Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dichter, geboren omstreeks het jaar 1590 te Logrono, trad eerst in krijgsdienst en werd vervolgens secretaris bij het ministerie van Buitenlandsche Zaken. Bij den val van den hertog van Ler>na verloor hij zijn betrekking, bepaalde zich na dien tijd bij de beoefening der poëzie en overleed den 5den Maart 1638. Van zijn werken noemen wij: „Poesias varias" (1619), later vermeerderd onder den titel van „Obras varias" (1651), onder welke zich vooral de „Silvas" onderscheiden. Van hem is het treurspel „Hercules furente y Oeta" en het epos: ,,La invencion de la cruz" (1648) in 22 zangen.

Zarate, Fernando de, is de naam van een Spaansch treurspeldichter uit de tweede helft der 17de eeuw, van wiens lotgevallen nagenoeg niets is bekend. Zijn tooneelwerken werden tusschen 1661 —1670 voor het grootste deel opgenomen in de „Comedias escogidas". Tot zijn meest bekende behooren: „A lo que obligan los celos", „Quien habla mas obra menos", „La Presumida y la Hermosa", „El maestro de Alejandro", „La Batalla del honor", „Los dos filosofos de Grecia", „Quererse sin declararse", „Antes que todo es mi amigo", „El Vaso y la Piedra", „El primer conde de Flandes", „La escuela de la gracia", „La desgracia venturosa", „La palabra vengada" en „La defensora de la reine de Hungria". Volgens den index van 1790 is Fernando de Zarate een pseudoniem voor Antonio Enriquez Gomez, een Portugeesch schrijver, die bekend is door zijn „Academias morales de las Musas" (1660) en zijn „Sigla Pitagórico" (1644).

Zarda. Adalbert Vincent, die zich vooral door zijn pogingen tot bevordering der volksgezondheid verdienstelijk heeft gemaakt, werd geboren in 1756

te Smidan in Bohemen. In 1742 werd hij hoogleeraar aan de universiteit te Praag en directeur der inrichting tot redding van schijndooden. Hij overleed in 1811. Van zijn geschriften noemen wij: „Pharmaca vegetabilia juxta pharmacopoeam austriaco provincialem" (1782; 2dc druk, 1792), „Von dem Nützen über die Rettungsmiddel in Lebensgefahren Nichtarzten Unterricht zu geben" (1792), „Ist es zweckmaszig und zulassig angehende Landseelensorger in der Volksarzneikunde zu unterrichten?" (1793), „Alphabetisches Taschenbuch der hauptsachlichsten Rettungsmittel todtscheinender Menschen" (1796) en „Patriotischer Wünsch für die Wiederbelebung der todtscheinenden Menschen, das Niemand lebendig begraben werde" (1797).

Zarizyn. een arrondissementshoofdstad in het Russische gouvernement Saratow aan den mond van de Zariza en aan de Wolga, is het eindpunt van 3 spoorwegen, bezit een fraaie Luthersche kerk, een gymnasium, een meisjesschool, een ambachtsschool, een schouwburg en 67 650 inwoners. Er verschijnen 4 couranten. Zarizyn is een van de belangrijkste havens en stapelplaatsen aan de Wolga, vooral voor nafta, petroleum, hout, zout en visch. De handel wordt ondersteund door 2 missen, een beurs, eenige banken, groote havenwerken en magazijnen. Men vindt er houtzagerijen, korenmolens, ijzergieterijen, mosterdfabrieken, tichelwerken, bierbrouwerijen enz. Van hier uit ging vroeger de Zarizynsche lijn, een reeks forten van 60 km. lengte, die oorspronkelijk tot bescherming tegen de Kirgiskaizakken waren aangelegd en met Kozakken waren bezet.

Zarizyno of Zarizino, een keizerlijk lustslot in Rusland, ligt 18 km. van Moskou verwijderd aan den

spoorweg van Moskou naar Koersk. Het werd door Katharina II aangelegd, maar bleef onvoltooid.

Zarlino, Giuseppe, een Italiaansch muziekkenner en componist, geboren den 22eten Maart 1517 te Chioggia bij Venetië, trad eerst in dLft geestelijken stand, wijdde zich vervolgens onder leiding van Adriaan Willaerts aan de muziek en was sedert 1565 werkzaam als kapelmeester in de St. Marcuskerk te Venetië, waar hij den 14den Februari 1590 overleed. Van zijn composities, die in zijn tijd hoog in aanzien stonden, is weinig bewaard gebleven.Hij was een van de voornaamste kenners van de theorie van de muziek. Hij schreef: „Instituzioni harmoniche"(1658), „Dimostrazioni harmoniche"(1571) en „Sopplimenti musicali"(1588).

Zarncke. Friedrich, een Duitsch taalgeleerde, geboren den 7den Juli 1825 te Zahrenstorf bij Brüel in Mecklenburg Schwerin, wijdde zich sedert 1844 te Rostock, Leipzig en Berlijn aan de studie der letteren en begaf zich in 1848 naar Baumgartenbrück bij Potsdam, waar hij de beroemde bibliotheek van Meusebach in orde bracht en bewerkte, dat deze verkocht werd aan de koninklijke bibliotheek te Berlijn. In 1850 vertrok hij naar Leipzig en stichtte er het: „Litterarisches Zentralblatt für Deutschland". Daarna vestigde hij zich in 1852 als privaatdocent aan de universiteit te Leipzig en werd er in 1854 tot buitengewoon, in 1858 tot gewoon hoogleeraar in de Duitsche taal en letterkunde benoemd. Van zijn geschriften vermelden wij: een verhandeling over „Der deutsche Cato"(1852), een uitgave van het ,,Narrenschiff"(1854) van Brant, „Zur Jubelungenfrage"(1854), gevolgd door een uitgave van dat gedicht (1860,12ae druk, 1887) en door „Beitrage zur Erlauterung und Geschichte des Nibehmgenlieds" (1857), talrijke verhandelingen in de „Sitzungsberichte der Saphsischen Gesellschaft der Wissenschaften". Verder schreef hij eenige werken over Duitsche universiteiten, zooals: „Die urkundlichen Quellen zur Geschichte der Universitat Leipzig" (1857), „Die deutschen Universitaten im Mittelalter" (1857) en „Die Statutenbücher der Universitat Leipzig" (1861). Sedert 1870 hield hij zichgedurende eenigen tijd bezig met onderzoekingen over de sage van den priester Johannes. aan welke studie o. a. ook zijn geschrift„Der Graltempel" (1876) zijn oorsprong te danken heeft. In 1884 verscheen het werk:„Christian Reuter, der Verfasser der Schelmuffsky, sein Leben und seine Werke". Hij heeft zich ook beziggehouden met kritische onderzoekingen van portretten van Goethe, waarover hij verschillende artikelen schreef, die in 1888 samengevat werden in zijn „Kurzgefasztes Verzeichnis der Originalaufnahmen von Goethes Bildnis". Hij overleed den 15lien October 1891. Uit zijn nalatenschap verschenen: „Kleine Schriften" (dl. 1 „Goetheschriften",dl. 2 „Aufsatze und Reden", 1897).

Zaroto. Antonio of Zarotis, geboren in Parma, was met Filipo de Bavegna de eerste boekdrukker te Milaan, waar hij van 1479 tot omstreeks 1500 grooten roem verwierf door de sierlijkheid zijner uitgaven.

Zarskoje Selo of Keizersdorp, een arrondissementshoofdstad in het Russische gouvernement Petersburg en reeds sedert 1838 met deze stad door een spoorweg verbonden, is thans een station van de lijn van St. Petersburg naar Witebsk. De stad bezit een gymnasium, een meisjesschool, een hoogere bur.

Sluiten