Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de ijsbereiding op groote schaal is zij echter ondoelmatig.

De werking van de tweede soort van ijsmachines berust op het feit, dat de temperatuur van een gas aanmerkelijk daalt, als het zich, zonder toevoer van warmte, onder het verrichten van uitwendigen arïii+oat. Mp.n vftrkriifft .

daardoor een sterk afgekoeld gas, dat op zijn beurt voor ijsvorming kan worden aangewend. Deze zoogenaamde ajkoelingsmachines (zie aldaar) lij den aan een zeer groot steenkoolverbruik, zoodat zij thans nog slechts weinig gebruikt worden.

Bij de machines van de derde soort gaat men uit van het feit, dat bij den overgang van een vloeistof in den damp- of gasvormigen toestand een belangrijke hoeveelheid warmte als latente ver| dampingswarmte wordt cphnnHen. Deze warmte

wordt aan de omgeving

onttrokken; kiest men daarvoor een zoutoplossing, dan wordt deze afgekoeld. Al naarmate nu de gevormde damp door absorptie gebonden of weder tot een vloeistof gecomprimeerd wordt, spreekt men van absorptie- of compressie-ijsmuchines. i ot de eerste behoort de ammoniakijsmachme van Carré (fig. 1) voor klein bedrijf. Uit den ketel A, voor-

welke tegen warmtegeleiding geïsoleerd is, met een zout-oplossing, daar deze de warmte beter geleidt dan water, en zet hierin het vriesvat. Het water in A absorbeert zeer snel het ammoniakgas, en het vloeibare ammoniak in B verdampt. Daarbij wordt zooveel warmte gebonden, dat het water in het

Fig. 2.

Ammoniak-IJsmachine van T* aasz en Littmann.

vriesvat bevriest. Met 1 kg. houtskool kunnen aldus 3 kg. ijs bereid worden. Sedert 1862 bouwt men deze ijsmachines ook voor continu-bedrijf. Hiertoe behoort bijv. de ammoniak-ijsmachine van Vaasz en Littmann (fig. 2). De pomp F zuigt de door absorptie verrijkte ammoniakoplossing uit den absorber E en voert haar door den temperatuurwisselaar G naar

Fig. 3.

Koolzuur-IJsmachine van Vaasz en Littmann.

zien van een thermometer a en gevuld met een salmiak-oplossing, ontwijkt bij verwarming ammoniakgas door b naar den condensator B, geplaatst in het koelvat C en wordt hier tot vloeibaar ammoniak verdicht. Nu plaatst men den ketel A in liet koelvat, vult den cylinder H van den condensator,

den koker A. Het aan ammoniak arme oplossingswater wordt door den druk (tot 14 atmosferen) onder uit den koker geperst en komt, na den temperatuurwisselaar G te hebben doorloopen, weder in den absorber E terug. Het vrijgemaakte ammoniakgas doorloopt den droogcylinder C, wordt dan in den

Sluiten