Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vlechtwerk gebezigd. Van deze soort komen vele tuin vormen voorals: recurvifolia, pendula, angustifolia, striata, plicata, nolilis, rubra en variegato. Voorts noemen wij Y. tomenlosaL.metdezelfde groeiplaats, die zich onderscheidt door een zeer korten stam en smalle, vaak in een stekende puntuitloopende,vezelige bladeren met een gekleurden rand en met langgesteelde, in een enkelvoudige aar gerangschikte bloemen, — de op Aloë gelijkende, maar rijk bloeiende Y. aloëfolia, — en Y. filammtosa L. of de Virginiaansche palmlelie, een halfheester met opstaande, eenigszins achterwaarts gebogen, smalle

bladeren, die met bruine, vaak spiraalsgewijs gekronkelde draden zijn bezet, en eene bloemstengel met geelachtig witte bloemen voortbrengt. Eindelijk vermelden wij Y. draconis L. of de woestijnpalm, ter hoogte van 3 tot 12 m., met lijnlancetvormige bladeren ter lengte van 46 cm. die een fraaie kroon vormen. Deze plant, welke men eveneens in ZuidAmerika aantreft, vormt in de Maja-

véwoestijn met de cactus nagenoeg den geheelen plantengroei. Van het hout der stammen vervaardigt men in Californië het Yuccapapier. Nog vermeldenswaard zijn: Y. Whipplei uit Arizona en Y. Eanbury uit Mexico. De vermeerdering geschiedt door uitloopers.

Yug'a is in het Sanskriet de naam voor een onbepaalde tijdruimte. De Brahmanen nemen, evenals de Grieken en Romeinen (zie Tijdperk) aan, dat er vier zulke perioden of yuga's bestaan hebben. In de eerste periode, de kritayuga, heerschte er rechtvaardigheid en werden alle plichten trouw vervuld, in de tweede, de trêtayuga, wordt de rechtvaardigheid een vierde minder en beginnen de offeranden, in de derde, de dvaparayuga, is van de oorspronkelijke rechtvaardigheid slechts de helft over, de hartstochten ontwaken, godsdienstige oefeningen en offerplechtigheden houden de mensclien bezig, in de vierde, de kaliyuga, de tijd, waarin wij leven, wordt de rechtvaardigheid steeds geringer, de voorschriften van de Veda's worden niet meer opgevolgd en de zonde en de ellende nemen voortdurend toe.

Yukon Zie Jukon.

Tule, sir Henry, een Engelsch aardrijkskundige, geboren den l8,en Mei 1820 te Inveresk bij Edinburg, vertrok als officier bij de genie naar Bengalen, begeleidde Ptoire als diens secretaris naar het hof van Ava en keerde in 1862 met den rang van kolonel naar Europa terug. In 1875 kreeg hij levenslang zitting in den Raad van Indië. Sedert 1877 was hij voorzitter van de Hakluyt Society. Hij overleed te Londen den 308""11 December 1889. Van zijn werken noemen wij: „Narrative of the mission to the court

Yucca.

of Ava in 1855"(1858), „Cathay and the way thither etc."(2 dln., 1866), „The book of Sir Marco Polo etc."(vertaling met commentaar, 2 dln., 1871, 2de druk 1875), „Geographv and historv of the regions on the Oxus"(1872) en „The diary of William Hedges"(3 (lln., 1887—1889).

Yunnan of Junnan, de meest zuidwestelijke provincie van het Chineesche rijk, grenst in het N. aan Tibet en Sz'tsjwan, in het O. aan Kweitsjou, in het Z. aan Tonkin en de Sjanstaten en in het W. aan Birma. De oppervlakte bedraagt 396 700 v. km., het aantal inwoners ongeveer 12 millioen. Het W. wordt door evenwijdige, van het N. naar het Z. loopende bergketens, behoorende tot het bergstelsel van Achter-Indië, doorsneden, waarin men toppen vyidt van 4—6000 m, hoogte. Zij worden in dezelfde richting door den bovenloop van de rivieren de Saloeen en de Mekong doorstroomd. Het O. is een heuvelachtige hoogvlakte, die voor het grootste deel uit kalksteen bestaat, haar afwatering wordt gevormd door de Songkoi en door de beide bronrivieren van de Sikiang. De bovenloop van de Yangtsekiang vormt gedeeltelijk de noordelijke grens. Van de talrijke meren zijn de örrhai, de Tiënsji en de Fuhienhu de belangrijkste. Men vindt in deze provincie uitgestrekte bosschen. Yunnan is rijker aan metalen, dan de overige provincies van China,; het distrikt Kutsing bevat veel koper, lood, zink en zilver, in het Z.W. liggen 7 kopermijnen, tusschen de Mekong en de Saloeen vindt men zilvermijnen; ten N.O. van Songkoi op een plateau van 1600 m. liggen belangrijke koper-, tin-, zilver-, en ijzermijnen, bij Möngtse heeft men tin-, zilver- en loodmijnen, bij Tsoehsioengkoper- en zilvermijnen. Verder is het land rijk aan robijn, topaas, saffier, nefriet, marmer, steenkool en zout. De vruchtbaarheid van Yunnan is minder groot dan van de overige Chineesche provincies.

De bewoners zijn voor het grootste deel Chineezen, verder zijn er eenige honderdduizenden Mohammedanen, die door de Birmanen en de Europeanen Panthai, door de Chineezen Choitsu worden genoemd. De taal en het schrift van de Panthai is zeer oud en verwant met het Arabisch, zij belijden den Sunnitischen Islam. Vele inheemsche stammen staan alleen in naam onder Chineesche heerschappij. De Franschen geven zich veel moeite om deze provincie van Tongkin uit toegankelijk te maken. Een spoorweg van uit Tongkin is tot aan de grens bij Laokai voltooid en zal tot aan de hoofdstad Yunnan doorgetrokken worden. De plannen van de Engelschen om spoorwegen van uit Indië of Birma aan te leggen, waren tengevolge van de gesteldheid van den bodem, tot nu toe onuitvoerbaar. De stad Möngtse werd in 1889 voor vreemdelingen geopend.

Yunnan, vroeger het rijk Tsjin, werd eerst in 109 v. Chr. met China vereenigd, doch was later herhaaldelijk onafhankelijk, totdat het in 1254 door de Mongolen voor goed werd onderworpen; de Mongoolsche dynastie heeft zich in Yunnan en Sz'tsjwan liet langst (tot 1371) staande gehouden. Ook tegen China kwamen de bewoners van Yunnan herhaaldelijk in opstand, zoo in 1673 en 1674, toen Wu Sankueis tot erfelijk vorst vanYunnan en Sz'tsjwan werd gekozen. Toen in 1853 de Mohammedaansche bewoners, tengevolge van onderdrukkingen door de Chineezen, opstonden, ging het land voor China verloren. Er ontstonden 2 rijken, die in 1869 door Soelaiman xbn-i Abdoer-Iiahman vereenigd werden. In 1872 echter

Sluiten