Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met kooloxied. IJzertetracarboniel Fe(CO);, ontstaat wanneer fijn verdeeld ijzer bij 80° C. kooloxied kan absorbeeren. Het is vluchtig en vormt in een verhitte buis een spiegelend beslag van ijzer. Laat men fijn verdeeld ijzer bij gewone temperatuur langen tijd in kooloxied liggen en verhit men daarna op 120° C., dan vormt zich ijzerpentacarboniel, Fe(CO)6, een bamsteengele vloeistof met een soortelijk gewicht van 1,466, die bij 103° C. kookt en bij -21" C. in geelachtige naalden kristalliseert. Het lost op in alkohol en aether, ontleedt aan de lucht onder afscheiding van ijzeroxiedhydraat en splitst zich bij 180° C. in ijzer en kooloxied. In een gesloten buis blootgesteld aan het licht, valt het uiteen in kooloxied en dijerroheptacarboniel, Fe2(CO)„ dat goudgele, metaalglanzende kristallen vormt en bij verhitting ontleed wordt in ijzer, kooloxied en ijzerpentacarboniel. De poreusheid van gloeiende ijzeren platen door kooloxied,welke bij het gloeiend worden van kachels zich dikwijls op onwelriekende wijze doet kennen, berust wellicht op de vorming van kooloxiedverbindingen van het ijzer in de kachel, welke daarna weder uiteenvallen, waarbij het kooloxied naar buiten treedt. Ook de bereiding van cementstaal hangt misschien samen met een voorbijgaande vorming van ijzerkooloxied.

IJzerlegeeringen zijn mengsels van ijzer met andere metalen. Ofschoon verschillende van deze mengsels bestaanbaar zijn, hebben toch slechts enkele praktische beteekenis. In de eerste plaats noemen wij de ijzermangaanlegeeringen (jerromangaan), welke voor de staalbereiding gebruikt worden. Ter bereiding van ferromangaan worden natuurlijke of kunstmatige mengsels van ijzer- en mangaanertsen met koolstof en kalk in den hoogoven gesmolten. Koolstofarm ferromangaan verkrijgt men door mangaanoxyduul te smelten met ferrosilicium en een vloeimiddel. Mangaanstaal met 7—20% mangaan is buitengewoon veerkrachtig en vast. Met minder dan 7 % mangaan is het daarentegen broos. Het kan niet worden gehard en is bijna niet magnetisch. IJzernikkellegeeringen komen in meteoorijzer voor en worden ook kunstmatig bereid, omdat zij reeds bij gering nikkelgehalte wit of geelachtig zijn en veel minder roesten dan zuiver ijzer. Nikkeistaai (zie aldaar) heeft voor constructieve doeleinden zeer bijzondere waarde. IJzerchroomlegeeringen (ferrochroom) worden bereid door verhitting van chroomijzersteen met koolstof. Zij kunnen tot 75 % chroom bevatten en dienen als uitgangspunt voor de bereiding van chroomstaai. In kouden toestand bezit dit bij dezelfde veerkracht en hetzelfde koolstofgehalte als staal een grootere hardheid. Het chroomgehalte behoeft in den regel niet hooger dan 1,5 % te zijn. Een ijzerwolframiumlegeering met 77,8 % wolframium, uit wolframiumerts door verhitting met koolstof onder toevoeging van ijzerhamerslag verkregen, dient ter bereiding van wolframiumof speciaalstaal. IJzeraluminiumlegeeringen (ferroaluminium) worden verkregen bij de bereiding van aluminium door electrolyse. Een legeering met 24,5 % aluminium is zilverwit en roest niet aan de lucht. Geringer aluminiumgehalte maakt de legeering hard en broos; bij 10% is zij glashard. In kleine percentages (0,1—0,5%) maakt aluminium ijzer en staal dun vloeibaar en voorkomt bij het gieten de vorming van blazen. Bovendien bevordert het de omzetting van de opgeloste koolstof in grafiet.

IJzerman, Jan Willem, in 1851 geboren te Leerdam, werd opgeleid aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda en in 1870 benoemd tot 2aen luitenant der genie; hij was in 1873 ingenieur bij de spoorwegopneming op Sumatra, in 1875 ingenieur en in 1881 hoofdingenieur bij den spoorwegaanleg op Java; in 1887 werd hij benoemd tot chef van den dienst der staatsspoorwegen ter Sumatra's Westkust; in 1892 tevens van de ontginning van het Ombiliënveld. Hij werd in 1896 gepensionneerd, waarna hij benoemd werd tot directeur van de petroleummaatschappij „Moeara Enim". In 1891 deed hij een tocht van Padang naar Siak. Zijn voornaamste geschriften zijn: „Beschrijving der oudheden nabij de grens der residenties Soerakarta en Djogdjakarta" (1892), (met anderen;) „Dwars door Sumatra. Tocht van Padang naar Siak"(1895). Hij is voorzitter van het Koninklijk Aardrijkskundig Genootschap en mede-redacteur van het tijdschrift van dit genootschap.

IJzermeteorieten. Zie Meteoorsteen.

IJzeroer. Zie Oer.

IJzeroöliet. een ijzererts, bestaat uit kleine, meestal rood- of geelbruine korrels van rood- en bn inijzersteen. Het komt vooral voor in de Silurische vorming van Bohemen, in de devonische van den Eifel en in belangrijke beddingen in de Juraformatie van Württemberg, Luxemburg, Lotharingen, Engeland en Rusland, alsmede in de krijtformatie van Frankrijk. Bij sommige soorten bestaan de korrels niet uit ijzerhydroxied, maar uit aluin-ijzersilicaat, zooals bijv. bij chamosiet (zie aldaar).

Ijzeroxied (Ferhoxied, Fe203) komt in de natuur als ijzerglans, roodijzersteen en als bestanddeel van vele mineralen en gesteenten, welke dan door hun gehalte aan ijzeroxyd gewoonlijk geel, rood of bruin gekleurd zijn. Men verkrijgt het door een mengsel van gelijke deelen keukenzout en ijzervitriool of door ijzeroxiedhydraat te gloeien en verder als nevenprodukt bij de bereiding van rookend zwavelzuur, waarbij het als doodekop (caput mortuum, colcothar vitrwliyin de retorten achterblijft. Al naar den aard der bereiding is het kristallijn of amorf, rood, bruin violet of bijna zwart. Het is onoplosbaar in water en wordt, nadat het sterk gegloeid is, ook door vele zuren slechts moeilijk aangetast. Met brandbare stoffen gegloeid, geeft het aan deze zuurstof af, waardoor het de verbranding bespoedigt. Door waterstof, koolstof en kooloxied wordt het gemakkelijk gereduceerd. Daarop berust de bereiding van ijzer uit zijn ertsen. Wordt het door zacht verhitten bereid, dan vormt het een roodbruin poeder, dat bij hoogere temperaturen sintert en daarbij verschillende kleurnuanceeringen aanneemt. In dezen vorm vindt liet onder verschillende benamingen (Parijsch, Berlijnsch Pruisisch, Engélsch en ijzerrood, Berlijnsch bruin, ijzermenie) toepassing voor het schilderen van porselein en glas, als schildersverf en voor het kleuren van zegellak. Door zijn hardheid wordt het gebruikt voor het slijpen en polijsten van glas, steen en metaal (polijstrood).

Ijzeroxiedhydraat, Zie Ijzerhydroxied.

IJzeroxiednitraat (Ferrinitraat). Zie Salpeterzuur ijzeroxied.

IJzeroxiedphosfaat. Zie Pfwsjorzuur ijzer.

IJzeroxiedsaccharaat (lJzersuiker), in hoofdzaak een oplosbare verbinding van ijzeroxied, natron en suiker, vormt een roodbruin poeder, dat

Sluiten