Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zabel, Eugen, een Duitsch schrijver, geboren den 23sten December 1851 te Koningsbergen, studeerde aldaar in de wijsbegeerte, letteren en geschiedenis, was daarna medewerker aan de „Königsberger Hartungsche Zeitung" en vestigde zich in 1876 te Berlijn, waar hij werd opgenomen in de redactie van de „Nationalzeitung" als één der voornaamste medewerkers aan het feuilleton en later ook als tooneelcriticus. Hij bereisde alle Europeesche staten, trok door Siberië tot aan denGrootenÓceaan, bezocht N. Amerika en Egypte en knoopte tevens betrekkingen aan met een aantal leidende persoonlijkheden, waardoor deze reizen op zijn vorming en letterkundige richting een beslissenden invloed hadden. Behalve een aantal letterkundige studiën en critieken schreef hij de levensbeschrijvingen: „Berthold Auerbach" (1882), „Iwan Turgenjew" (1884), „Graf A. F. von Schack" (1885), „Anton Rubinstein, ein Künstlerleben" (1892), „Hans von Bülow" (1894), „Wereschtschagin" (1900) en „L. N. Tolstoj" (1901), de essays: „Literarische Streifzüge durch Ruszland" (2de druk, 1886), „Die italienische Schauspielkunst in Deutschland" (2ae druk, 1893), „lm Reiche des Zaren" (1897), „Russische Literaturbilder" (2^ druk, 1899), „Europaische Fahrten" (2 dln., 1901), „Auf der siberischen Bahn nach China" (1903), „Bunte Briefe aus Amerika" (1905), „Russische Kulturbilder" (2ae druk, 1906) en in de collectie „Berühmte Kunststatten" de deelen: „Moskau" (1901) en „St. Petersburg" (1905). De vruchten van zijn tooneelstudiën verzamelde hij in „Zur modernen Dramaturgie" (3 dln., dl. 1—2, 3de druk, 1905; dl. 3,2ae druk, 1905), waarbij zich de „Theatergange" (1908) aansloten. Verder verschenen van hem de novellen: „Getrennte Herzen" (1888) en „Der Stammtisch und andre Novellen" (1894), de blijspelen: „Mitternachtssonne", „Bauernfanger", ,Die Bescheidenen", „Verfehlter Beruf" (met Fr. Dernburg) en „Erziehung" (met A. Bock) en de tooneelspelen: „Der Gymnasialdirektor" (met A. Bock) en „Frettchen" (met C. V Allemand). Bovendien bewerkte hij een aantal vertalingen naar Russische, Fransche, Engelsche, Spaansche en Grieksche (Sophokles) schrijvers.

Zabern of Saverne, een stad in den BenedenElzas, 187 m. boven den zeespiegel, aan den voet van de Vogezen, aan het Rijn-Marnekanaal en aan de spoorwegen van Straatsburg naar Avricourt en van Zabern naar Schlettstadt gelegen, is de zetel van een arrondissementsbestuur en van een rechtbank, heeft een Protestantsche en 2 R. Katholieke kerken, een gymnasium, een museum van oudheden, een kasteel (vroeger het bisschoppelijk paleis, daarna een verblijfplaats voor weduwen van ridders van het legioen van eer, thans een kazerne), een weeshuis, onderscheiden fabrieken en (1905) 8 937 inwoners. In haar nabijheid bevinden zich steengroeven en onderscheiden bouwvallen van oude burchten. Deze stad was waarschijnlijk reeds ten tijde van de Romeinen een belangrijke plaats (Tres Tabernae)-, zij werd in 335 n. Chr, door de Alemannen verwoest, maar door keizer Julianus weder opgebouwd. In 1525 maakten de boeren zich meester van deze stad, zij werden echter kort daarna door hertog Anton van Lotharingen op een verraderlijke wijze aangevallen en voor het grootste deel gedood. In 1622 bood Zabern weerstand aan den graaf van Mansfeld, later werd deze stad in den Dertigjarigen Oorlog

door de Fransche en keizerlijke troepen veroverd. Het kasteel, in 1670 na de verwoesting in den Dertigjarigen Oorlog hersteld, brandde in 1779 af. De kardinaal prins de Rohan begon als bisschop van Straatsburg met den herbouw van het kasteel, de voltooiing werd echter door het uitbreken van de Fransche revolutie verhinderd.

Zablocki. Franciszek, een Poolsch tooneeldichter, geboren den 2aen Januari 1754 in Volhynië, was secretaris van de opvoedingscommissie te Warschau en schreef voor den schouwburg, door koning Poniatowski gesticht, omstreeks tachtig tooneelstukken, meestal vertalingen in den trant van Molière, maar ook oorspronkelijke stukken. Van deze laatste noemen wij: „De bijgeloovige", „De minnehandel van een gek" en „Sarmatismus". Later omhelsde hij den geestelijken stand en overleed als proost te Konska Wola den 10den September 1821. Zijn werken zijn uitgegeven door Denochowski (1829—1830; 2d» druk, 1879).

Zabrze of Zaborze (= achter het woud) een gemeente en een stad in het Pruisisch distrikt Oppeln, is de hoofdplaats van een arrondissement, ligt aan het Beuthener Wasser en aan den spoorweg van Kandrzin naar Oswiecim en aan de electrische tramlijn van Gleiwitz naar Königshütte. De plaats bezit o. a. een Protestantsche kerk, twee Katholieke kerken, een synagoge, een rechtbank en (1905) 55 634 inwoners. In 1905 werden de gemeenten Alt-Zabrze, Klein-Zabrze, Dorotheendorf en de bezitting Zabrze bij de gemeente Zabrze ingelijfd. Zabrze bezit groote ijzersmelterijen en steenkolenmijnen, zooals de Donnersmarckhiitte (5 000 werklieden) en de Koningin Louisemijn, verder cokesfabrieken, een fabriek voor materiaal voor kabelspoorwegen, een glassmelterij, benzine- en oliefabrieken, een stoomzagerij, stoomticlielfabrieken, bierbrouwerijen enz.

Zacatécas. een staat in de republiek Mexico, ligt tusschen 21°—25° N. Br., heeft een oppervlakte van 63 386 v. Ion. en telt (1900) 462 190 inwoners, meest van Europeesche afkomst. De oorspronkelijke bevolking, de Zacateken en andere Indiaansclie stammen, zijn bijna geheel verdwenen. Het gebied vormt voor het grootste deel een dorre hoogvlakte, die zich tot 2 600 m. boven den zeespiegel verheft. In enkele rivierdalen vindt men echter vruchtbaar land, een subtropisch klimaat en een weelderigen plantengroei. De voornaamste landbouwprodukten zijn tarwe en gerst. Op de hoogvlakte wordt veeteelt uitgeoefend. Van veel meer belang echter dan landbouw en nijverheid is de mijnbouw. Reeds sedert 1548 worden de zilvermijnen van Zacatécas geëxploiteerd. De drie beroemde mijndistrikten van Zacatécas, Fresnillo en Sombrereto leverden van 1610—1810 jaarlijks voor 3Y3 millioen pesos aan zilver, ook thans nog leveren zij zilver, goud, koper en lood. De nijverheid beperkt zich tot de vervaardiging van katoenen en wollen stoffen. De handel is meest doorvoerhandel. Een spoorweg loopt van het Z. naar het N.

Zacatécas. de hoofdplaats van den gelijknamigen staat in Mexico, was vroeger na Guanajuato de meest belangrijke mijnstad van Mexico. Zij ligt op een hoogte van 2 430 m., op de helling van den Boefa en is door een tramlijn met Guadeloupe verbonden. De plaats bezit nauwe, morsige straten, een groot marktplein, 13 kleinere pleinen, een paleis

Sluiten