Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd er te Reykjavik een nationale vergadering bijeengeroepen om over een grondwet, door Denemarken voor IJsland ontworpen, te beraadslagen, in 1854 werd de vrije handel ingevoerd. Deze en andere hervormingen bevredigden echter de IJslanders niet, zij streefden naar een eigen regeering, onafhankelijk van Denemarken, waarmee zij alleen door een personeele unie verbonden wenschten te blijven. Na langdurigen strijd werd een gedeelte van de IJslandsche eischen door den Deenschen Rijksdag en door Christiaan IX ingewilligd. In 1871 werden de financiëele betrekkingen tusschen IJsland en Denemarken geregeld, in 1874 kreeg het land een grondwet, volgens welke het Althing ten opzichte van de wetgeving en de belastingen een zekere mate van zelfstandigheid verkreeg. Een verantwoordelijk minister voor IJsland oefende in naam des konings de hoogste macht uit. Den lstcn Augustus 1874 vierde het land in tegenwoordigheid van den koning het feest ter herinnering aan het 1000-jarig bestaan van de kolonie. De nieuwe grondwet voldeed niet aan de eischen van de nationale partij. Sedert 1885 werden in het Althing, vooral door toedoen van Gudsmundsson, verschillende besluiten tot verandering van de grondwet aangenomen, die echter voor het grootste deel door de Deensche regeering werden verworpen. Eerst de val van de conservatieve partij in Denemarken bracht verandering. In 1902 belegde de koning een buitengewone vergadering van het Althing om te kiezen tusschenhetgrondwetsontwerp,datdoorGudsmundsson ontworpen en door het Althing was aangenomen, en een nog radicaler ontwerp, dat door het Deensche Kabinet Deuntzer was opgesteld. Het laatste ontwerp werd aangenomen. Volgens dit ontwerp zou de minister voor IJsland, die tot dien tijd steeds identiek was geweest met den Deenschen minister van Justitie en in Kopenhagen had gewoond, in IJsland wonen en IJslander van geboorte zijn, het Althing zou uit 2 Kamers (van 14 en 26 leden) bestaan, het kiesrecht werd uitgebreid enz. In 1903 werd deze grondwet door een nieuw gekozen Althing definitief aangenomen. De nationale partij was echter niet bevredigd, zij wenschte de positie van IJsland in het Deensche rijk anders te zien geregeld. Vooral na de scheiding tusschen Zweden en Noorwegen (1905) en den dood van Christiaan IX (1906) trad zij krachtiger op. Tengevolge daarvan werd er in 1906 te Kopenhagen een bespreking gehouden tusschen de leden van het Althing en de Deensche regeering. De nieuwe koning beloofde in zijn troonrede aan de eischen van het land tegemoet te zullen komen en vertrok in 1907 met den Deenschen minister-president Christensen en een aantal Deensche afgevaardigden naar IJsland, waar hij den 30sten Juli tot de instelling van een Deensch-IJslandsche commissie besloot, die een wetsontwerp betreffende IJslands positie in het Deensche rijk, zou voorbereiden. Den 14den Mei 1908 was deze commissie met haar taak gereed. Volgens dit ontwerp zou IJsland een vrij, zelfstandig en onafhankelijk land zijn, het zou met Denemarken een gemeenschappelijken koning hebben en met dit land het Deensche totaal rijk vormen. Verder werden bepalingen opgenomen omtrent de oprichting van een gerechtshof, het naturaliseeren van vreemdelingen, het gebruik van een afzonderlijke handelsvlag enz. Na 25 jaar zou een herziening, na : 37 jaar een verbreking van de overeenkomst mogelijk zijn, echter met uitzondering van de bepaling

omtrent het gemeenschappelijk koningshuis, het ministerie van Buitenlandsche Zaken en het verdedigingswezen. De aanneming van dit ontwerp werd vertraagd, doordat bij de verkiezing van September 1908 de anti-Deensche partij de meerderheid in het Althing kreeg. Tot voorzitter werd Björn Jónsson gekozen. In 1909 was de minister voor IJsland, Hannes Ilafstein, tengevolge van een motie van wantrouwen, genoodzaakt af te treden, tot opvolger werd den 31sten Maart 1909 Jonsson benoemd.

IJslandsche taal- en letterkunde. Zie Noorsche taal en letterkunde.

IJslandsch mos (Cetraria Islandica Ach., Lichen islandicus L.) is de naam van een plant uit de klasse der Korstmossen (zie aldaar). Zij is over geheel Europa verbreid, inzonderheid in het noorden van Europa, vooral op IJsland, in Noorwegen en Zweden, alsmede op de bergen van Duitschland. Dit mos bedekt groote vlakten met zijn onregelmatig gelobd, van boven grijsachtig groen of bruin en van onder witachtig loof, dat uit een leerachtige, eenigszins kraakbeenige zelfstandigheid bestaat. De vruchtjes zijn schildvormig, glanzig bruin en zijn aan den rand van het loof schuin vastgehecht. Deze plant verandert bij het koken in een gelei en dient op IJsland en in Noord-Amerika tot voedingsmiddel, verder is het een huismiddel, dat bij vermagering, chronische diarrhee enz. wordt toegepast; vroeger werd het in de geneeskunst veel bij verschillende soorten borstziekten voorgeschreven. Zijn werking berust op een bittere extractiefstof, cetrarine of cetraarzuur (Cis H160)geheeten, welke stof echter met water kan worden uitgetrokken. Verder bevat het veel mosmeel of lichenine.

Ijsmachine, een toestel voor de bereiding van kunstijs, kan in zijn werking op drie verschillende beginselen berusten. Voor de ijsvorming kan n.1. in de eerste plaats gebruik gemaakt worden van koudmakende mengsels, verder van de uitzetting van samengeperste gassen en eindelijk van het verdampen van vloeistoffen.

De meest eenvoudige toestellen zijn die van de eerste soort. Het met water gevulde metalen vriesvat wordt in een grooter, tegen warmtegeleiding beschermd vat geplaatst, dat het koudmakende mengsel

Fig. 1.

Ammoniak-IJsmachine van Carré.

bevat, en daarin rondgedraaid. Het goedkoopste mengsel is dat van sneeuw of geklopt ijs met keukenzout. In koekebakkerijen, in de huishouding enz. wordt deze methode nog veelvuldig toegepast. Voor

Sluiten