Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veroverden de Chineezen de hoofdplaats Talifoe en herstelden hun heerschappij. Van 1867—1868 werd het land door Garnier onderzocht, die er dwars doortrok, terwijl in 1867 de Engelschen onder Sladen slechts tot aan de grens kwamen. Margary werd in 1875 gedood. Later werd Yunnan bereisd door kapitein GUI, Baber en de expeditie van graaf Bela Széchényi. In den laatsten tijd doen Fransche onderzoekers van Tonkin uit en Engelsche onderzoekers van Opper-Birma uit er wetenschappelijke onderzoekingen.

Yunnan. de hoofdstad van de gelijknamige Chineesche provincie, gelegen op den N. oever van het meer Tiënsji, is de zetel van den gouverneur-generaal van Yunkwei en van den gouverneur van Yunnan. Het is bekend door de vervaardiging van zijden stoffen en van de beste tapijten van China. Ook drijft het een belangrijken handel met Birma, waarheen ruwe zijde, zijden stoffen, tapijten, thee, koper, kwik, verfstoffen enz. worden uitgevoerd en van waar katoen, ivoor, was, edelgesteenten, vogelnestjes enz. worden ingevoerd. De plaats, welke door een muur van 10 km. is omgeven en die ook overigens goed versterkt is, telt naar schatting 200 000 inwoners.

Yuracares is de naam van een Indiaanschen volksstam in Bolivia, dieTtusschen de bronnen van de Beni en die van de Mamore, op de noordelijke helling van de Andes van Cochabamba is gevestigd. De Yuracares behooren tot den stam van de Antisanen; zij bezitten een groote gestalte, een blanke huid, een evaal gelaat met een rechten neus en een fleren gang. Zi j leven in de bosschen en houden zich voornamelijk bezig met jacht en vischvangst.

Yurmungander of Jörmungandr. Zie Jörmungandr.

Yurnari, een territorium in Venezuela, gelegen tusschen Britsch-Guyana in het O., den Siërra Imataca in het N. en de Caroni in het Z. en W., telt op een oppervlakte van 210 200 v. km. (1905) 24 837 inwoners. Het is belangrijk door zijn goudgroeven, vooral bij El Callao en Nueva Providencia. De hoofdstad is Guacipati op den linker oever van de Yuruari; het is door een spoorweg met Gayana vieja aan den Orinoco verbonden.

Yuruks (= zwervers) is de naam van een nomadenvolk in Klein-Azië, dat in tenten, vervaardigd uit geitenhaar, leeft. Zij houden zich voornamelijk bezig met veeteelt, vooral van dromedarissen, schapen en geiten, en met het vervaardigen van tapijten, matten en vlechtwerk. Hun voornaamste voedsel is melk en kaas. Aan landbouw wordt weinig gedaan, de jacht is daarentegen een belangrijk middel van bestaan. Hun kleeding bestaat uit een kort, bruin, vilten buis, een breeden leeren gordel, waarin de wapens gestoken worden, een korte, vilten broek en in den winter wollen kousen. De Yuruks zijn Mohammedanen. Zij hebben een afkeer van den krijgsdienst. Door de Turken worden zij veracht; huwelijken tusschen beide volken hebben niet plaats. Zij bezitten een oude taal, die geheim gehouden wordt Door hun middelmatige grootte, bruin haar en lange hoofden verschillen zij van de Turkmeensche nomaden van oostelijke Klein-Azië, die door de Turken eveneens luruks worden genoemd. Hun vrouwen en meisjes dragen geen sluier. Volgens Luschan is deze stam uit Indië of een van de naburige landen afkomstig en verwant met de Zigeuners. Eigenaardig is de gewoon¬

te den schedel der kinderen te omwikkelen, zoodat deze een anderen vorm krijgt.

Yurumi. Zie Miereneter.

Y van. Henry, een Fransch schrijver, schrijvende onder het pseudoniem Théodore Henry, geboren in 1849 te Montpellier, schreef het eerst in de „Petit Marseillais." Vervolgens werd hij hoofdredacteur van de „Opinion nationale". Van zijn werken noemen wij de romans: „La duchesse Hélène"(1879), „La belle Miette"(1880), „Les chauffeurs"(1882), „Le parricide de Saint-Barnabé"(1886) en de tooneelstukken: „La belle.Miette" (1874), „Gaspard di Besse"(1875), „Les nuits du boulevard"(met Zaccone, 1880), „La celluie no. 7"(eveneens met Zaccone, 1881), „Les bandits de Paris"(1894) .„Championnet" (1898), „Les violettes"(1900) en „La balona"(1901).

Yver. Coletie, een Fransch schrijfster, geboren den 28eten Juli 1874 te Segré (Maine-et-Loire), met den waren naam Antoinette Huzard, geboren de Bergevin, schreef verschillende feministische romans, waarin het leven der Parijsche vrouwelijke doktoren geschilderd wordt. Wij noemen van haar: „Les cervelines"(1903), „Comment s'en vont les reines" (1905), bekroond door de Académie, en „Princesses de science"(1907).

Yverdon (in het Latijn: Eburodunum, in het Duitsch Iferten), een stad in het Zwitsersche kanton Waadt, ligt 439 m. boven den zeespiegel, 28 km. ten N. van Lausanne, aan het meer van Genève op de plaats, waar de Orbe in het meer uitmondt, en aan drie spoorwegen. Men vindt er een slot (van 1805— 1825 het beroemde opvoedingsgesticht van Pestalozzi) met een bibliotheek, Romeinsche oudheden, overblijfselen van paalwoningen, een standbeeld van Pestalozzi, een gymnasium, een hoogere burgerschool, eenige nijverheid en (1900) 7980 inwoners.

Ijverzucht is de hartstochtelijke gemoedstoestand, gewoonlijk met vrees en haat gepaard, welke ontstaat bij personen, die met blinden ijver streven naar het bezit van het een of ander, terwijl zij zich door anderen tegengewerkt of bedreigd achten. Zij kan op zeer uiteenloopende dingen, als roem, voordeel, macht enz. betrekking hebben. Meer in het bijzonder wordt het woord echter gebruikt tot aanduiding van verhoudingen, die in de liefde of vriendschap haar oorsprong vinden.

Yvetot. een arrondissementshoofdstad in het Fransche departement Seine Inférieure, aan den spoorweg van Parijs naar Havre gelegen, is de zetel van een sousprefect en van een paar rechtbanken, heeft een bibliotheek, een seminarium, onderscheiden fabrieken van geweven stoffen en ververijen, handel in graan en linnen en (1906) 6548, als gemeente 7133 inwoners. Deze stad vormde vroeger met een klein grondgebied eeuwenlang een souverein vorstendom, door het volk het koninkrijk Yvetot geheeten. Volgens de sage verleende de Frankische koning Chlotarius I in 534 den koningstitel aan de erfgenamen van Walter van Yvetot, dien hij te Soissons vermoord had. Waarschijnlijk echter hebben de heeren van Yvetot eerst in de 14'ie eeuw dien titel aangenomen, dien zij onder Lodewijk XI en zijn opvolgers behielden. In 1681 ontnam het Parlement aan dit rijkje de souvereiniteit, maar verklaarde het tevens tot een vrij goed, welks bezitters zich princes d' Yvetot mochten noemen, terwijl de ingezetenen waren vrijgesteld van de rijksbelastingen. Die toestand is dezelfde gebleven tot aan de Revolutie.

Sluiten