1744 een Nederlandsclie bezetting had. Van 1794—1814 behoorde zij wederom aan Frankrijk, daarna bij het koninkrijk der Nederlanden, om in 1830 aan België te komen. De vestingwerken zijn thans geslecht.

Ypey. Nicolaus, een Nederlandsch wis- en vestingbouwkundige, geboren in 1714 te Bergum in Friesland, studeerde te Franeker en te Leiden, kwam te Parijs in kennis met Mauperluis en Bêlidor en werd in 1743 benoemd tot lector en later tot hoogleeraar in de wiskunde, in 1754 ook in de vestingbouwkunde, te Franeker. Van zijn geschriften vermelden wij, behalve verschillende verhandelingen in de werken der Hollandsche Maatschappij van Wetenschappen te Haarlem: „Grondbeginselen der kegelsneden" (1769) en „Commentarius de rebus gestis Mennonis Coehorni" (1771). Hij overleed den 14"« Juli 1785.

Ypey, Adolphus, een Nederlandsch geleerde, een zoon van den voorgaande, geboren te Franeker den 14den Juni 1749, studeerde en promoveerde aldaar in de wis- en natuurkunde en in de geneeskunde en vestigde zich als arts in zijn geboortestad, waar hij in 1772 tot lector in de plantkunde en later ook in de beel- en ontleedkunde werd benoemd. In 1785 volgde hij zijn vader op als hoogleeraar in de wisen vestingbouwkunde. Als aanhanger van het Huis van Oranje in 1795 ontslagen, beoefende hij te Amsterdam de geneeskundige practijk. In 1805 werd hij in het hoogleeraarsambt hersteld. In 1812, een jaar na de opheffing van de hoogeschool te Franeker, werd hij hoogleeraar te Leiden. Behalve verhandelingen in de werken der Hollandsche Maatschappij van Wetenschappen te Haarlem schreef hij: „Introductio in materiem medicam" (1799), „Systematisch handboek der beschouwende en werkdadige scheikunde" (8 dln., 1804), „Handleiding tot de phvsiologie" (1809), „Handboek der materia medica" (1811), „Primae lineae pathologiae generalis" (1816), „Principia anatomico-physiologica" (1817) en „Institutiones medicinae practicae" (1819). Hij overleed den 27sten Februiari 1820 te Leiden.

Ypey, Anne, een Nederlandsch godgeleerde, geboren te Leeuwarden den 278ten September 1760, studeerde te Franeker, was daarna predikant in verschillende dorpen, werd in 1799 benoemd tot hoogleeraar in de kerkgeschiedenis te Harderwijk, vanwaar hij in 1812 bij de opheffing van die hoogeschool verplaatst werd naar Groningen. Van zijn geschriften noemen wij: „Beknopte letterkundige geschiedenis der systematische godgeleerdheid" (3 dln., 1798), „Geschiedenis der Christelijke Kerk in de 18de eeuw" (13 dln., 1797—1815), „Beknopte geschiedenis der Christelijke Kerk in de XVIde eeuw" (1817), „Geschiedenis der Nederlandsche Hervormde Kerk" (met J. J. Dermout, 4 dln., 1819—1827), „Geschiedenis van het patronaatrecht" (2 dln., 1829) en „Historisch bericht aangaande de overgave der Augsburgsche geloofsbelijdenis" (1830). Ook leverde hij „Taalkundige aanmerkingen over verouderde en min verstaanbare woorden in de Statenoverzetting des Bijbels" (1807) met een vervolg (1811) onder medewerking van W. C. Ackersdijk en „Oudheden van Groningen en het Goorecht" (1836). Hij overleed den 5den April 1837 te Groningen.

IJpolders. Zie IJ.

Ypsilanti (Hypsilantis) is de naam van een Grieksch Fanariotengeslacht, dat zijn oorsprong afleidt van het Byzantijnsche keizershuis der Comnenen.

Ypsilanti, Alexander, geboren in 1725, was dragoman bij de Porte en van 1774—1782 hospodar van Walachije, waar hij een wetboek invoerde. Kort vóór het uitbarsten van den Oostenrijksch-RussischTurkschen oorlog van 1790 voor de tweede maal tot hospodar van Walachije benoemd, liet hij zich als gevangene wegvoeren naar Brünn, waar hij tot aan den Vrede van Jassy (1792) vertoefde. Na zijn terugkeer te Konstantinopel kwam hij door zijn plan, om door samensmelting van de Grieken met de Turken een nieuw volk te doen ontstaan, in verdenking bij de Porte en werd in 1805 ter dood gebracht.

Ypsilanti, Constantijn, een zoon van den voorgaande, geboren in 1760, studeerde in Duitschland en vatte het plan op om Griekenland met 8 000 man te bevrijden. De samenspanning werd ontdekt en hij

Sluiten