Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zapoteken, een cultuurvolk van het oude Mexico, dat vroeger een onafkankelijken staat vormde, bewoont thans, ten getale van ongeveer 230 000 zielen, nog een groot gedeelte van den Mexicaanschen staat Oajaca. De Zapoteken vormden een volk met een eigen beschaving. Zij beoefenden den landbouw, hadden vaste woonplaatsen en stichtten gebouwen van steen en mortel. Van hen zijn de beroemde ruïnen van Mitla afkomstig, waar de opperpriester woonde, die naast den koning een belangrijken invloed had. Met de Mixteken vormden zij één taalstam. Hun hoofdstad was Zaachilla, door de Mexicanen Teotzapotlan genoemd en in de nabijheid van Oajaca in een vruchtbare streek gelegen. Het land der Zapoteken is rijk aan oudheden. Karakteristiek zijn aarden vaten met figuren, welke een gezicht voorstellen, waarvan de oogen door gezwellen zijn omgeven en dat een slangenmuil vertoont. Ook metalen voorwerpen: koperen bijlen, sikkelvormige messen van koperblik en sieraden van koper, zilver en goud worden gevonden.

Zapotlan el Grande (Ciudad Guzman), een plaats in den Mexicaanschen staat Jalisco, gelegen ten N. O. van Nevado de Colima, bezit een seminarium, destilleerderijen, suikerfabrieken en fabricage van stroohoeden. Zij telt (1900) 17 596 inwoners, die ook handel drijven in granen en vee. In de nabijheid liggen zilvermijnen.

Zappi, Giovanni Battista Felice, een Italiaansch rechtsgeleerde en dichter, geboren in 1667 te Imola, werd reeds op 13-jarigen leeftijd te Rome doctor in de rechten, vestigde zich eerst aldaar als advocaat, verkreeg onder paus Innocentius XII een aanzienlijke betrekking en wijdde zich hoofdzakelijk aan de poëzie en aan de schoone kunsten. Hij behoorde tot de stichters van de Academie der Arcadiërs, droeg als lid van deze den naam van Tirsi Leucasio en overleed den 30sten Juli 1719. Zijne gedichten, meestal in den trant van Analcreon, zijn in het licht gegeven met die van zijn echtgenoote Faustina, de schoone dochter van den schilder Maratii.

Zaptié is de naam van de militair georganiseerde, Turksche veld- en stadspolitie, Er zijn bereden, Swari, en zaptié te voet. Meestal is er in ieder vilajet een regiment en in ieder sandsjak een bataillon. De gezamenlijke sterkte der zaptié bedraagt ongeveer 14 000 man.

Zara, de hoofdstad van Dalmatië, verheft zich op een smalle landtong aan de Adriatische Zee en aan het Kanaal van Zara en was tot 1872 een belangrijke vesting. Zij heeft een ruime, veilige haven, 4 poorten, waaronder de Porta Marina, die gedeeltelijk uit een Romeinschen triumfboog bestaat, en de PortaTerraferma, die naar het ontwerp van Sanmicheli is opgetrokken, fraaie wandelingen op de plaats van de vroegere vestingwerken, een volkstuin en het Blazekovicpark voor de Porta Terraferma. De stad is gebouwd in Venetiaanschen trant. Van de pleinen noemen wij de Piazza dei Signori, met een fraai gebouw voor de hoofdwacht, een klokketoren en de Loggia del Commune (thans stadsbibliotheek), en de Piazza della Colonna met een Romeinschen toren en een antieke Korinthische zuil. Een drukke straat is de Riva Nuova aan de westzijde van de stad. De voornaamste kerk is de dom Santa Anastasia, een in de 13de eeuw door den doge Dandolo gebouwde basilica met een rijken

XVI

gevel, een lioogen toren, een altaar van 1233, koorstoelen uit de 15de eeuw en een krypt. In de kerk San Simeone vindt men het grafmonument van den heiligen Simeon. Verder noemen wij de kerk San Grisogono en de kerk van het nonnenklooster Santa Maria. De voormalige kerk San Donato is thans een museum. Van de overige gebouwen noemen wij: het voormalig paleis van de prioren, thans de zetel van den stadhouder, het aartsbisschoppelijk en het bisschoppelijk paleis, de schouwburg en het gebouw van de Cingue possi, dat in 1574 door Sanmicheli werd gebouwd. Het diende vroeger als waterreservoir; thans wordt het door de in 1838 aangelegde waterleiding gevoed. Deze stad is de zetel van het opperbestuur van Dalmatië, van een R. Katholieken aartsbisschop en van een Griekschen bisschop. Er zijn 5 kloosters, tot de inrichtingen van onderwijs behooren: een Italiaansch en een ServoKroatisch gymnasium (een Italiaansche) hoogere burgerschool, een Katholieke en een Grieksche theologische school met seminarium, een Servo-Kroatische kweekschool voor onderwijzers en een school voor vroedvrouwen. Verder vindt men er een bibliotheek, een ziekenhuis met een kraamzaal en een tehuis voor vondelingen, het museum San Donatio enz. Het aantal inwoners bedraagt 13 016, de gemeente Zara telt 32 551 inwoners. De voornaamste takken van nijverheid zijn het bereiden van maraschino en andere likeuren. Verder vindt men er een stoommolen, een glasfabriek, een spijkerfabriek, een electrische centrale en een aantal boekdrukkerijen: buitendien wordt er was en olie bereid, terwijl de vischvangst van veel belang is. In 1906 liepen 3 973 beladen schepen van 797 938 ton de haven binnen. De stad onderhoudt een geregeld stoombootverkeer met verschillende plaatsen.

Zara droeg in de Oudheid den naam van Jader of Jadra en was de hoofdstad van Liburnië. In de Middeleeuwen behoorde zij tot het Oost-Romeinsche rijk, totdat zij zich wegens de plundertochten der Turksche zeeroovers omstreeks het jaar 1 000 onder de bescherming stelde van Venetië en door keizer Alexios I aan die republiek werd afgestaan. In 1105 moest zij de heerschappij van Hongarije erkennen. Hier behaalde in 1118 Stephanus, koning der Hongaren, de overwinning op de Venetianen. In 1202 werd zij met behulp van het in Venetië aanwezige Fransche Kruisleger door de Venetianen wederom bemachtigd. Vervolgens stond de stad bij afwisseling onder Venetiaansche en Hongaarsche heerschappij, totdat de Venetianen haar in 1409 van koning Wladislaw kochten voor 10 000 ducaten. In 1797 kwam zij met Venetië aan Oostenrijk, welk land haar in 1809 aan Frankrijk moest afstaan, waarna zij bij de Illyrische provinciën werd gevoegd. Doeh in December 1813 verviel zij na een bombardement van 6 dagen wederom aan Oostenrijk.

Zara of Zaravecchia, in het Servo-Kroatisch Biograd geheeten, een vlek in het distrikt Zara in Dalmatië, ligt aan het Kanaal van Zara tegenover het eiland Pasman. De plaats bezit een rechtbank, een haven en telt (1900) 1 044 inwoners. Zara was vroeger de residentie van de Kroatisch-Dalmatijnsche koningen en werd in 1127 door de Venetianen verwoest.

Zarag-osa. Zie Saragossa.

Zarate. Francisco Lopez de, een Spaansch

25

Sluiten