Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zanguebar. Zie Zanzïbar.

Zangvogels (Oscines) is een vogelgroep, die de meeste soorten van de orde der muschvogels of muschachtige vogels (Passerinae) omvat. Ook geeft men aan de muschvogels in het algemeen wel den naam van zangvogels. De zangvogels in engeren zin, waarnaast dan de groep van de schreeuwvogels staat onderscheiden zich door een volledige ontwikkeling van het onderste strottenhoofd en zijn meestal voorzien van 5 paar spieren, die over de voor- en achterzijde van dit orgaan verdeeld zijn. Uitwendig zijn zij kenbaar aan de zeer geringe ontwikkeling of het volslagen gemis van de eerste der tien groote slagpennen; de loop is aan de voorzijde bekleed met aaneengegroeide, groote hoornplaten, die aan weerskanten verbonden zijn met een onverdeeld zijstuk. Tot de zangvogels behooren een groot aantal familiën, zooals de zangers (sylviidae), timaliën, meezen, boomklevers, honigvogels, leeuweriken, woudzangers, vinken, wevervogels, spreeuwvogels, paradijsvogels, raafvogels, zwaluwvogels enz. Tot elk van deze familiën behooren weer een groot aantal soorten. De oude indeeling in 6 groepen,n.1. tandsnaveligen (dentiroslres), priemsnaveligen (subulirostres), kegelsnaveligen (conirostres), raafvogels (coraces), dunsnaveligen (tenuirostres) en spleetsnaveligen (fissirostres) wordt tegenwoordig niet zoo veel meer gebruikt.

Zangwill. Israël, een Engelsch schrijver, geboren den 24atel1 Februari 1864 te Londen, bezocht de lagere school en studeerde daarna zonder leiding voor het examen van bachelor of arts, dat hij aan de hoogeschool te Londen aflegde. Daarna was hij particulier onderwijzer, legde zich echter later op de journalistiek toe en was een tijdlang redacteur van het spotblad „Ariel", terwijl hij tevens letterkundige artikelen voor „Harper's Magazine" schreef. Hij bereisde Groot-Brittannië, Nederland en de Vereenigde Staten van N.Amerika, waar hij een aantal voordrachten hield. Bovendien knoopte hij betrekkingen aan met Th. Herzl en M. Nordau en agiteerde hij ijverig voor het Zionisme. Hij stichtte de „Jewish Territorial Organization" (J. T. O.), welke de vestiging van vaderlandslooze Joden in een autonoom territorium buiten Palestina beoogt en waardoor hij de afscheiding van de zoogenaamde Territorialisten van de overige Zionisten bewerkte. Op letterkundig gebied is hij vooral bekend door zijn schilderingen van het Londensche Ghetto. Van zijn romans noemen wij: „The Premier and the Painter"(1888), „The bachelors' Club"(1871), „The big Bow mystery" (1892), „The old maids' Club"(1892), „The Master" (1895), waarin het leven der Londensche kunstenaars-Bohémiens wordt beschreven en „The Mantle of Elijah"(1906), een staatkundige roman. Zijn hoofdwerk „Children of the Ghetto"(1892), een bundel ghetto-geschiedenissen, is in bijna alle beschaafde talen overgezet. Verder schreef hij: „Merely Mary Aun"(1893), „Ghetto tragedies"(1893), het humoristische „The King of Schnorrers"(1894), en „Dreamers of the Ghetto"(1898), waarin Spinoza, Lasalle, Reine, Beaconsfield enz. behandeld worden. „The grey Wig"(1903) bevat novellen, „Blind children"

(1903) gedichten. Ook schreef hij tooneel- en blijspelen, zooals: „Six persons" (1892), „Children of the Ghetto"(1899), „The moment of death"(1900), „The revolted daughter"(1901), „Merely Mary Aun"

(1904), „The seriocomic governess"(1904) en „Jinny

the Carrier"(1905), welke te Londen en New-York met succes werden opgevoerd.

Zang-wijze is hetzelfde als Melodie. Zie aldaar,

Zaninus de Solcia. kanunnik en doctor in de rechten te Bergamo, leefde tegen het einde der 15de eeuw en is bekend geworden als de eerste, die het gevoelen heeft geopperd, dat reeds vóór Adam menschen (prae-adamieten) hebben bestaan. Ook omtrent de wereldschepping koesterde hij een geheel andere meening, dan in het Bijbelsche scheppingsverhaal wordt verkondigd. Tevens beweerde hij, dat Jezus niet uit liefde jegens de menschheid gestorven was, maar omdat het in de sterren geschreven of met andere woorden door het Noodlot alzoo bepaald was, voorts dat Jezus slechts eigen inzichten had gepredikt, evenals Mozes en Mohammed, zoodat ook de Christelijke wet, evenals de Joodsche, eenmaal door een andere zou worden vervangen. Bernhard de Bosco bewerkte, dat omtrent Zaninus de Solcia een gerechtelijk onderzoek werd ingesteld, en hoewel deze zijn leerstellingen als even zoo vele dwalingen afzwoer, werd hij afgezet en voor levenslang in een klooster opgesloten.

Zankow, Dragan, een Bulgaarsch staatsman, geboren in October 1828 te Sistowa, studeerde te Odessa en te Kiew, begaf zich vervolgens naar Weenen, waar hij een Bulgaarsche spraakkunst in het licht zond, en was vervolgens in zijn vaderland en elders voor de bevrijding van Bulgarije van de heerschappij der Grieksche Fanars en der Turksche Pasjas werkzaam. Daarna trad hij echter in Turkschen staatsdienst en werd eerst ambtenaar van den pasja van Varna en vervolgens van dien van Roestsjoek. Na het dempen van den opstand van 1876 ondernam hij een reis door de staten van Europa, om hun bijstand in te roepen tegen de Bulgaarsche gruwelen. Bij de stichting van het vorstendom Bulgarije nam hij geen zitting in een der beide eerste ministeriën, omdat hij voor gematigd liberaal werd gehouden. Eerst in April 1880 trad hij als minister van Buitenlandsche Zaken aan het hoofd van een coalitie-ministerie, legde echter den 10den December het voorzitterschap en de portefeuille van Buitenlandsohe Zaken neder en kwam aan het hoofd van het departement van Binnenlandsche Zaken, kreeg echter den 29sten December zijn ontslag. Omdat hij het volk opgestookt had, werd hij in 1882 gedurende eenige maanden gevangen gehouden. Na het herstel van de grondwet van Tirnowa werd hij in 1883 opnieuw ministerpresident, trad echter in 1884 af en nam in 1886 deel aan de samenzwering tegen den vorst. Na den val van Alexander trad hij als minister van Binnenlandsche Zaken op, werd evenwel den 308ten Augustusop bevel van het regentschap gevangengenomen. Ofschoon weldra weder in vrijheid gesteld, werd hij niet tot lid van de Sobranja gekozen, waarom hij zich naar Konstantinopel begaf. In 1894 keerde hij, na den val van Stambulow, terug en was werkzaam voor een verzoening met Rusland. Zijn invloed nam in de jaren 1902 en 1903 zeer af door het bekend worden van samenzweringen van zijn schoonzoon Ludskanow en van den Rus Weiszmann.

Zaunichelli, Giovanni Geronimo, een Italiaansch genees- en plantkundige, geboren te Modena in 1662, wijdde zich eerst aan de artsenijmengkunde, stichtte in 1684 te Venetië een laboratorium en hield zich tevens bezig met de geneeskundige praktijk cn wel met zoo goed gevolg, dat de hertog van Parma

Sluiten