Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem tot doctor in de genees- en scheikunde in zijn staten benoemde. Later legde hij zich toe op de geognosie en deed onderscheiden reizen. Hij overleed in 1729. Hierdoor bleef zijn groot werk over de planten, de zoöphyten en insekten onvoltooid. Hij schreef: „Promptüarium remediorum chymicorum"(1701), „Catalogus plantarum terrestrium et marinarum" (1711 en 1712), „De ferro ejusque praeparatione" (1713; 2de druk, 1791), „De myriophyllo pelagico" (1714), „Lithographia duorum montium Veronensium"(1721), en „De ruscu et ejus praeparatione" (1727). Het plantengeslacht Zannichellia is naar hem genoemd.

Zannichellia L. is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Potameeën. Het onderscheidt zich door éenslachtige bloemen, die afzonderlijk geplaatst zijn. De mannelijke bloem mist een bloemdek en heeft een meeldraad met een zeer dunnen helmdraad, — de vrouwelijke bloem heeft een éenbladerig, vliezig, napvormig bloemdek, 2 tot 6 vrije stijlen met een gesteelden, schildvormigen stempel, en droge, éenhokkige, éenzadige, vliezige vruchtjes. Het omvat ondergedoken waterplanten met lijnvormige bladeren. Van de soorten noemen wij: Z. palustris L. met kortgesteelde vruchtjes, een stijl, die half zoo lang is als de vrucht en vruchten, die glad of van 1 tot 2 gekartelde vleugels voorzien zijn, — en Z. pedicellata L. met langgesteelde vruchtjes, een steel zoo lang als de vrucht en gevleugelde vruchten. Beide soorten groeien in ons land.

Zannoni, Giovanni Batista, een Italiaansch oudheidkundige, geboren te Florence den 29sten Maart 1774, was een leerling van Lami en werd in 1811 diens opvolger als oudheidkundig directeur der Galleria degli uffizii aldaar, zag zich in 1817 benoemd tot secretaris der Accademia della Crusca en overleed den 13de" Augustus 1832. Hij schreef: „Degli Etruschi" (1810), „Illustrazione di due urne etnische" (1826) en „Dei denarii consolari e di famiglie romane" (1830). Ook schreef hij de geschiedenis der Academie, waarvan hij secretaris was, en onderscheiden lofredenen. Eindelijk gaf hij met Ramirez de Montalio het voortreffelijk werk: „La Reale Galleria di Firenze" (13 dln., 1810 enz.) in het licht.

Zanotti, Francesco Maria, een Italiaansch geleerde en dichter, geboren te Bologna den 6den Januari 1692, werd in 1718 hoogleeraar in de wijsbegeerte en bibliothecaris aldaar, in 1723 secretaris en in 1766 voorzitter der universiteit. Hij overleed den 24"ten December 1777. Hij legde zich hoofdzakelijk toe op de wiskunde en wijsbegeerte en maakte de ontdekkingen van Newton bekend in Italië. Op zijn aansporing deed zijn leerling Algarotti de bekende proeven over het licht. De „Atti dell' Istituto di Bologna", welke hij als secretaris der Academie in het licht gaf, bevatten een reeks van belangrijke wiskundige opstellen van zijn hand. Als dichter schreef hij: „Poesie volgari e latine" (1734, 2de druk, 1767) en wees in zijn geschrift: „Dell'arte poëtica" (1760) de regels aan voor den Italiaanschen versbouw. Van zijn overige geschriften vermelden wij: „Tre orazoni sopra la pittura, la scultura e 1'architettura" (1747, 2de druk, 1774) en „Filosofia morale" (1754, 2de druk, 1763), waarin hij zocht te bewijzen, dat de Stoïcijnen reeds ten halve Christenen zijn geweest, 't geen hem door de geestelijkheid

zeer euvel werd geduid. Zijn gezamenlijke werken zijn in 1779 in 9 deelen en zijn „Opere scelte" in 1818 in 2 deelen in het licht gegeven.

Zante of Zakynthos, een der Ionische Eilanden, na Cerigo het zuidelijkste der zeven grootste, ligt tegenover het noord-westelijk uiteinde van de Peloponnesus en ten zuiden van Cephalonia. Het telt op 434 (volgens nieuwere berekeningen 394) v. km. 45 032 inwoners, meest van Grieksche afkomst, die zich echter sterk vermengd hebben met Italianen, terwijl er ongeveer 2 000 Israëlieten en eenige honderden R. Katholieken worden gevonden. Dit eiland, wegens zijn schoonheid door de Italianen II fiore di Levante (De bloem van het Oosten) genoemd, heeft een langronden vorm met een naar het noordoosten gerichte spits (Kaap Schinari) en een baai (die van Chiëri) in het zuidoosten. Aardbevingen komen er dikwijls voor. Het eiland is arm aan water. In het W. vindt men een laag kalkgebergte, waarvan de hoogste top 830 m. is, het O. bestaat uit een vruchtbare vlakte, die inhetZ.O. door den berg Skopos afgesloten wordt. Het klimaat is zacht en gezond. Tot de voornaamste voortbrengselen beliooren krenten (jaarlijks tusschen 5 en 7,6 millioen kg.), zuidvruchten, olijven, olie, zijde, zout en zeep. Bij de baai van Chiëre in het Z. bevinden zich bronnen van vloeibaar aardpek, terwijl aan de noordoostkust in een half met water gevulde grot, alleen van de zeezijde toegankelijk, een minerale olie opborrelt. Wijn en graan wordt er slechts in een geringe hoeveelheid verbouwd. De bosschen uit de Oudheid zijn verdwenen, de olijfboomen van de vlakte zijn langzamerhand door den krentenbouw verdrongen. Men heeft er weinig huisdieren; het vee voor het gebruik wordt uit Griekenland aangevoerd. De nijverheid bepaalt zich tot katoenspinnerijen en tot het vervaardigen van tapijten, zijden stoffen, linnen, zeep en likeuren. Men heeft er echter een belangrijken handel in de voortbrengselen van het land. Een gedeelte der inwoners (Zantioien) begeeft zich jaarlijks eenigen tijd naar Griekenland, om daar in den oogsttijd werkzaam te zijn. De hoofdplaats is Zante (zie aldaar).

Het eiland heette in de Oudheid Hyria, later Zakynthos. Het werd bewoond door Achaeërs, die uit de Peloponnesus daarheen getrokken waren. De eenige stad was Zante op de oostkust. In de 2d« eeuw v. Chr. viel het eiland in handen der Romeinen, die het bij de provincie Epirus voegden. Daarop maakte het een deel uit van het Oost-Romeinsche rijk, kwam in de 13de eeuw onder de heerschappij van den koning van Napels en in de 14de onder die der Venetianen. Van 1797—1799 behoorde het, evenals de andere Ionische Eilanden, aan de Franschen, aan welke het in 1799 door de Russen werd ontrukt. Sedert 1800 maakte het een deel uit der Ionische Republiek en kwam daarmede in 1863 aan het koninkrijk Griekenland.

Zante of Zakynthos, de hoofdstad van het eiland Zante (zie aldaar) ligt op de oostkust van het eiland, amphitheatersgewijs op de helling van een heuvel, op wiens top men een door de Venetianen gebouwde citadel aantreft. De stad is de zetel van een Griekschen aartsbisschop en van een R. Katholieken bisschop, heeft onderscheiden kerken, onder welke zich die der Phaneromeni (de schoonste der Ionische eilanden) en die van St. Dionysius bevinden, een aantal kapellen, kloosters en hospitalen.

Sluiten