Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zandverstuiving-en. Zie Zandstuivingen.

Zandvloo. Zie Vlooien.

Zandvoort. een gemeente in de provincie Noord-Holland, 3298 H.A. groot met (1910) 3890 inwoners, wordt begrensd door de Noordzee, door de Noord-Hollandsche gemeente Bloemendaal en door de Zuid-Hollandsche gemeenten Noordwijkerhout en Noordwijk. De bodem bestaat uit duin en duingronden. De gemeente bevat het dorp Zandvoort, het landgoed Groot-Bentveld en eenige verstrooide huizen.

Het dorp Zandvoort is thans de tweede badplaats van Nederland. Het is door een spoorlijn en door een electrische tramlijn met Haarlem en Amsterdam verbonden. In 1909 werd een nieuw groot station voor het verkeer geopend. Zandvoort bezit 4 badinrichtingen en een badinrichting voor minvermogenden, 2 vacantiekolonies, 9 groote hotels, talrijke villa's en pensions, fraaie wandelingen in het Kostverloren Wandelpark en in de duinen van de Zandvoortsche Terrein- en Hötelmaatschappij. een circusvariëteitentheater enz. Men vindt er een Hervormde kerk, een Roomsch Katholieke kerk, een gasthuis voor oude mannen en vrouwen en een diaconiehuis. Zandvoort heeft zich in de laatste jaren snel ontwikkeld. In 1891 bedroeg het aantal badgasten 2000, in 1895 3026, in 1900 5500, in 1905 8116, in 1910 9000.

Zandzakken zijn met aarde gevulde, linnen zakken ter zwaarte van 15—20 kg., die in den velden vestingoorlog gebruikt worden om schietgaten op borstweringen te maken, tot den bouw van voorloopige dekkingen op plaatsen, waar geen grond aanwezig is, tot versterking van steile of het snel herstellen van beschadigde duin- of dijkglooiïngen, bij het afdammen van mijnen enz. In den Russisch-Japanschen Oorlog hebben zandzakken een uitgebreide toepassing gevonden in gevallen, waarin een bevroren bodem grondwerk verhinderde.

Zandzuig-er. Zie Baggermachines.

Zanella. een atlasachtig weefsel, heeft een katoenen ketting en een inslag van kamgaren. Zij wordt gebruikt als voering van betere qualiteit en vindt ook toepassing als overtrek van parapluie's.

Zanesville. een stad in Muskingum County in den Noord-Amerikaanschen staat Ohio, ligt op de beide oevers van de Muskingum en aan de uitmonding van de Licking, alsmede aan eenige spoorwegen. De plaats bezit een middelbare school, een kweekschool voor onderwijzeressen, een atheneum met een bibliotheek en (1900) 23 538 inwoners, die zich voornamelijk bezighouden met de vervaardiging van aardewerk en terracotta, glas, papier, zeep, machines enz. Men vindt er steenkoolmijnen en natuurgas.

Zanetti. Antonio, een der voortreffelijkste componisten van zijn tijd, geboren te Venetië in het midden der 17dc eeuw, werd kapelmeester bij den hertog van Modena, maar keerde terug naar Venetië, om zich uitsluitend aan het componeeren te wijden. Hij overleed aldaar in 1708. Hij leverde de opera's: „Medea in Atene"(1675), ,,L'Aurora in Atene"(1678), „Irene e Constantino"(1681), „Temistocle in Bando" (1683), „Virgilio Console"(1704) en „Artaserse" (1705).

Zanetti, Antonio Maria Erasmus, graaf, een Italiaansch schrijver en kunstverzamelaarteVenetië, werd geboren omstreeks het jaar 1680 en hernieuwde de uitvinding van Hugo da Carpi, om houtsneden en kopergravures met verschillende platen af te druk¬

ken. Hij was een onvermoeid bevorderaar der kunst, bracht een groot aantal kunstwerken bijeen en overleed in 1767. Hij werkte mede tot de uitgave der: „Lettere sulla pittura, scultura ed architettura" (1854).

Zanetti, Girolamo Francesco, een neef van den vorige, geboren te Venetië in 1713 en overleden in 1782 als hoogleeraar in de rechten te Padua, hield zich ijverig bezig met de studie der oudheden en schreef o. a.: „Ragionamento dell'origine della moneta veneziana"(1760), „Dell' origine di alcune arti principali apresso i Veneziani libri due"(1758) en ,.Choricon Venetum"(1765).

Zanetti, Antonio Maria, een broeder van den vorige, maakte zich als directeur van de bibliotheek van San Marco te Venetië zeer verdienstelijk, alsmede door zijn geschriften: „Varie pitture a fresco di principali maestri veneziani"(1760) en „Della pittura veneziana"(1771; 2de druk, 1794). Hij overleed in 1771.

Zanetti. Francesco, een Italiaansch componist, werd geboren te Volterra omstreeks het jaar 1740, was eerst kapelmeester aan de hoofdkerk te Perugia, verloor in 1770 die betrekking en vertrok toen met zijn echtgenoote naar Londen, waar hij in 1790 overleed. Hij schreef de opera's: „L'Antigono", „La Didone abandonnata" en „Le Cognate in lontesa" en leverde daarenboven onderscheiden muziekstukken.

Zang-, Christoph Bonifacius, een Duitsch heelkundige, geboren te Frickenhausen in 1772, studeerde te Weenen en werd eerst officier van gezondheid in het Oostenrijksche leger, daarna in 1806 hoogleeraar en directeur der chirurgische kliniek aan de Josephsacadémie. In 1812 werd hij benoemd tot arts bij den generalen staf, ontving in 1833 pensioen en overleed in 1835. Hij schreef: „Würdigung der vom Professor Kern in Vorschlag gebrachten neuen Methode Wunden zu heilen"(1810), „Darstellung blutiger heilkundiger Operationen"(1813—1820, 4 dln.; 3ae druk, 1822—1823).

Zang emeister, Karl, een Duitsch taalkundige, geboren den 28sten November 1837 te Hallungen (Saksen-Gotha), studeerde van 1857—1859 te Bonn, tot 1862 te Berlijn, werd tijdelijk leeraar aan de gymnasia te Berlijn en Bonn, hield van 1863 tot 1865 zich bezig met wetenschappelijke werkzaamheden in Italië, werkte vervolgens te Berlijn en te Gotha voor het „Corpus Inscriptionum Latinarum" en kreeg in 1868 een aanstelling aan de bibliotheek te Gotha. Hij werd in 1873 opperbibliothecaris te Heidelberg en werd in 1875 tevens tot hoogleeraar benoemd. Sedert 1892 was hij voorzitter van het comité van de RijksLimescommissie. Hij overleed den 88ten Juni 1902 te Heidelberg. Van het „Corpus Inscriptionum Latinarum" bewerkte hij het 4de deel „Inscriptiones parietariae Pompeianae, Herculanenses, Stabianae" (1871) en een gedeelte van dl. 13, buitendien verzamelde hij „Glandes plumbeae latine inscriptae" in het 6ae deel van de „Ephemeris epigraphica"(1885). Van zijn overige werken noemen wij: „Exempla codicum latinorum litteris maiusculis scriptorum"(met Wattenbach, 2ae druk 1878, supplement, 1879), een uitgave van Orosius voor het 5de deel van de „Corpus scriptorum ecclesiasticorum latinorum"(1882) en „Bruchstücke der altsachsischen Bibeldichtung derBibliotheca Palatina" (met Braune, 1894). Verder gaf hij een aantal bibliothecarische geschriften in het licht.

Zangkunst. Zie Zingen,

Sluiten