Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook in Gelderland, enterzaaizaden verbouwd en ook sommige origineele variëteiten. Boschbouwzaden komen uit Hessen en Thuringen, ofschoon ook sommige inlandsche firma's hen leveren en de Nederlandsche Heide-Maatschappij zich op het winnen van inlandsch zaad is gaan toeleggen. Graszaden zijn vooral afkomstig uit Schotland en N. Amerika, bloemzaden levert Erfurt, dat een öO-tal zaadtelers en 16 groote handelshuizen telt, welke jaarlijks 1—2 millioen catalogi verzenden en te zamen omstreeks 40000 personen in dienst hebben. Zaden, welke op onze breedte niet rijpen, , komen uit Z. Frankrijk en Italië, waar Napels i een belangrijk middelpunt is. li

Zaadverlies. Zie Polluties. I

Zaadvoed Zie Polluties.

Zaag1 en Zaagmachine. De zaag is een 1 werktuig, dat voor het snijden of verdeelen van m hout, metaal, steen enz. gebruikt wordt. Het " bestaat uit een dun, aan den rand met beitelvormige tanden bezet stalen blad (zaagblad), dat, door de een of andere kracht bewogen, met de tanden in het inwendige van het voorwerp dringt en door het wegnemen van kleine deeltjes van het materiaal (zaagsel) een smalle spleet in het voorwerp maakt, die langzamerhand het voorwerp in 2 deelen verdeelt en 2 nieuwe vlakken (snijvlakken) doet ontstaan. Wanneer de beweging van het zaagblad met de hand geschiedt, heeft men een handzaag, gebeurt zij met behulp van een machine, dan spreekt men van een zaagmachine. Men vervaardigt de grootste zaagbladen van ruwstaal en de kleinste van gietstaal. Nadat men ze in vet gehard heeft, laat men de bladen aanloopen, namelijk de metaalzagen stroo- of goudgeel en de houtzagen violet of blauw. Daarna worden zij door middel van vijlen of beitels van tan¬

den voorzien. Cirkelzagen worden van staalblik met een schaar gesneden en na het aanloopen zorgvuldig geslepen. Het blad heeft een eenigszins sabelachtig gebogen vorm, waarbij de tanden op de bolle zijde staan. Het wordt in een toestel bevestigd en hierin door middel van

een schroef gespannen. Versierselen met vertakte figuren wordenuitgesneden met de kleine draai zaag, die 8—15 cm. lang en 0.6—2 mm.

breed is.Metaalzagen worden op verre na niet zooveel gebruikt als houtzagen, omdat zij in dik en hard metaal zeer langzaam werken. Zachte metalen kunnen met een bevochtigde en licht roodgloeiend ijzer kan met een snel bewogen houtzaag gesneden worden. Cirkelzagen worden o. a. op groote schaal gebezigd

tot het zuiver afsnijden van roodgloeiende spoorstaven. Ook gloeiende platen van ijzerblik worden gelijktijdig door vier zagen aan even zoovele zijden afgesneden. ■»

De vorm van de tanden eener houtzaag is die'van een ongelijkzijdigen driehoek, wiens basis in'den

Lintzaag.

zaagrand valt, terwijl van de beide vrije zijden de kortste zich nagenoeg of geheel rechthoekig op den rand verheft, zoodat de punten der tanden zich in dezelfde richtinguitstrekken. Zulke zagen snijden alleen in een richting. Wil men ze in beide richtingen doen snijden, dan geeft men aan de tanden'fden vorm van gelijkzijdige of gelijkbeenige driehoeken, waarbij tusschen elk tweetal opvolgende tanden een

Fig. 2.

Cirkelzaag voor hout.

zekere ruimte overblijft (wolfstanden). De scherpe pimten en de steile stand der kanten bevorderen hier het doorsnijden. Ook kan men aan de tanden den vorm van ongelijkzijdige driehoeken geven en hen paarsgewijs met de langere of kortere zijden naast elkander plaatsen, zoodat ieder paar de gedaante

Sluiten