Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Agnes, de keizerin-weduwe, benoemde Rudolf von Rheinfelden tot opvolger en stelde graaf Bertold in 1061 schadeloos door het hertogdom Karinthië en de mark Verona. Hij kreeg deze landen echter nooit werkelijk in bezit, terwijl Hendrik IV hem in 1073 ook de aanspraken op die landen ontzegde. Hij bleef nu tot aan zijn dood (1078) een onverzoenlijke vijand van den keizer. Ook zijn zoon Bertold II trad vijandelijk tegen den keizer op. Sedert 1092 beschouwde hij zich als hertog van Zwaben, doch sloot in 1098 vrede met Hendrik IV, waarbij hij afstand deed van Zwaben. Hij werd tot rijksonmiddelbaar vorst verheven en behield voor zich en zijn nakomelingen den hertogstitel. Bij het dorp Zahringen, dat voor het eerst in 1008 wordt vermeld, bouwde hij den gelijknamigen burcht. Zijn neef Hermann aanvaardde den titel van markgraaf van Baden en is de stamvader der tegenwoordige groothertogen. Koning Lotharius beleende in 1127 hertog Koenraad von Zahringen, met de bezittingen van graaf Rainold von Hochberg, die in den ban was gedaan, waardoor Koenraad aanspraak kreeg op aanzienlijke bezittingen in Bourgondië, waarom hij zich hertog van Zahringen en Bourgondië noemde. De hertogelijke tak van dit geslacht stierf uit in 1218 met Bertold V. De rijksleenen werden ingetrokken, de persoonlijke eigendommen in de Breisgau, in Zwaben en in het Zwarte Woud vielen ten deel aan den graaf von LJrach en die in Zwitserland aan den graaf von Kyburg, die beiden met zusters van Bertold waren gehuwd.

Zaimis. Thrasybulos, een Grieksch staatsman, geboren in 1829 te Kalavryta, was de zoon van Andreas Zaimis, een der helden van den Griekschen bevrijdingsoorlog. Hij studeerde in de rechten en staatswetenschappen te Parijs, keerde vervolgens naar Griekenland terug en werd in 1850 tot afgevaardigde naar de volksvertegenwoordiging gekozen. Als zoodanig bestreed hij de regeering van koning Otto en was de leider der oppositie, die haar in 1862 deed vallen. In 1863 bracht hij met Canaris en Philémcm aan den Deenschen prins te Kopenhagen de Grieksche Kroon. Hij was lid van het ministerie in 1864 en 1865. Als president van den Staatsraad onderteekende hij in 1869 het Verdrag van Parijs. In 1870 kwam hij ten val wegens den moord, door Grieksche roovers op eenige Engelschen gepleegd. In 1871 stond hij weder voor korten tijd aan het hoofd der regeering en was van Juni tot December 1877 als minister van Justitie lid van het zoogenaamde oecumenisch ministerie, uit de hoofden der verschillende partijen samengevoerd. Doordat hij slechts een kleine partij in de Kamer achter zich had, was zijn invloed niet groot. Hij overleed te Athene den 8sten November 1880.

Zaïmis, Akxandros, een Grieksch staatsman, geboren den 28sten October 1855 te Athene, studeerde te Berlijn en te Leipzig in de rechten, promoveerde te Heidelberg en bezocht daarna nog de Ecole des sciences politiques te Parijs. In 1881 door het distrikt Kalabryta naar de Kamer afgevaardigd, nam hij aan haar werkzaamheden geen deel, terwijl hij, in 1885 herkozen, gewoonlijk zijn oom Delyannis ondersteunde bij diens oppositie tegen den ministerpresident Trikupis. In 1890 werd hij onder Delyannis minister van Justitie. Hij ontwierp een wet ter regeling van het instituut der gezworenen, die onder zijn opvolger werd aangenomen, en ging daarna

over naar Binnenlandsche Zaken, waar hij rzich vooral verdienstelijk maakte door het onderdrukken van het hazardspel. Nadat hij in 1895 tot voorzitter van de Kamer van Afgevaardigden was benoemd, werd hij, toen de oorlog met Turkije was afgeloopen, den lsten October 1897 belast met de vorming van een nieuw Kabinet, waarin hij de portefeuille van Buitenlandsche Zaken op zich nam. Daarbij viel hem de taak ten deel, den definitieven vrede met Turkije te regelen. Daar hij na de ontbinding van de Kamer, welke zijn begrooting had afgestemd, geen meerderheid verkreeg, nam hij den 14dC11 April 1899 ontslag, maar werd reeds den 25sten November 1901 weder tot minister-president en minister van Buitenlandsche Zaken benoemd. In Juli 1903 werd hij door Ralli vervangen en den 308tel September 1906 benoemd tot hoofdcommissaris van Kreta.

Zainer, Zayner, Tzainer of Czeiner, Günter en Johann, twee boekdrukkers uit de 15dc eeuw, waarschijnlijk broeders, waren afkomstig uit Reutlingen. Men meent, dat zij hun opleiding ontvingen in de drukkerij van Fust en Schöffer te Mainz of bij Menlel in Straatsburg. Günter vestigde zich in 1468 te Augsburg, drukte er in 1469 het voortreffelijk boek: „Joannis de Balbos de Janua summa quae vocatur Catholicon", voerde de Romeinsche letter (antiqua) in Duitschland in en gaf daarmede het eerst de „Etymologia" van Isidorus van Sevilla, genaamd Hispalensis, in het licht (1472). Hij overleed in 1478. Johann vestigde zich in 1473 te Ulm en leverde in zijn: „Boccaccio de claris mulieribus" (1473), de oudste typografische prachtuitgave, daar hij het titelblad met fraaie lijsten versierde en de hoofdletters bij den aanvang der hoofdstukken drukte in plaats van ze later uit de hand er bij te voegen. Behalve een aantal andere werken, drukte hij in 1473 de: „Tütsche Cronica vom Anfang der Weltuff Keiser Friedrich", de oudste Duitsche kroniek. Hij overleed omstreeks het jaar 1525.

Zaïre. Zie Kongo.

Zajonczek. Jozef, vorst, Russisch stadhouder in Polen, werd geboren in 1752 te Kaminiec als de telg van een onbemiddeld adellijk geslacht. Reeds vroeg trad hij in dienst bij het Poolsche leger, was in 1784 reeds opgeklommen tot den rang van luitenant-kolonel en werd in 1793 bevorderd tot kolonel en tot chef van een regiment. In den oorlog van Polen tegen Rusland streed hij onder Kosciuszko zoo dapper, dat hij tot generaal-majoor werd benoemd. Na een tijdlang in Oostenrijksche gevangenschap te hebben doorgebracht, vertrok hij naar Parijs en werd er benoemd tot brigade-generaal van het Poolsch legioen bij de Fransche troepen in Italië. Daarna vergezelde hij Bonaparte naar Egypte en keerde eerst na het ontruimen van dit land, naar Frankrijk terug. In 1802 benoemde de Eerste Consul hem tot divisie-generaal en belastte hem met het opperbevel over de Fransche troepen in Italië. In 1806 werd hij afgevaardigd naar Polen, om er met Dombrowski de vorming van een nieuw Poolsch legioen te besturen. In den oorlog tegen Oostenrijk (1809) voerde hij bevel over de tweede Poolsche divisie en in 1812 vergezelde hij Napoleon op den tocht naar Rusland. Te Wilna namen de Russen hem gevangen, waarop hij naar Kiew werd gebracht. Na de stichting van het koninkrijk Polen in 1815 benoemde keizer Alexander hem aldaar tot stad-

Sluiten