Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

as der zaairaderen. Dit laatste is onnoodig bij de constructiën, waarin het zaairad van Hoosier is aangebracht (fig. 6 en 7). Dit bestaat uit een rad, dat aan den omtrek van ribben en cellen is voorzien, in een huisje loopt en door verschuiving van de as, waarop het bevestigd is, naar links of naqr rechts

Fig. 4.

Zaaischijven der zaaimachine van Sack,

kan worden verplaatst, zoodat een breeder of smaller deel van de aan den omtrek aanwezige cellen met de ruimte in het huisje correspondeert en zoo meer of minder zaad kan worden uitgeworpen. Bij vele constructiën, o. a. bij de „Rex" van Ventzki, (fig. 6), wordt het zaad onder het zaairad door over den veerenden bodem van den koker heen in de zaadtrechters geschoven; bij die van Naumaun (fig. 7) en bij de Apoldania van Ruppe loopt het zaad boven op het zaairad en wordt het over dit

Fig. 5.

Twee ineengrijpende zaaischijven met gootvormige lepels, systeem Melichar.

rad heen in de zaadtrechters gestreken. Bij alle rijenzaaimachines wordt het in de zaadtrechters gebrachte zaad door onderling beweeglijke buizen of trechters geleid naar de scharen van de vorentrekkers, waarmede de rijen in den grond worden getrokken. (fig. 8). Het zaad valt daarbij tusschen twee vleugels, die onmiddellijk achteraan de scharen zijn bevestigd en die het gemaakte voortje een tijdje openhouden, zoodat het zaad daarin kan worden opgenomen. De afstand der rijen kan worden geregeld door regeling van den afstand der vorentrekkers met de scharen; de diepte, waarop de voortjes door de scharen worden getrokken, door de voren¬

trekkers aan hun vrij uiteinde meer of minder te belasten. Aan het einde van den akker moeten de scharen alle van den grond worden gelicht en moet de zaaias buiten werking worden gesteld. Elke rijenzaaimachine moet van voren van een stuurinrichting worden voorzien. Ten einde de kantrijen van twee machineslaven on den <w-

wenschten afstand van elkaar te trekken, laat men bij een volgenden gang der machine een voorwiel loopen in het spoor, dat bij den voorafgaanden gang pas door een achterwiel is achtergelaten. De afstand,waarop de nabij de achterwielen loopende vorentrekkers van deze wielen staan, moet daarnaar geregeld zijn.

Er hesfca.a.n nnk

nes, waarbij gelijktijdig met graan of andere grove zaden fijnere zaden, zooals klaverzaden en karwij, hetzij in het wild, hetzij op rijen kunnen worden gezaaid. Er zijn er ook, die behalve zaad, meteen poedervormige meststoffen in de rijen kunnen uitstrooien.Deze zijn vooral in Engeland in gebruik. De zaaimachines, welke in verband zaaien, zijn te vergelijken met rijenzaaimachines, waarbij een apparaat is inge-

Fig. 6.

a.v. g.207.

Deel van de zaaimachine „Rex", systeem A.Ventzki, vanachteren gezien, aanwijzende eenige zaairaderen met cellen; grooten hefboom om ze zijdelings te verschuiven; korten hefboom om den veerenden bodem onder de zaaihuisjes te verstellen; schuiven om den toevoer van het zaad van de huisjes af te sluiten; de boveneinden der zaadbuizen.

lascht, om den continuën zaadstroom uit de trechters in de zaadleiders te kunnen onderbreken. Dit kan geschieden door middel van schuiven, die door de machine zelve periodiek worden teruggetrokken, en zoo het zaad op bepaalde afstanden in hoopjes in den grond kunnen brengen. Bij het fabricaat van Dehne worden de hoopjes zaad door een aan

Sluiten