Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de zaden van één aar zeer éénvormig waren en in 1893 werd door hem ontdekt, dat de in de groote cultuur verbouwde soorten in den regel bestaan uit een groot aantal enkele, die elementaire soorten werden genoemd. De eigenschappen dezer soorten bleken zoo goed als constant over te erven; zoo kon dus door eenvoudige schifting der in een gewas aanwezige elementaire soorten een groot aantal nieuwe constante vormen worden gewonnen. Intusschen valt niet te ontkennen, dat een volkomen constantheid in deze vormen niet bestaat; er kunnen nieuwe, afwijkende vormen in optreden door mutatie of door bastaardeering langs natuurlijken weg.

Door lastaardeering of kruising kunnen ook op kunstmatige wijze nieuwe vormen wordenverkregen. Daarbij wordt het vruchtbeginsel van den eenen vorm door kunstmatige overbrenging van het stuifmeel van den anderen bevrucht. De daaruit voortkomende eerste generatie is vrij wel een middenvorm tusschen de beide ouders. De hieruit ontwikkelde tweede generatie is een mengsel van vele vormen, waarvan sommige het midden houden der oorspronkelijke stamouders, maar waarvan andere ten deele gelijk zijn aan den eenen, ten deele aan den anderen stamvorm. Mendel heeft ontdekt, dat dergelijke splitsingen in de tweede en ook in de volgende generatiën in bepaalde verhoudingen geschieden. Het is nu de taak van den kweeker uit de tusschenvormen die uit te kiezen, welke voor de cultuur de grootste waarde hebben en die zuiver te kweeken, dus vrij te houden van niet gewensehte vormen, ook van de tot de oorspronkelijke stammen teruggeslagen, atavistische vormen. Op die wijze zijn o. a. door Henri de Vilmorin te Parijs tal van belangrijke vormen verkregen. Zoo zijn door L. Broekema te Wageningen uit kruisingen van Zeeuwsche tarwe en Roode Squarehead de Spijktarwe, de Duivendaal- en deWilhelmina-tarwe voortgebracht en door Otto Pitsch te Wageningen uit kruisingen van Ruwkaf Essex en Roode Bordeauxtarwe de Bordeaux-bastaard- en uit die van Challenger en Roode Squarehead de Willem I-tarwe. Door kruisingen van verschillende aardappelvariëteiten zijn door G. Veenhuizen te Sappemeer de Eigenheimer of Borger-Munsterschen, Eureka, Paul Kruger, Landskroon, Thorbecke, Bravo en tal van andere vormen verkregen; door K. L. de Vries te Suameer de variëteiten Frisius, Fontein en De Wet; door K. R. Velthuis te Oosterhoogebrug de Groninger kroon, Winterrooden en Wintergelen. Bij de kruising van aardappelen doet zich het verschijnsel voor, dat de zaden van een door kruising verkregen bes alle verschillende en — met betrekking tot haar variëteitseigenschappen — direct constante vormen leveren, waaruit de voor de cultuur meest geschikte slechts door vergelijkende cultuurproeven behoeven te worden afgezonderd. Op het resultaat der kruising wordt groote invloed uitgeoefend door de keuze der stamvormen. Overigens is het zeer onzeker en hangt het bijna uitsluitend af van het toeval. Dikwijls laten zich niet die eigenschappen in één vorm vereenigen, die men te vereenigen wenscht. Dit is een gevolg van de wet der correlatie, die zich tegen het samengaan van bepaalde eigenschappen verzet.

Zaaizaadwisseling: is het betrekken van zaaizaad uit vreemde streken, die om de een of andere reden voor de productie van bepaalde zaai¬

zaden in bijzonder gunstige omstandigheden verkeeren. Zoo zijn bijv. de Oostzeeprovinciën van Rusland bekend wegens de leverantie van lijnzaad. Lombardijë is bekend door haar hennepzaad; de Provence door haar luzerne-zaad, Zeeland door zijn tarwe, rogge en erwten, de Friesche kleistreken door aardappelen; de Oude Veenkoloniën leveren aardappelen aan de Nieuwe. Het schijnt, dat in genoemde streken het productievermogen van het zaai- of pootgoed der genoemde gewassen niet achteruit gaat; wordt dit naar vreemde streken overgebracht, dan profiteeren deze eenigen tijd van zijn goede eigenschappen, maar het gaat in langeren of korteren tijd achteruit, totdat op den duur weder invoer van nieuw zaai- of pootgoed gewenscht wordt.

Zaalberg:, Johannes Cornelis, een Nederlandsch schrijver, geboren te Nieuw-Beierland den' 18dcn Maart 1828, studeerde en promoveerde te Leiden in de godgeleerdheid, was achtereenvolgens predikant te Hendrik-Ido-Ambacht, Deventer en 's Gravenhage, en vertrok in 1876 als predikant naar Paramaribo. Hij schreef o. a.: „De strijd tusschen Mackav en Christóphilus", met aanteekeningen en bijvoegsels (1853), „Twee brieven aan mijn R. K. medechristenen tevens ter beantwoording aan pater Frentrop en prof. J. C. H. Muré. Woorden van waarheid en liefde"(1856), „De St. Pieterskerk te Rome. Schetsen en omtrekken"(1857), „De vraag van J. H. Gunning Jr. beantwoord"(1863), „De godsdienst van Jezus en de moderne richting. Christelijke toespraken over de godsdienstige vragen des tijds" (1864), „Een verklaring, een briefwisseling en een treurig geschiedverhaal. Woorden aan mijn vrienden"(1864), „De „waarheid" (?) van ds. Schuurman. Naschrift op het vorige werk"(1864), „Aan mijn vrienden te 's Gravenhage. Afscheidsgroet"(1867), „Een verboden preek. Na weigering van kansel en spreekzaal te 's Gravenhage, met een toelichtend schrijven"(1868), „Mijn verbanning uit den evangeliedienst. Aanklachten, pleidooien, vonnissen, brieven en beroep op de Synode"(1868), „De uitspraak in herziening der Synodus plena"(1868), „Het eerste woord eens nieuwen levens. Toespraak na herstelling in eer en ambt. Gehouden in de zaal Frascati te 's Gravenhage"(1868), „Uw Koninkrijk kome! Toespraak tot hervatting van den Evangeliedienst te 's Gravenhage op Zondag 15 November 1868"(1868), „Een gericht in zake dr. J. C. Zaalberg Pzn. contra Ys. Brandes"(1873), en vele vlugschriften en bijdragen in maandwerken. Hij overleed in April 1885 op zijn terugreis van Paramaribo naar Nederland.

Zaamslag'. een gemeente in Zeeuwsch-Vlaanderen, 4062 H.A. groot met (1910) 3438 inwoners, wordt begrensd door de Wester-Schelde en door de gemeenten Temeuzen, Axel en Boschkapelle. Op den vruchtbaren kleibodem wordt landbouw uitgeoefend. Tot de gemeente behooren het dorp Zaamslag, benevens een aantal gehuchten.

Het dorp Zaamslag bezit een Hervormde en e^n Gereformeerde kerk. Deze plaats is in de 17de eeuw opnieuw gebouwd, nadat het oude Zaamslag uit de 10de eeuw in 1586, tengevolge van het doorsteken van de dijken, werd overstroomd. Alleen een oude toren, die in het laatst van de 17de eeuw werd afgebroken, werd toen gespaard. Het kasteel, dat eerst aan de Tempeliers, vervolgens aan de ridders van St. Jan behoorde, werd in 1586 door prins Maurits veroverd. Later is het gesloopt.

Sluiten