Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

condensator B vloeibaar gemaakt, verdampt daarna in het buizenstelsel van liet vat D en lost in den absorber E weder op in het oplossingswater. De buizen in D zijn omgeven door een oplossing van keukenzout, waarin de vriesvaten gedompeld worden. Andere typen van deze continu absorptie-ijsmachines, zooals die van Habermann, onderscheiden zich van de genoemde feitelijk slechts door den bouw van den koker en van den absorber. De werking van een compressie-ijsmacliine verklaren wij aan de koolzuurijsmachme van Vaasz enLittmann (fig. 3). Het vloeibare koolzuur stroomt van uitden condensator,na een reductieventiel te hebben gepasseerd, door een buizennet, dat zich op den bodem van den ijsvormer (refrigerator) A bevindt. In deze buizen, waarin de druk belangrijk geringer is dan in den condensator B, verdampt het koolzuur; daardoor onttrekt het aan de zoutoplossing, waarmede de buizen zijn omgeven, zooveel warmte, dat de temperatuur daarvan aanmerkelijk beneden het nulpunt daalt. Uit het buizennet wordt het koolzuur door den compressor C weggezogen, samengeperst en in den condensator B gebracht, waar het onder gelijktijdige waterkoeling weder vloeibaar wordt. In den refrigerator A worden nu de vriesvaten gehangen, waarin het water bevriest.

IJspapier (IJskarton, Alabas ter papier), een stevige papiersoort, welke voor visitekaartjes enz. gebruikt wordt, vervaardigt men door goed gelijmd papier met een warme oplossing van 16 dln. loodsuiker en 1 dl. Arabische gom in 19 dln. water te bedekken en daarna op een warme plaat in een warme ruimte te drogen. Het papier krijgt daardoor een uiterlijk, dat aan ijsbloemen herinnert. Als kleurstof gebruikt men anilineverven, terwijl men de loodsuikerkristalletjes beschermt door hen met dammarlak of zapon te bedekken. Imitatie-ijspapier vervaardigt men door persen met koperen platen, welke kunstmatig van de gewenschte ijsbloementeekening voorzien zijn.

IJsplant of Usbloem. Zie Mesembryanthemeeën.

IJsselsteljn. Nicolaas Jan van, een Nederlandsch rechtsgeleerde, geboren te Goes den 10aen September 1834, studeerde te Leiden in de rechten en in de letteren en promoveerde aldaar in 1857. Daarna werd hij ambtenaar bij het ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid, van 1877—1893 was hij hoofdcommies bij dit departement. In laatstgenoemd jaar werd hem op zijn verzoek eervol ontslag verleend. Hij overleed den ll<ien October 1894. Van zijn werken noemen wij: „De Fransche Protestanten en de Nederlandsche Republiek in den jare 1635" (1857), „Over den invloed van de kerkelijke wetgeving der middeneeuwen en den rechtstoestand in Nederland" (1857) en „Aanteekeningen op het wetboek van strafrecht" (Code pénal) (lste —10ae bundel, 2de deel, latc—5de bundel, 1867— 1892).

IJsspelen noemt men de spelen, welke op het ijs worden uitgevoerd. Het ijsbosselen van de marsbewoners van Sleeswijk-Holstein bestaat hierin, dat een houten, met lood opgevulden bal van 500 gr. zwaarte, de bossel, weg geslingerd wordt en, nadat hij op het ijs is gevallen, verder voort rolt. Geoefende bosslers kunnen de bossel 50 m. ver „fluchten", d. i. werpen vóór zij het ijs raakt, waaran zij dikwijls nog 50 m. verder rolt. Zijn de spelen in een dorp geëindigd, dan wordt een naburig dorp uitgedaagd. Twee

personen geven met vaantjes de richting aan, waarin moet worden geworpen. Afwisselend wordt nu geworpen tot aan een bepaald punt, dat dikwijls kilometers ver van het beginpunt is verwijderd, waarna teruggespeeld wordt. Is de eene partij de andere zoover voor, dat deze haar in één worp niet meer kan inhalen, dan mag de eerste twee worpen doen. Hebben alle spelers, wier aantal schommelt tusschen 30 en 100, geworpen, dan is het spel geeindigd. De winnende partij krijgt den inzet en de bossel van de tegenpartij. Wint zij driemaal achtereen, dan wordt de bossel verguld en in het vereenigingslokaal aan den zolder gehangen.

Verwant met het ijsbosselen is het ijsschieten, één der voornaamste volksspelen in Beieren, Hierbij moet een eikenhouten, met ijzer beslagen schijf van 20—25 cm. doorsnede en 5—10 kg. zwaarte over een gladde ijsbaan naar een doel geworpen worden. Zij mag niet uitsluitend door de lucht worden geworpen, maar moet over het ijs rollend het doel bereiken. Ook hierbij gaat het dorp tegen dorp of ook wel gewest tegen gewest. Overeenkomst met dit spel vertoont het Schotsche curling, het „auld Scotia's national game". Schotland telt honderden curlingclubs, vereenigd in den Royal Caledonian Club. De leden van deze clubs nemen ten opzichte van elkander bepaalde vormen in acht. Bij liet spel worden op een gladde ijsbaan, 40 m. van elkander, twee kegelvormige, houten pennen in het ijs gedreven. Daaromheen beschrijft men een aantal concentrische cirkels, waarvan de grootste een straal van 2 m. heeft. 2 m. achter ieder der doelpunten wordt een plank in het ijs bevestigd om den spelers steun te geven. Zij verdeelen zich in twee groepen. Iedere groep heeft 2 granieten steenen in den vorm van een Zwitserscli kaasje. Zij hebben een omtrek van 80—160 cm. bij een gewicht van 12—20 kg. en zijn aan de bovenzijde van een handvat voorzien. De steenen der beide partijen zijn door de kleur van elkander onderscheiden; die van eenzelfde partij door een kenteeken. Elke steen, welke de eindstreep, op 7 m. van de doelpunten, niet heeft gepasseerd of buiten den buitensten cirkel van het vijandelijke doelpunt is gekomen, geeft geen punt. Een scheidsrechter doet de uitspraak.

Bij het ijshockey zijn de spelers op schaatsen. De bal heeft een gewicht van 150—160 gr. en een omtrek van 23—-24 cm. Overigens wordt het gespeeld als hockey- en bandy (zie aldaar).

Ook polo en andere balspelen worden op het ijs gespeeld.

IJssport. de sport welke op het ijs beoefend wordt, omvat o. a. het schaatsenrijden (zie Schaatsen), de ijsspelen (zie aldaar) en het ijszeilen (zie aldaar).

Ystad. een stapelplaats aan de zuidkust van de Zweedsche provincie Malmöhus, is door spoorwegen naar Eslöf en Malmö verbonden met de lijn Stockholm—Malmö en door een spoorweg naar Tomelilla met de lijn Christianstad—Brösarp. Zij bezit 2 oude kerken, een middelbare school, veel nijverheid, handel en scheepvaart en (1905) 10 290 inwoners. De plaats heeft een geregeld stoombootverkeer met Stockholm, Kopenhagen, Lubeck, Hamburg en Bornholm. Zij wordt reeds omstreeks 1240 vermeld.

Ystradyfodwg-. Zie Rhondda.

Ijstijd of Glaciaaltijd, een periode van den ouderen düuvialen tijd, omvat het tijdvak, waarin de gletschers de grootste verbreiding hadden. Uit de

Sluiten