Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3 dubbelhoekijzers, van dubbel T-ijzer, van dubbel T-ijzer met 2 dubbelhoekijzers enz. vervaardigd. De verschillende deelen worden met klinkbouten aan elkander bevestigd. Holle gietijzeren zuilen worden met een cylindervormige, vierkante of rechthoekige doorsnede vervaardigd. Voor dragers gebruikt men T en dubbel-T-ijzer, plaatselijk versterkt door platen. Dwarsverbindingen bestaan uit gietijzeren buizen, uit T-ijzer enz.

De tegenwoordige ijzerconstructies zijn een produkt van de laatste 50 jaar. Toch gebruikte men ijzeren ankers, zuilen enz. reeds veel vroeger. Het meest vinden zij thans toepassing bij den bouw van tentoonstellingsgebouwen, stationshallen, gashouders, bruggen enz.

IJzerdraad. Zie Metaaldraad.

IJzeren kroon, de kroon, waarmede sedert het einde van de 6de eeuw de Lombardische koningen gekroond werden, werd later door Karei dm Groote zoowel als door de meeste Duitsche koningen tot Karei V, in 1805 door Napoleon I en in 1838 door keizer Ferdinand van Oostenrijk als vorst van Lombardije gedragen. Zij bestaat uit een gouden band van 8,2 cm. breedte en 16 cm. middellijn, groen geëmailleerd en met gouden bloemen en 22 edelsteenen versierd. Haar naam ontleent zij aan een smallen ijzeren band, welke binnen den gouden is aangebracht en die volgens de sage gesmeed is uit een

IJzeren kroon te Monza.

nagel van het kruis van Christus. PaHs Gregorius de Groote zou dezen nagel aan de Lombardische prinses Theolinde geschonken hebben, die er bij de kroning van haar gemaal Aigilulf in 593 de kroon van het maken. Waarschijnlijker is echter, dat de ijzeren band een armband uit de 9de eeuw is. De ijzeren kroon, voorheen in den dom te Monza bewaard, werd in 1859 naar Weenen overgebracht; den llden October 1866 werd zij weder aan Italië teruggegeven en overgebracht naar haar oude bewaarplaats.

IJzeren kroon. Orde van de, werd door Napoleon I den 5den Juni 1805 ter herinnering aan zijn kroning te Milaan (zie IJzeren Krom), als Ordine della Corona di Ferro gesticht. In 1814 opgeheven, stelde Frans 1 van Oostenrijk haar den 12den Februari 1816 weder in ter belooning van verdiensten van burgerlijke en militaire personen. De decoratie bestaat uit de gouden „ijzeren kroon", waarboven de keizerlijke dubbele adelaar, gekroond door de keizerskroon. Op de borst van den adelaar bevindt zich een donkerblauw geëmailleerd schild met een F op het avers en het jaartal 1815 op het revers. De orde is verdeeld in 3 klassen. De ridders der eerste klasse dragen het ordeteeken aan een breed, goudgeel lint met donkerblauwe randen over den rechter schouder en daarnaast op de borst een zilveren ster met de letters E. K. en het devies „Avita et aucta

De ridders der tweede klasse dragen het ordeteeken aan den hals, de ridders der derde klasse in het knoopsgat. Het ordeteeken voor krijgsverrichtingen is eenigszins anders.

IJzeren kruis, een Pruisische orde van verdienste voor officieren en minderen, die zich in den oorlog tegen Napoleon 1 onderscheiden hadden, werd den 10den Maart 1813 te Breslau door Frederik Willem 111 ingesteld. De decoratie bestond uit een in zilver gevat ijzeren kruis. De bovenste vleugel droeg de gekroonde letters F. W. In het midden bevonden zich 3 eikenbladeren en daaronder het jaartal 1813. De orde had grootkruisen en ridders eerste en tweede klasse. Grootkruisen werden door militairen aan een zwart lint met witte randen, door burgers aan een wit lint met zwarte randen om den hals gedragen; de ridders der eerste en tweede klasse droegen de orde aan dergelijke linten in het knoopsgat. Voor Blücher werd een afzonderlijke decoratie in den vorm van een gouden ster met een daaropliggend ijzeren kruis vervaardigd. Op den 19den Juli 1870, den dag van de Fransche oorlogsverklaring, werd de orde door Willem 1 van Pruisen voor den duur van den oorlog weder ingesteld. Op de voorzijde van de decoratie werd een W. met de kroon en daaronder het jaartal 1870 aangebracht.

IJzeren masker. Zie Man met het ijzeren masker.

IJzeren poort (Turksch Demir-Kapoé) is de naam van verschillende nauwe passen in het Z.O. van Europa. De meestbekende zijn: Een pas in het Z.W. van het Zevenburgsche grensgebergte, welke, 656 m. hoog, het dal van de Bisztra met het Hatszeger-dal verbindt. Bij de Romeinen heette zij Pons Augusti en in de Middeleeuwen Porta Taczil. Vroeger was zij door een ijzeren poort gesloten. Zij is bekend door de invallen der Turken in Zevenburgen. Ter herinnering aan de overwinning van de 18 000 Hongaren onder Hunyadi op 80 000 Turken in 1442 werd hier in 1896 een zuil opgericht.

Een Donau-engte beneden Orsova (zie Donau).

Een kustpas, gelegen tusschen het O.lijk uiteinde van den Kaukasus en de Kaspische Zee bij de stad Derbent. Vroeger Albanische poort geheeten, was zij het beginpunt van den Kaukasischen muur, die, doorloopende tot de Zwarte Zee, gebouwd was om invallen van de N.lijke nomaden te keeren.

IJzeren tijdperk, de derde en laatste beschavingsperiode van de oergescliiedenis, sluit zich onmiddellijk aan het bronzen tijdperk aan. Het begin ervan loopt daardoor voor de verschillende gedeelten van Europa eenigszins uiteen. Terwijl het in Z. Europa omstreeks 1000 en in Middel-Europa omstreeks 800 jaar v. Chr. aanvangt, begint het in N. Europa eigenlijk eerst 500 jaar v. Chr. In de 10de en 9de eeuw v. Chr. was het, met name in Italië, vermengd met elementen uit het bronzen tijdperk, waarom men ook spreekt van het eerste ijzeren tijdperk (zie Hallstatter-periode), dat later werd voortgezet en verder ontwikkeld door de Etrusken in Middel-Italië. De latere periode van het Middel-Europeesche ijzeren tijdperk behoort tot de La Tèneperiode (zie aldaar). Wapens werden van ijzer, siervoorwerpen daarentegen van brons gemaakt. Het ijzeren tijdperk duurde evenlang als de oergescliiedenis zelf. Voor Z. Duitschland pleegt men het Merovingsche tijdperk als het laatste van het ijzeren te beschouwen; voor N. Duitschland en Scandinavië

Sluiten