Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ver, geboren te Oostzaan in 1677, studeerde in de godgeleerdheid te Leiden en werd in 1702 benoemd tot predikant op 's lands vloot. In 1707 kwam hij in die betrekking te Zoelen,in 1717 teVianen, en in 1724 te Amsterdam, waar hij den 15den Mei 1739 overleed. Hij schreef: „Gods kerk getroost en behouden" f1711), ..Messias voorloopers, Boetstemmen en den doop aan den Jurdaanstroom"(1715), „Tafereel van overdeftige zinnebeelden, gemaelt naar de deuchden, ondeuchden, gemoedsdriften, straffen Gods en zegeningen; beschreven door Cesare Ripa, Pierius, Valerianus, Orus, Apollo en anderen, maer nu in meerder orde gebracht, met godtgeleerde aenmerkingen, spreucken enz." (1722), waarin een gedicht van hem voorkomt, getiteld: „Gruwelramp des oorlogs en het hei] der vrede" en „Dagverheal ener seer aenmerklijke reyse naer Spangien enVigos,waarin nauwkeurig wordt geschetst de seltsamen plondering van St. Maria bij Cadixen het bemagtigenen geheel vernielen der Spaensen silvere vloot en Fransen oorlogschepen in Vigos enz." (in handschrift, 1702), door hem opgesteld, toen hij als predikant werkzaam was op het schip „De zeven Provinciën", gevoerd door den vice-admiraal Van der Goes.

fv Zaupfer, Andreas, een strijder tegen geloofsdwang, geboren te München in 1747, ontving onderwijs van de Jezuïeten, maar gevoelde zich daarmede geenszins tevreden. Buiten dat onderwijs studeerde hij in de wijsbegeerte, de godgeleerdheid en de letteren, later ook in de rechtsgeleerdheid, en las met groote ingenomenheid de werken van Gellert, Itabener, Lessing enz. Zijn eerste geschrift, getiteld: „Briefe eines Bayern an seinen Freund über die Macht der Kirche und des Pabstes"(1770), in 1772 door „Zusatze" gevolgd, baarde zoowel door een schat van geleerdheid als door vrijzinnige gevoelens groot opzien. Datzelfde was het geval met zijne met geschiedkundige aamnerkingen verrijkte vertaling van de „Breve" van Benedictus XIV aan de bisschoppen in Beieren over de vermindering der heilige dagen en van de bul „Dominus ac redemtor noster", waarbij de Orde der Jezuïeten werd opgeheven. In 1777 dichtte hij de vrijzinnige Ode: „An die Inquisition", die in geheel Duitschland met bijval begroet en bij herhaling gedrukt werd, maar den toorn der Jezuïeten en Dominicanen opwekte, zoodat deze wisten te bewerken, dat hij een openlijke geloofsbelijdenis moest afleggen en dat hij, inmiddels tot secretaris van den Hofkrijgsraad bevorderd, zoozeer met kanselarijwerk overladen werd, dat hem geen tijd overbleef, om iets te schrijven, alsmede dat de ode in 1780 werd verbeurd verklaard. Niettemin leverde hij nog: „Ueber den ReHgionseifer"(1780) en „Noch ein paar Worte über den falschen Religionseifer"(1783). In weerwil van de hulde, hem vooral uit het buitenland gebracht, werd hij door zwaarmoedigheid gedrukt. Hij zette nochtans zijne werkzaamheden onvermoeid voort en werd in 1781 secretaris van het kapittel der Orde van Malta en in 1784 leeraar in de wijsbegeerte aan de militaire school te München. In 1789 verscheen zijn: „Versuch eines bayrischen und oberpfalzischen Idiotikons". Hij overleed den l8ten Juli 1795.

Zavelgrond is de benaming voor de zandige kleigronden, zooals die veelvuldig in de kleistreken voorkomen. Hij is middelmatig rijk aan plantenvoedsel en in het algemeen dankbaar voor phosforzuur- en stikstofbemestingen. Zijn gehalte aan ucht en zijn waterhoudend vermogen zijn in het

algemeen bevredigend; zijn doorlatendheid en capillair-opzuigend vermogen voor water goed. Bij goede bemesting geeft hij zeer zekere oogsten, waardoor zijn waarde voor den akkerbouw hoog is.

Zawadowski. Peter, graaf, een Russisch staatsman, geboren in 1738 te Krasnowice in het gouvernement Czernichow, was de zoon van onbemiddelde ouders, werd in het Jezuïetencollege te Orsza opgevoed en studeerde te Kiew. Daarna werd hij door graaf Romanzoff, gouverneur van Klein-Rusland, geplaatst aan de kanselarij, waar hij zooveel ijver en bekwaamheid aan den dag legde, dat de graaf hem medenam naar het leger, aan welks hoofd hij tegen de Turken zou optrekken. In 1775 plaatste keizerin Catharina II hem als referendaris in haar Kabinet, waar hij met de behandeling van de verzoekschriften was belast. Tevens hield hij zich bezig met de aangelegenheden van openbaar onderwijs en oefende grooten invloed op de verdeeling van het rijk in gouvernementen en op de uitgave van het wetboek van de keizerin. Ter bevordering van handel, landbouw en nijverheid deed hij het voorstel om twee banken te stichten, waarvan hij directeur werd, terwijl de keizerin hem tot senator en tot graaf des rijks verhief. Na den dood der keizerin woonde hij in afzondering in zijn geboorteplaats, maar keizer Alexander I riep hem na zijn troonsbeklimming weder naar St. Petersburg en benoemde hem in 1802 tot minister van Openbaar Onderwijs. Vooral heeft hij als zoodanig veel gedaan voor de universiteit te Wilna. In 1810 werd hij voorzitter van de afdeeling voor wetgeving en rechtsgeleerdheid in den Geheimen Raad en overleed in 1812.

Zawisza of de Zwarte is de naam van een dapper Poolsch ridder, die in de eerste helft der 15d6 eeuw leefde. Hij diende in het leger van den duitschen keizer Sigismund en stond bij dezen zeer in aanzien. Na het bericht, dat Jagello tegen de Kruisridders te velde trok, trok hij naar Polen en streed in den slag bij Tannenberg. Jagello belastte hem met belangrijke zendingen naar het Concilie te Constanz en naar de koningin van Engeland en Frankrijk. Later trad hij weer in dienst des keizers en sneuvelde in den oorlog tegen de Turken in 1420.

Zbarawski. Johan, vorst, een afstammeling van vorst Iiorybut Demetrius van Nowgorod, heer van Zbora, onderscheidde zich gedurende de tusschenregeering, die na den dood van koning Sigismund Augustus intrad, door het aandringen op krachtige maatregelen tegen de Tataren en Russen, die onophoudelijk de Poolsche republiek bedreigden. In den veldtocht van 1572 tegen de Russen betoonde hij groote dapperheid, en koning Stephanus Bathori benoemde hem tot burchtvoogd van Braclau en tot senator, alsmede tot bevelhebber over een gedeelte van het leger. In den oorlog tegen Iwan IV, grootvorst van Moskou, baande hij door zijn overwinningen den weg tot den vrede, die in 1582 tot stand kwam en waarbij de grootvorst 84 versterkte plaatsen aan Polen teruggaf. Na het overlijden van koning Stephanus (1593) schaarde zich Zbarawski onder de voorstanders van aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk, omdat deze vrijheid van godsdienst toezegde en Zbarawski tot de aanhangers der Hervorming behoorde. Doch hoewel prins Sigismund van Zwedeti tot koning gekozen werd, zag Zbarawski zich in 1594 toch benoemd tot opperbevelhebber van het Poolsche leger tegen de Kozakken en Tataren. Hij ver-

Sluiten