Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IJzeraluin. Fe23 S0,K2S04 + 24 H20, een dubbelzout van overeenkomstige samenstelling als de gewone aluin, wordt verkregen door een met zwavelzuur aangezuurde oplossing van ferrosulfaat met salpeterzuur te oxydeeren en daarna kaliumsulfaat toe te voegen. Het vormt kleurlooze kristallen, welke zich bij het liggen aan de lucht met een geel poeder bedekken en ontleedt bij verhitting licht in basisch dubbelzout, normaal ferrisulfaat en zwavelzuur. De overeenkomstige ammoniakijzeraluvn, Fe, 3 S04 (NH4)2 S04 + 24 H20, kristalliseert gemakkelijker, is bestendiger en vindt toepassing in de ververij en in de geneeskunde.

IJzerbereiding-, Zie IJzer.

IJzerbromied (Ferribromied, Fe Br3) ontstaat bij de inwerking van broom op ijzerbromuur. Het vormt donkerroode kristallen en gedraagt zich in hoofdzaa,k als ijzerchloried (zie aldaar). Het vindt toepassing in gevallen van bleekzucht.

Ijzerbromuur (Ferróbromied, Fe Br2), ontstaat bij liet verhitten van ijzer in broomdamp. Het is geel, bladerig kristallijn en tamelijk moeilijk smeltbaar. Onder afsluiting van de lucht kan het gesublimeerd worden. Uit zijn oplossing scheidt het zich af in den vorm van bleekgroene kristallen van de samenstelling Fe Br2 + 6 H20.

IJzercarbid. ZieCarbiden.

IJzercarbonyl. Zie IJzerkooloxied.

Ijzerchloried (Ferrichloried. Fe Cl3) komt in de natuur slechts zelden voor. Het wordt bereid door metalliek ijzer in een chloorstroom te verhitten. Bij ongeveer 285° C. gaat het, zonder vloeibaar te worden, in damp over en zet zich op de koudere plaatsen van den toestel af als metaalglanzende, grauwzwTarte blaadjes (ierrum sesquiehloratum sublimatum, flores Marlis, Ens martis der alchimisten), welke in doorvallend licht granaatrood zijn. Een , oplossing van ijzerchloried verkrijgt men ook door 1 ijzeroxied in zoutzuur op te lossen en de oplossing •] te behandelen met chloor. De geconcentreerde, don- 1 ker bruingele oplossing wordt als liquor ferri ses- ( quichlorali in de geneeskunde gebruikt. Zij heeft een \ ijzergehalte van 10 % en een soortelijk gewicht van f 1,280—1,282. Ijzerchloried is gemakkelijk oplos- 1 baar in water, alkohol en aether. Het vervloeit aan t de lucht tot een donkerbruine, olieachtige vloeistof, e welke vroeger als oleum Martis of liquor stypticus \ Lofi in de geneeskunde in gebruik was. Het dient a voor de bereiding van verschillende staalpraepara- k ten. Technisch gebruikt men het voor de metallur- h gie van het koper uit zijn ertsen, in de ververij, als d bijt- en etsmiddel voor metalen, alsmede ter ont- d smetting. Sterk verdunde oplossingen van ijzerchlo- s] ried ontleden bij verwarming door dissociatie in 0 zoutzuur en ijzerhydroxyd. Scheidt men daarna het t( zoutzuur door dialyse af, dan verkrijgt men een oplossing van kolboïdool ijzeroxied. Met salmiak vormt d> het granaatroode kristallen van ammonium ijzer- b: chloned (Fe Clj^NHjCl + H20). Dampt men een flj oplossing van 9 dln. liquor ferri sesquichlorati en 32 m aln. salmiak in, dan verkrijgt men kristallen van di ammonium chloratum f erratum. Het bevat ongeveer bi 2,5 % ijzer en vindt toepassing als geneesmiddel, bij d( de bereiding van de Bestusjewsche zenuw-tinctuur se (zie aldaar) en als bloedstillend middel. Bij het dige- m reeren van ijzerchloriedoplossingen met ijzerhydroxyd ontstaan basische ijzeroxychlorieden. Zulk to een praeparaat met een ijzergehalte van ongeveer va

1 3,5 % en een soortelijk gewicht van 1,050 vindt als 5 liquor ferri oxychlorati toepassing in de geneeskunde.

IJzerchloruur (Ferrochloruur, Fe Cl2) komt ^ in de natuur in meteoorijzer voor. Het ontstaat, wan- neer droog chloorwaterstofgas geleid wordt over , gloeiend ijzer, waarbij het zich in den vorm van [ kleine, witte kristallen op de koudere deelen van den 1 toestel afzet. Een groene oplossing van ijzerchloruur ontstaat door blank smeedijzer in zoutzuur te brengen. De oplossing wordt snel ingedampt en levert bij het afkoelen groenachtig witte kristallen van de samenstelling Fe Cl2 -)- 4 H20. Zij vervloeien aan de lucht en zijn gemakkelijk oplosbaar in alkohol en aether. De waterige oplossing wordt aan de lucht geel onder vorming van ijzerchloried. Het chloruur vindt toepassing bij de metallurgie van koper uit zijn ertsen.

IJzerconstructies noemt men alle constructies van hoog- en bruggenbouw, waarbij het ijzer als hoofdmateriaal gebruikt is. Bij steen- en houtconstructies daarentegen vindt het alleen als hulpmateriaal toepassing. Het voornaamste voordeel van het ijzer bestaat, naast zijn toenemende goedkoopte, in zijn belangrijke trek- en drukvastheid en ook hierin, dat het in alle gewenschte vormen kan worden gebracht. Daartegenover staat, dat men er nog niet in geslaagd is om het voor alle omstandigheden een vorm te geven, welke den kunstzin bevredigt, vooral als het noodig is naast ijzer ook andere materialen te gebruiken. Aan een „ijzerstijl" kan dan ook thans, vooral na de uitvinding van het gewapend beton, niet meer gedacht worden.

Bij den hoogbouw vindt het ijzer toepassing in den vorm van zuilen, draagbalken, kappen, dakbedekkingen, trappen, deur- en vensterposten enz. De zuivere en uitsluitende ïjzerconstracties worden hier echter weinig gebruikt. Door zijn warmte geleidende eigenschappen en zijn gemis aan poreusheid deugt het ijzer voor den bouw van woonhuizen niet. Hier vindt het toepassing in den vorm van ijzervakwerk of voor de vervaardiging van afzonderlijke gedeelten, welke in het metselwerk veranderd worden. Als fraai voorbeeld van een ijzervakwerkconstructie moet het Palais du champ de Mars op de wereldtentoonstelling te Parijs van 1878 genoemd worden, evenals het hoofdgebouw der tentoonstelling aldaar van 1889. Bij daken van woonhuizen dient het ijzer gewoonlijk slechts voor de vervaardiging van de kap. Alleen bij loodsen en dergelijke gebouwen doet het in den vorm van gegolfd ijzer ook dienst als dakbedekking. Zuivere ijzerconstructies worden bij 3en hoogbouw aangetroffen als overkappingen van spoorwegstations en als torens. Een meesterwerk, )ok uit een architectonisch oogpunt, is de Eiffel:oren.

Bij den bruggenbouw met massieve peilers worlen ijzerconstructies alleen voor den bovenbouw geiruikt. Hier doet zich steeds het aesthetisch conlict tusschen de magerheid van den boven- en het nassieve van den onderbouw, somtijds vergroot loor dat met steenen portalen, gelden. Vakwerkiruggen kunnen uit stijlkundig oogpunt beter volioen, ofschoon zij met de schoonheid dikwijls op gepannen voet staan. Het best voldoen in het algeleen de hang- en boogbruggen.

De vorm waarin het ijzer bij de ijzerconstructies oepassing vindt, is zeer verschillend. Zuilen worden an buisijzer, van 4 hoek- of quadraatijzers, van 2 of

Sluiten