Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kentenis kon brengen, bevond hij zich weldra weder op vrije voeten. Een van hen evenwel, die gevangen i genomen waren, verried de namen van onderscheiden leden van den bond der Philareten, en daarop j hadden zoovele inhechtenisnemingen plaats, zoodat op den lBten November 1824 bijna alle studenten in 1 gevangenissen, kloosters en openbare gebouwen waren opgesloten. Allen loochenden standvastig liet i bestaan van een geheim genootschap. Na een onder- i zoek van zes maanden nam Zan, die een innig mededoogen gevoelde met het ongelukkig lot van zoo < vele jongelingen, het besluit, om de geheele verant- woordelijkheid op zich te nemen. In een door hein onderteekend stuk maakte hij zich bekend als de stichter en voorzitter van de ontbonden vereeniging der Philareten, wier oorsprong, doel en werkzaamheid hij uitvoerig beschreef, en verlangde, dat hij alleen voor dat alles mocht worden gestraft. De Russische ambtenaren voldeden echter niet aan dezen wensch, maar de rechters vonden het ook niet billijk een zoo groot aantal jongelieden te veroordeelen. Onderscheidene gevangenen werden in vrijheid gesteld. Daar men echter aan keizer Alexander den bond der Philareten had voorgesteld als eene gevaarlijke staatkundige vereeniging, werden door een besluit van 14 September 1824 vier professoren te Wilna van hun ambt ontzet en vele Philareten en Philomaten streng gestraft, daar zij beschuldigd werden van het voornemen om door opwekking van het nationaliteitsgevoel oproer tegen Rusland te stichten in de Russisch Poolsche gewesten. Zan werd met anderen naar Siberië verbannen en naar de Kirgische grenzen gebracht.

Zanardepli. Giuseppe, een Italiaansch staatsman, geboren den 29sten October 1829 te Brescia, studeerde te Pavia in de rechten, nam in 1848 en 1849 deel aan het verzet tegen Oostenrijk, vluchtte bij het mislukken daarvan; hij ontving echter in 1861 vergiffenis en keerde terug naar zijn geboorteplaats, waar hij tot 1858 zich bezig hield met het geven van onderwijs. Na de vereeniging van Lombardije met Italië werd hij lid van het Parlement en bleef er bij voortduring zitting houden. Hij behoorde er tot de republikeinsche linker zijde en was tevens te Brescia als advocaat.werkzaam. Nadat hij in 1860 deel genomen had aan den tocht van Garibaldi naar Sicilië, organiseerde hij in 1866 als koninklijk commissaris het bestuur van de provincie Belluno. In het eerste ministerie van de linkerzijde (24 Maart 1876) belastte hij zich met de portefeuille van Openbare Werken, maar legde ze neder in 1877, daar hij weigerde het verdrag te onderteekenen, door Depretis over de exploitatie der spoorwegen in Opper-Italië gesloten. Reeds in Maart 1878 werd hij als minister van Binnenlandsche Zaken lid van het Kabinet Cairoli en diende het ontwerp in, aan de linker zijde toegezegd, tot hervorming der kieswet en uitbreiding van het stemrecht. Tot 1877 bleef hij minister van Binnenlandsche Zaken, daarna was hij tot 1883 en vervolgens van 1887—1891 minister van Justitie. Van 1891—1899 was hij met kleine onderbrekingen president van de Kamer van Afgevaardigden. Van December 1897 tot Juni 1898 was hij voor de derde maal minister van Justitie. In 1901 werd hij tot minister-president benoemd, hij kon echter zijn democratisch programma niet verwezenlijken en nam in 1903 zijn ontslag. Hij overleed den 26Bten Decem-

jer 1903 te Maderno. In 1909 werd te Brescia een itandbeeld voor hem opgericht.

Zanchl, Johannes Chrysostomus, eigenlijk Pamohiliuz, een Italiaansch oudheidkundige, geboren te Bergamo in 1490, omhelsde den geestelijken stand, ïrad in de Orde der kanunniken van Lateraan, werd in 1540 prior van het Heilige Geestklooster, in 1559 superior zijner Orde en overleed in 1566. Hij schreef: „Ad Carolum V panegyricus", „De ^orobiorum origine, situ ac Bergami rebus antiquis" (1541) Bn leverde bijdragen in: „Italia illustrata" van Schatte en in de ,,Antiquitat.es Italianae" van Burmannus.

Zanchi, Basilius, een broeder van den voorgaande, een Italiaansch dichter, werd geboren te Bergamo in 1501, bekleedde geruimen tijd de betrekking van bibliothecaris van het Vaticaan te Rome, maar overleed in de gevangenis in 1558. Hij schreef: „De horto Sophiae" (1540), „Quaestiones in IV libros Regum et Paralipomenorum" (1553), „Poematum libri VIII" (1550; 4d* druk, 1557), „Verborum latinorum ex variis auctoribuz epitome" (1541), „Epithetorum commentarii" (1542 ; 2de druk, 1612) en „In omnes divinos librös notationes" (1553; 3de dnik, 1602).

Zanchius. Hiërónymus, een Italiaansch godgeleerde, geboren den 2den Februari 1516 teAzano nabij Bergamo in Italië, was eenigen tijd regulier kanunnik in het Lateraan en studeerde vervolgens te Padua in de wijsbegeerte en godgeleerdheid. Het lezen van den Bijbel en van de geschriften der Hervormers was oorzaak, dat hij Italië verliet, zich over Zwitserland naar Straatsburg begaf, de Hervorming omhelsde en een uitlegkundigen leerstoel aanvaardde. Kort daarna werd hij gewikkeld in de twisten tusschen de Lutherschen en Gereformeerden, werd door beide partijen van onrechtzinnigheid beschuldigd en aanvaardde het hoogleeraarsambt te Heidelberg, waar hij in 1576 voor een beroep naar Leiden bedankte. Hij overleed te Heidelberg den 19d®n November 1590. Zijn „Opera theologica" zijn in 1613 en vervolgens in 1619 in het licht verschenen.

Zand is een gesteente, bestaande uit losse korrels, waarvan de middellijn in den regel niet grooter is dan eenige millimeters. Naar gelang van de grootte der korrels onderscheidt men grof zand, fijn zand, en stuifzand. De korrels kunnen hoekig of afgerond zijn en vormen slechts zelden min of meer volkomen kristallen. De grondstof van zand is zeer verschillend, daar zeer uiteenloopende soorten van gesteenten en delfstoffen en zelfs koraal en schelpen in verbrijzelden toestand een soort van zand kunnen leveren. Naar gelang van zijn samenstelling kan het zand weerstand bieden aan den invloed van de lucht of door de werking van deze allengs veranderen. Het onveranderlijke zand (bijv. zuiver kwartszand), alsmede de veranderlijke soorten, die geheel uitgeloogd kunnen worden, zijn ongeschikt om teelaarde te vormen, terwijl zoodanige soorten, die tegelijk vaste en oplosbare delfstoffen bevatten, aan de voorwaarden kunnen voldoen, door den plantengroei gevorderd. Men onderscheidt: kwartszand, dat zeer zelden uitsluitend uit kwarts bestaat, maar gewoonlijk met 2 tot 20% andere delfstoffen (veldspaat, glimmer of kalk) vermengd is. Dikwijls wordt het ijzerhoudend, doordat de korrels met een laag van bruinijzersteen bedekt worden. Hierdoor | wordt het zand hoogst onvruchtbaar. Somtijds be-

Sluiten