Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een gymnasium, een belastinggebouw, een tuighuis, een haven met een vuurtoren, verschillende fabrieken, vooral van zijden stoffen, tapijten, gouden en zilveren voorwerpen, katoenen garens, zeep en leder, een levendigen handel en scheepvaart en omstreeks 14 906, als gemeente 17 478 inwoners. Door de aardbeving van 1893 heeft de stad zeer geleden.

Zantedeschi, Francesco, een Italiaansch natuurkundige, geboren in 1797, omhelsde den geestelijken stand, maar legde zich tevens met ijver toe op de natuurkunde, zoodat hij in 1838 een leerstoel in die wetenschap aanvaardde aan het lyceum te Venetië. Later vertrok hij als hoogleeraar naar Padua, waar hij den 29sten Maart 1873 overleed. Hoewel hij reeds in 1855 blind geworden was, bleef hij werkzaam op het door hem gekozen gebied. Hij schreef : „Instituzioni di filosofia e di fisica" en leverde meer dan 325 opstellen over natuurkundige onderwerpen, vooral in de „Bibliotheca italiana" en in de „Bibliothèque universelle de Genève". Eindelijk vermelden wij nog zijn werk: „Sulle leggi della distribuzione del calorico nell' atmosfera d'Italia ossia sulla termografia" (1869), terwijl inzonderheid zijn opstel: „Sulle burrasche accadute nel maggio" (1863) zeer wordt geroemd.

Zantedeschia is de naam van een soort araceeën (zie aldaar), waartoe kruidachtige planten met langgesteelde pijl- of spiesvormige bladeren en langgesteelde bloemen met een tamelijk groote, trechtervormige witachtige of gele scheede en een korten bloeikolf behooren. In Zuid-Afrika zijn 6 soorten inheemsch. Daarvan wordt de zantedeschia aethiopica (calla aethiopiea of ricoardia ajricani) met een groote, helwitte scheede sedert lang bij ons als sierplant gebruikt. De veel kleinere zantedeschia albomaculata heeft smalle, witgevlekte bladeren en witte bloemen met een purperachtigen tint. Deze plant wordt wel in tuinen gekweekt.

Zanten. Cornelia van, een Nederlandsch zangeres, geboren te Dordrecht in 1855, ontving aanvankelijk haar opleiding van den muziekdirecteur Benri Geul, studeerde daarna aan het conservatorium te Keulen onder leiding van professor Schneider, vervolgens aan het conservatorium te Milaan en ontving eindelijk onderricht van professor Lamperti aan het Meer van Como. Daarna werd zij aan de Italiaansche opera te Turijn verbonden en kreeg achtereenvolgens engagementen te Breslaü, Kassei en Hamburg. Vervolgens maakte zij met de National Opera Company een tournée door Amerika, werd na haar terugkeer leerares voor solozang aan het conservatorium te Amsterdam en vestigde zich in 1903 te Berlijn als leerares.

Zanthoxyleen is de naam eener tweezaadlobbige plantenfamilie uit de orde der Therebinthinen. Zij omvat boomen en heesters met afwisselende of tegenovergestelde, even of oneven gevinde bladeren met een veelal gevleugelden bladsteel en klierachtig gestippelde blaadjes, — voorts met regelmatige, meestal door mislukking éenslachtige, eind- of okselstandige bloemen. De kelk is doorgaans 4- of 5-slippig en in den knop dakpanvormig. De bloembladeren wisselen af met de kelkbladeren en ontbreken zelden. Het aantal meeldraden is gelijk aan dat der bloembladen; zij hebben vrijstaande helmdraden en overlangs openspringende helmknoppen. De bovenstandige vruchtbeginsels verheffen zich op een steelvormigen vruchtbodem in

gelijk of geringer aantal dan de bloembladeren; zij zijn éenhokkig, geheel gescheiden of tot een reelhokkig vruchtbeginsel samengegroeid. Ieder van deze bevat meestal 2 anatrope zaadknoppen. De stijlen zijn gescheiden of onderling samengegroeid. De vrucht kan enkelvoudig zijn, twee- tot vijfhokkig en dan besachtig, vliezig of lederachtig, of zij bestaat uit verschillende afzonderlijke steen bessen. De zaden hebben een gladde, glanzige, korstachtige schaal, een vleezig endosperm en in de as van dit laatste een rechte of flauw gekromde kiem met platte, ovale zaadlobben. Men kent van deze planten ongeveer 100 soorten en ruim 20 geslachten, die hoofdzakelijk in de keerkringsgewesten van Azië en Amerika groeien en in Europa geheel en al ontbreken. Zij bevatten in haar samenstellende deelen veel aetherische olie, hars en een bitterstof. Sommige zijn als artsenijgewassen bekend, andere als specerij- en nog andere als verfstofleverende planten.

Zanthoxylon L. of geelhout, een plantengeslacht uit de familie der Zantoxyleeën, onderscheidt zich door een 3- tot 9-slippigen of 4 tot 6-deeligen kelk. De bloembladeren wisselen af met de even talrijke kelkslippen, terwijl de mannelijke bloem ook zoo vele meeldraden telt. Ook de vrouwelijke bloem heeft zooveel stijlen als kelkslippen, die later tweekleppige, éen- tot driezadige doosvruchten vormen. Het omvat gedoomde heesters en boomen met klierachtige, gevinde, afwisselende bladeren, en onder zijn talrijke soorten bevinden zich onderscheiden geneeskrachtige planten. Daarvan noemen wij: Z. alatum Roxb., een stekeligen heester met oneven gevinde bladeren, lancetvormige vinblaadjes, gevleugelde bladstelen en okselstandige aren; deze plant wordt 3 of 4 m. hoog en groeit in sommige bergstreken van Zuid-Azië; — Z. aromaticum Willd., een stekeligen heester met even gevinde bladeren, gesteelde, lancetvormige, gezaagde vinblaadjes en eind- of okselstandige aren; deze plant groeit op de Bahama eilanden; — Z. Budrunga Dec., een boom met kleine, opstaande stekels aan den stam en aan de takken, onparig gevinde bladeren en eirond-lancetvormige vinblaadjes; deze boom groeit in Oost-Indië en draagt naar citroenen riekende en smakende vruchten; — Z. Clava Herculis L. of Caraïbisch geelhout, een Westindischen boom; deze is gewapend met stekels, draagt oneven gevinde bladeren, zittende, getande vinblaadjes en eindstandige aren; —- Z. emarginatum Siv., een kleinen boom op Jamaica, ongedoorod, met gevinde bladeren en eironde, getande vinblaadjes; hij levert een welriekende houtsoort, die ook bij het verbranden een aangenamen geur verspreidt; — Z. frascineum Willd., een gedoomden heester met oneven gevinde bladeren en eivormige eenigszins gezaagde vinblaadjes. Hij groeit in Noord-Amerika van Canada tot Virginia en wordt tegen tandpijn aangewend; — Z. hermaphrodilum Willd., een hoogen boom in Guyana en West-Indië, met gevinde bladeren, langwerpige, toegespitste, gaafrandige vinblaadjes en een dikken, met een grijze schors bedekten, gedoornden stam; — Z. hyemale Sir EU, een Braziliaan schei heester met even gevinde bladeren en ongesteelde, omgekeerd eivormige vinblaadjes; — Z. nitidum Dec. met stekelige takken, bladstelen en bladnerven, oneven gevinde bladeren, langwerpige, glanzige vinblaadjes en okselstandige bloemtrossen, in het zuiden van China te vinden;

Sluiten