Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koolstofarm wit ruwijzer of sterk gefijnd ruwijzer met gaarfrisschen alleen volstaan kan worden (eeninaalsmellerij). Wil men inplaats van smeedijzer staal bereiden, dan vervalt steeds het gaarfrisschen en heeft men een- of tweemaalsmelterij op staal. Het haardfrisschen wordt alleen in sommige houtrijke streken van Zweden, Stiermarken enz. nog toegepast, maar ook dan nog slechts voor de bereiding van ijzersoorten, welke aan bijzondere voorwaarden moeten voldoen, zooals het Zweedsche ijzer voor hoefnagels, het Stiermarksche ruwstaal, het Russische glansblik enz.

Wegens den hoogen prijs van de houtskool, heeft men getracht steenkool voor het haardfrisschen te gebruiken. Daar echter het ruwijzer door zijn zwavelgehalte niet rechtstreeks met steenkool in aanraking mag komen, heeft men de oplossing gezocht en gevonden in het puddelovenproces. Het puddelen (Engelsch lo puddle = roeren) werd in 1784 door Cort en Parnell in Engeland in praktijk gebracht. Het berust op het ontkolen van het in den werkhaard van een vlamoven gesmolten ruwijzer door de atmosferische lucht. De werking daarvan wordt verhoogd door roeren van een kruk met de hand of met een machine. Het scheikundig proces verloopt bij het puddelen op dezelfde wijze en in dezelfde opeenvolging als bij het haardfrisschen. De thans in gebruik zijnde puddelovens zijn vlamovens. Die met rechtstreeksche verwarming door steenkool (reverbeeroven) zijn meer en meer in onbruik geraakt, omdat ter bereiking van een hooge temperatuur een goede brandstof noodig is, welke niet overal ter beschikking staat, terwijl bovendien zich de noodzakelijkheid voordeed om goedkooper te produceeren. In de tegenwoordige vlamovens wordt brandstof van mindere hoedanigheid (bruinkool enz.) in brandbaar gas omgezet, dat door toevoeging van verhitte lucht (gasoven) of na het eerst samen met lucht te hebben verhit (regeneratorgasoven) wordt verbrand. De regeneratorpuddeloven (fig. 6) berust op het beginsel, dat de warmte van de verbrandingsprodukten wordt opgenomen door lagen vuurvaste steen, welke haar dan overdragen aan de gasvormige brandstof en de voor de verbranding daarvan en van de koolstof in het ruwijzer benoodigde lucht. Daardoor wordt naast een hoogere temperatuur een besparing aan brandstof verkregen. M is de haard; de verbrandingsprodukten gaan door de kanalen x en y naar twee naast elkander liggende kamers — in de afbeelding is er slechts één, R', zichtbaar — van den regenorator. Hier verwarmen zij een aantal boven elkander gelegen lagen vuurvaste steen, waarmee zij langs B, C en d den schoorsteen bereiken. Tegelijkertijd stroomen generatorgassen — de generator zelf is in de afbeelding niet zichtbaar — en koude lucht door de beide reeds verhitte kamers L' naar den haard. Hebben deze kamers haar warmte daaraan afgegeven, dan wordt met behulp van de ventielen Z de richting van den gas- en den luchtstroom omgekeerd, zoodat zij de thans verhitte kamers R' passeeren. De verw armde lucht treedt uit door x, het verwarmde gas door y. De vlam, welke bij zijn verbranding ontstaat, trekt over den haard M. De verbrandingsprodukten stroomen in de afgekoelde kamers L',welke zij verwarmen enz. Nadat nu de arbeider het gefijnde of het puddelruwijzer in den oven heeft geschept, stapelt hij het pijlervormig aan de zijden van den haard op, zorg

dragende, dat het midden vrij blijft. De afzonderlijke stapels moeten onderling zooveel mogelijk gescheiden zijn, opdat het ruwijzer aan alle zijden door de vlammen en de lucht kan worden omspoeld. De haard wordt daarna afgesloten, steenkool op het rooster gebracht en de oven in werking gesteld. Na ongeveer 20 minuten begint het ijzer te smolten en op den haard te druppelen. Met een haakvormige stang tracht de arbeider dan door een opening in den oven de stukken ruwijzer aldus te keeren, dat het ijzer niet te snel smelt. Daarop begint het eigenlijke puddelen. Het bestaat hierin, dat het gesmolten ijzer met toegevoegde slak, en die, welke bij het smelten is ontstaan, wordt gemengd en telkens omgezet om aldus steeds andere gedeelten van het mengsel met de lucht in aanraking te brengen. Om aan het handpuddelen te ontkomen, heeft men roertoestellen vervaardigd, welke echter niet geheel voldoen. Doelmatiger zijn roteerende puddelovens, door den Zweed Oestlund uitgevonden. Zij vonden echter eerst verdere verspreiding toen de Amerikaan Danks in 1871 zijn roteerenden puddeloven (fig. 7) bouwde. Hij bestaat uit een cylindervormigen rotator, voorzien van een voering van roodijzererst. Met behulp van het tandrad h wordt hij door een stoommachine in beweging gebracht. Hij is met den vuurhaard f rechtstreeks verbonden. Door het beweegbare, aan de ketting c hangende afvoerkanaal b worden de verbrandingsprodukten naar den schoorsteen gevoerd. De voordeelen van deze ovens zijn een belangrijk grootere productie en besparing van brandstof en arbeidsloon; bovendien wordt een goed smeedbaar ijzer verkregen. Daartegenover staan de nadeelen van groote kosten van aanleg en onderhoud.

Het puddelen wordt zoolang voortgezet, tot het ijzer deegachtig is geworden. Dan wordt het vuur versterkt. Het ijzer wordt taaier; het verkrijgt de eigenschap van samen te kleven of, zooals men zegt, te wellen. Het bakt tot kleine klompen samen, welke tot grootere vereenigd worden. Deze schuift de arbeider naar de warmste plaatsen van den haard, om hen weeker te maken. Bovendien drukt hij er de slak uit. Wanneer al het ijzer aldus in klompen (ballen, wolf, loepe) van 30—40 kg. is verdeeld, wordt de temperatuur opnieuw verhoogd, opdat, de afzonderlijke ijzerdeeltjes zich inniger verbinden zullen. De ballen worden dan met een groote tang uit den oven gehaald en snel onder den hamer of de pers, somtijds ook terstond tusschen walsen gebracht. Bij den roteerenden puddeloven brengt men in den rotator, evenals bij het handpuddelen, 300 kg. ruwijzer met een toeslag van roodijzersteen en laat hem in het begin zeer langzaam rondwentelen, Treedt de smelting in, dan vermeerdert men de snelheid tot ongeveer 2 toeren per minuut. Daarna verhoogt men de temperatuur, zet den oven stil om de slak af te steken en verhoogt bij 10 omwentelingen per minuut de temperatuur opnieuw. Bij verminderde temperatuur en omwentelingssnelheid voegen de ijzerdeeltjes zich samen tot een klomp. De welpuddeloven (fig. 7) onderscheidt zich van de beschrevene voornamelijk door de grootere afme tingen van het rooster A en doordat de slak rechtstreeks door het kanaal c, dat den haard B met den schoorsteen D verbindt, wordt afgevoerd. De lading kan 260—1500 kg. en meer bedragen; men maakt 12—13 ladingen in 12 uur. Het hier beschre-

Sluiten