Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk samengegroeid zijn en korte, krachtige vleugels, waarmede zij snel kunnen vliegen. Hun kleur is levendig en schitterend. Zij leven van insekten, weekdieren en visschen alsook van kleine zoogdieren, vogels en reptielen.

De gewone of Europeesche ijsvogel (Alcedo ispidaL.) is slechts 17 cm. lang. Het is de eenige soort, die in Europa voorkomt. Hij leeft in geheel Europa, met uitzondering van het hooge Noorden, aan de oevers van rivieren en meren. Ook in een groot gedeelte van Azië en Afrika wordt hij aangetroffen.Het mannetje, dat tot de fraaiste vogels van Europa behoort, is metaalglanzend, op den kop, de schouders, de vleugeldekveeren en den staart donker blauwgroen met groenachtig blauwe vlekken, midden op den rug helder blauw en aan de buikzijde wit. Het wijfje is matter en onzuiverder. Zijn nest is een eng hol, van binnen met zachte vischgraten bedekt. Het wijfje legt in Mei of Juni 6—7 groote, witte eieren, welke het in 14—16 dagen uitbroedt. Jong gevangen vogels wennen zich gemakkelijk aan gevangenschap. Bij de ouden vormde de ijsvogel het onderwerp van vele mythen en sagen. Ook schreef men hem vele goede eigenschappen toe: het afleiden van den bliksem, het vermeerderen van de vischvangst enz. De meeste ijsvogels leven in warme landen. Bekend is vooral de Grauwe Visscher (Ceryle rudis Boie) uit het Nijlgebied. In de dierentuinen ziet men dikwijls den Reuzen-ijsvogel (Halcyon giganteus Lath.) uit Australië, een vertegenwoordiger der Jager-ijsvogels (Halcymiinae). Hij is 45—47 cm. lang, waarvan 16 cm. op den staart komen en van boven vuil roestkleurig getint.

IJswolken. Zie Wolken.

IJszee of Poolzee is de naam voor de zeeën, welke de beide polen omgeven. De Noordelijke IJszee of Arctische Poolzee grenst aan de N.lijke kusten van Azië, Europa en Amerika. Met den Grooten Oceaan is zij verbonden door de Beringstraat, met den Atlantischen Oceaan door de Davisstraat, de Denemarkenstraat en door de breede doorvaart tusschen IJsland en Noorwegen. Ten N. en O. van Spitsbergen peilde Nansen diepten van meer dan 3000 M. Ook tusschen Spitsbergen en Groenland bevindt zich een diep bekken. De Amerikaansche helft van de Noordelijke IJszee is nog niet onderzocht. De gemiddelde jaartemperatuur van de lucht boven de IJszee bedraagt volgens Nansen —19° C. met uitersten van gemiddeld —35° C. en —0,7° C. De ijsvorming reikt in den winter tot aan het Z. van NovaZembla. Toch heeft men op grootere breedten ook des winters open plekken gevonden. In het warmere jaargetijde volgen reusachtige ijsmassa's de poolstroomingen: den O. Groenlandschen stroom tot Kaap Farewell en den Labradorstroom Z.waarts tot : de route, welke de New-Yorksche stoomschepen nemen. De overgroote ijsmassa schijnt echter vanaf i de Beringstraat dicht langs of over de pool naar : Groenland te drijven. Siberisch hout wordt n.1. op i Groenland, Spitsbergen en IJsland als drijfhout ge- ] vonden.

De vertikale temperatuurverdeeling in de Noordelijke IJszee is zeer opmerkelijk. Een bovenste ] laag van ongeveer 100 m. dikte is zeer koud (—1,6° i tot —1,9° C.) en weinig zoutrijk. Zij bestaat wellicht uit smeltwater, vermengd met het zoete water ï van de Siberische rivieren. Daarop volgt een warme- * re (+ 1° tot —1° C.) en meer zout houdende laag, (

waarschijnlijk afkomstig van den Golfstroom. De flora van de IJszee is betrekkelijk rijk ontwikkeld. Kjellmann noemt 260 soorten van algen, welke hier en daar in massa's voorkomen en bijv. aan de kust van Spitsbergen nog op een diepte van 270 m. worden aangetroffen. Ook aan dieren is de IJszee rijk. Naast drie soorten walvisschen komen robben en zeeotters voor, van de visschen de kabeljauw en de ijshaai; verder mossels, polypen,stekelhuidigen enz., welke het hoofdvoedsel van de walvisschen vormen.

De Zuidelijke IJszee, Zuidpoolzee of Antarctische Poolzee heeft geen landgrenzen; zij staat met den Atlantischen, den Indischen en den Grooten Oceaan in open verbinding. De groote massa ijsbergen, welke, met aarde en steenen beladen, N.waarts drijven, maakte de aanwezigheid van een groot antarctisch vastland a priori waarschijnlijk. Rosz (1839—1893) was de eerste ,die dit vasteland bereikte, n.1. de kust van \ ictorialand, met geweldige vulkanen, kon hier echter niet verder doordringen. Aan kapitein Scott gelukte het daarentegen in 1902 over het landijs met sleden 82°17' Z.Br. te bereiken, terwijl luitenant Shackleton er in October 1908 in slaagde met een motorslede tot 88°23' Z.Br. door te dringen. De Duitsche diepzee-expeditie peilde ten Z. van Afrika en van den Indischen Oceaan diepten van bijna 6000 m. De temperatuurverhoudingen van het water komen geheel met die van de Noordelijke IJszee overeen; de luchttemperatuur schijnt nog lager te zijn. Ijsbergen komen jaarlijks tot 60°, zelfs 40° Z.Br. N.waarts drijven. Uit het verloop van de grens van het drijfijs heeft men afgeleid, dat ten Z. van NieuwZeeland en Z.W.lijk van Kaap Horn warme stroomen naar de IJszee loopen.

IJszeilen. Zie Wintersport.

Ytteraarde. Zie Yttrium.

Ytterbium (scheikundig teeken Yb) is een metalliek scheikundig element met het atoomgewicht 171,7, dat in de yttrium bevattende delfstoffen voorkomt en moeilijk af te scheiden is. Zijn zouten zijn üeurloos en hebben geen absorptiespectrum. Zijn sxied (Yb203) is het hoofdbestanddeel van de vroeger voor een elementair oxied gehouden erbienaarde.

Ytterspaat (Xenotim), een mineraal, bestaanle uit phosforzuur yttrium (YP04), komt voor in •ood- tot geelbruine tetragonale kristallen. Zijn hardïeid bedraagt 4,5, zijn soortelijk gewicht 4,5—4,7. Iet wordt gevonden in granietgangen, vooral te literö in Noorwegen en te Ytterby in Zweden.

Yttrium, een metaal, dat in de scheikunde aan;eduid wordt door het atoomteeken Y, vindt men in ;ado]iniet en yttrotitaniet, als phosforzure ytter-arde in ytterspaat, als tantalaat en niobaat in ytrotantaliet, als silicaat in orthiet enz. Het vormt net zuurstof yttriumoxied (yttria, ytteraarde Y203). )it is een wit of geelachtig wit, onsmeltbaar poeder, [at met zuren kleurlooze, goed kristalliseerende, uur reageerende zouten vormt met een zoeten, salentrekkenden smaak. Het is door den Zweedschen latuurkundige Gadolin in 1794 ontdekt en wordt geruikt bij de vervaardiging van Nernstlampen. Yu (Chineescli Yustein) is de naam, welke aan ephriet en jodeït, ook wel aan groen jaspis en a\renurien gegeven wordt.

Yuan-Sji-Kai of Joeantsikai, een van de leest hervormingsgezinde staatslieden van China, 'erd in 1894 aanvoerder van de 7500 man keurroepen, welke majoor D. v. Hanneken te Sjantoeng

Sluiten