Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vroegere vestingwerken" zijn" in" wandelwegen herschapen. De inwoners houden zich bezig met nijverheid; men vindt er een aantal fabrieken o. a. een metaalfabriek, een knoopenfabriek, een tabakskerverij, een scheepsbouwwerf, een sigarenfabriek, eenige boekdrukkerijen enz.

► In een oorkonde van 850 wordt Zalt-Bommel als liomela vermeld; den llaen April 994 schonk keizer Otto III het rechtsgebied van deze plaats aan het bisdom Utrecht. Later kwam Zalt-Bommel aan Gelder, in 1286 werd het door de Brabanders bezet, het keerde echter bij den vrede van 1289 aan Gelder terug. De 13den December 1313 verhief Reinout II de plaats tot een stad. Zij werd in de Middeleeuwen en later herhaaldelijk aangevallen, zoo in 1319 door de Hollanders, de Brabanders in 1366, den hertog van Gulik, de Bourgondiërs in 1480, 1495 en 1496, Philips den Schoone in 1505 enz. In 1572 gaf zij zich aan de Staatschen over en verdedigde zich in 1574 dapper tegen Requesens. Den 2baleD April 1576 trad zij tot het verbond van Holland en Zeeland toe, tevergeefs trachtte de Landdag te Arnhem in 1593 haar weer tot Gelderland te brengen. Van den 16den Mei tot den 4den Juni 1599 werd zij tevergeefs door de Spanjaarden onder Mendoza belegerd. In 1602 kwam een verdrag met de Geldersche Staten tot stand. Den 21sU!n Juli 1672 moest de stad zich aan de Franschen overgeven, die den 14den November 1673 aftrokken. Na de verovering van 's Hertogenbosch door Frederik Hendrik in 1629 werd deze plaats tot hoofdvesting gemaakt. Ook de handel uit de Bommelerwaard werd meer en meer daarheen verlegd, vooral toen na 1700 een zandbank in de Waal de schepen verhinderde tot aan Zalt-Bommel te varen.

Zaluski is de naam van een oud-adellijk Poolsch geslacht, dat een aantal staatslieden en geleerden heeft opgeleverd. Wij noemen van hen:

Zaluski, Andrzej Chrysostom, geboren omstreeks het jaar 1650, werd in 1699 benoemd tot bisschop van Ermeland, was onder Augustus II groot-kanselier van Polen, en schreef „Epistolae historico-familiares" (4 dln., 1709—1711), waarin hij belangrijke bijdragen leverde tot de geschiedenis van Johan III Sobiëski. Hij overleed in 1711.

Zaluski, Jozef Andrzej, een neef van den voorgaande, geboren in 1701, werd, onder Augustus III bisschop van Kiew en verzamelde een bibliotheek van 230 000 deelen, die hij in 1748 in 0en afzonderlijk gebouw te Warschau ter beschikking stelde van het publiek. Wegens zijn heftig verzet op den Rijksdag van 1766 tegen de door de Russen beschermde Dissidenten werd hij tot 1773 te Kaloenga gevangen gehouden en overleed den 9den Januari 1774. Zijn bibliotheek, door hem aan het Poolsche volk vermaakt, werd in 1795 op last van Catharina 11 bij de keizerlijke bibliotheek te Petersburg gevoegd. Te Kaloega schreef hij uit zijn geheugen een belangrijk bibliografisch werk in verzen onder den titel van: „Biblioteka historyków" (1832).

Zalving1, de gewoonte om het lichaam met olie of een welriekende zalf te bestrijken, was in het Oosten reeds van oudsher in gebruik en verbreidde zich van daar over Griekenland en Italië. Oorspronkelijk had de zalving alleen plaats met het oog op de gezondheid en de schoonheid van het lichaam; als zinnebeeldige handeling kwam zij het eerst voor de priesters in gebruik. Bij de Israëlieten wer¬

den niet alleen de priesters, maar ook de koningen bij het aanvaarden van de regeering gezalfd als zichtbaar teeken van de bijzondere genade, die God hun verleende. Ook de profeten werden dikwijls gezalfd. In de Christelijke Kerk werd deze handeling, verbonden met gebed en handoplegging, oorspronkelijk bij zieken verricht. Ook bij den doop had deze ceremonie met een door den bisschop gezegende olie plaats. Langzamerhand kwam zij bij een groot aantal kerkelijke plechtigheden in gebruik en tegenwoordig nog gaan verschillende ceremoniën in de Grieksch- en in de Roomsch-Katholieke Kerk met zalving gepaard. Door de Hervorming werd het gebruik voor de Protestantsche kerk afgeschaft.

Zama. in de Oudheid een stad in Zeugitana, ongeveer 120 km. ten Z. W. van Carthago, was de zetel van Juba. In 201 v. Chr. leed Hannibal bij een stad van dezen naam een nederlaag tegen Publius Cornelius Scipio, waardoor de Tweede Punische Oorlog een einde nam. De Romeinen verwoestten de stad geheel, zooals door Strabo wordt medegedeeld. Zij werd echter later herbouwd. Onder Hadrianus ontving zij den naam van Colonia Aelia Hadriana Augusta Zama. De ruïnen van Dsjama bij de Dsjebel Massudsj duiden waarschijnlijk de plaats aan, waar Zama gelegen heeft. Een andere stad, Zama geheeten, lag 60 km. verder naar het O. bij het tegenwoordige Sidi-Amor-Dsjedidi. Volgens sommige geschiedkundigen is de slag tusschen Hannibal en Scipio daar geleverd. Volgens A. Winkler moet men het tooneel van den slag zoeken in Hensjïr Sebaa Biar. Door uitgravingen tracht men omtrent deze zaak zekerheid te verkrijgen.

Zamaris, een Israëliet uit Babyion, trok aan het hoofd van eenige honderden manschappen naar Syrië, waar hij van den stadhouder verlof ontving om zich in de omstreken van Valatha te vestigen. Herodes echter wenschte een schutsmuur te hebben tegen de vijanden, die invallen deden in Trachonitis en riep Zamaris derwaarts met de belofte, dat hij er hem een gedeelte van het landschap Batanaea ter beschikking zou stellen, waar Zamaris en zijn volgelingen konden wonen zonder eenige belasting te betalen. Zamaris gaf aan deze uitnoodiging gehoor en onder zijn bestuur bereikte de nieuwe volkplanting eene hooge trap van bloei.

Zambaco, Demetrius Alexander, een FranschTurksch geneeskundige van Grieksche afkomst, geboren te Konstantinopel in 1832, studeerde te Parijs, was gedurende eenigen tijd aan de hospitalen aldaar werkzaam en werd vervolgens directeur van de faculteitskliniek te Parijs. Tengevolge van zijn verdiensten werd hij door de Fransche regeering genaturaliseerd. Nadat de Turksche regeering hem met de organisatie van de Turksche ziekenhuizen had belast, véstigde hij zich te Konstantinopel. Hij werd lid van de Geneeskundige Academie te Parijs, correspondent van het Institut de France, Hd van de Academie van Wetenschappen te Sint Petersburg enz. Van zijn werken noemen wij: „Affections nerveuses syphilitiques" (1861), „Voyage chez les lépreux" (1893), „Les Lépreux ambulants de Constantinople" (1897), „Gangrène par perturbation nerveuse", „Hypertrophie du coeur pendant la grossesse" (1862), „Morphinomanie" (1883 en 1884) en „Hemorrhoïdes de la vessie." Verder schreef hij een aantal artikelen en verhandelingen. K- Zambeccari, Francesco, graaf, een Italiaansch

Sluiten