Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De woeste gronden verminderen ook in deze provincie van jaar tot jaar; in 1833 besloegen zij nog 16 414 H.A. Hoewel de graanbouw na 1870 sterk is achteruit gegaan, is hij er nog van veel beteekenis, bepaaldelijk de opbrengst van tarwe en gerst; daarop volgen erwten, suikerbieten en vlas, terwijl ook haver, boonen, aardappelen en koolzaad van belang zijn, de eenmaal zoo bloeiende meekrapteelt daarentegen geheel te niet is gegaan. Daarentegen is de ooftteelt toegenomen, vooral op Zuid Beveland, waar veel appel- en kersenboomgaarden voorkomen en vooral de appelteelt zich uitbreidt. De oppervlakte, door de verschillende gewassen in 1909 ingenomen, bedroeg in H.A.:

Granen 37 735

Boekweit 29

Peulvruchten 16 129

Handelsgewassen 6 371

Knol-, Wortel- en Bolgewassen .. 37 892

Groenvoedergewassen 12 209

Meekrap 34

Braakland 414

De veeteelt treedt nu eens als zelfstandig bedrijf op, dan weer in vereeniging met landbouw. In 1909 omvatte de veestapel:

Paarden 27 494

Rundvee 83 007

Schapen 23 061

Bokken en geiten 5 803

Varkens 35 080

Pluimvee 375 586

Bijenkorven 1 445

De zuivelbereiding speelt hier geen groote rol en is beperkt tot boterbereiding. In 1908 werd op boerderijen 1,1 mill., in fabrieken 185 863 kg. boter bereid, terwijl de kaasproductie slechts 30 000 kg. bedroeg.

Nijverheid is in Zeeland van zeer weinig beteekenis. Alleen in enkele grootere plaatsen, bepaaldelijk in Vlissingen, Terneuzen en Sas van Gent, treft men eenige groote fabrieken aan; vooral vermelding verdient de maatschappij „De Schelde" te Vlissingen voor scheeps- en machinebouw.

De vischvangsl speelt een grootere rol, hetgeen uit de eilandennatuur der provincie van zelf volgt. Evenwel is de vischvangst beperkt tot de Zeeuwsche wateren; daarnaast is de vangst van oesters, mosselen en garnalen van belang (voor bijzonderheden zie deze artikel en,alsook het hoofdstuk Vischvangst bij Nederland).

De handel is thans slechts een schaduw van hetgeen hij eemnaal was. In de 15de, 16ac en 17de eeuw bloeiden hier vele steden door scheepvaart en handel vooral Middelburg, hoewel ook Veere, Arnemuiden, Vlissingen, Sluis, Aardenburg, Domburg, Zierikzee en Brouwershaven. Maar door verplaatsing van de handelswegen, verzanding der havens en andere omstandigheden gingen beide te niet en geraakten de eenmaal bloeiende plaatsen óf geheel in verval, óf werden teruggebracht tot marktplaatsen voor den omtrek. Ook Vlissingen is er tot dusver niet in geslaagd, ondanks zijn mooie nieuwe havenwerken, een haven van beteekenis te worden. Alleen het personenvervoer op Engeland is er van belang. Maar de maatschappij „Zeeland", die de schepen in de vaart brengt, heeft haar zetel te Amsterdam, en de provincie zelf bezit geen enkel zeeschip meer. Daarentegen

kan in den laatsten tijd het vreemdelingenverkeer tot de bronnen van inkomsten gerekend worden, en vooral Domburg ontwikkelt zich meer en meer als badplaats.

De oeconomische toestand der provincie is ondanks de vruchtbaarheid van den bodem verre van gunstig te noemen. Wel geeft de landbouw velen handen werk en moeten in oostelijk Zeeuwsch Vlaanderen, waar veel vlasbouw heerscht, des zomers Belgische werkkrachten te hulp komen; maar het verval van de meekrapteelt en de crisis in den graanbouw deden vele landerijen in vreemde (vooral Belgische) handen overgaan, zoodat het aantal pachters in Zeeland zeer groot is in vergelijking met dat der eigennaars (64 % tegen 36 %) en het absentisme ook hier zijn nadeeligen invloed doet gevoelen. Daarbij is ook de gouden tijd der oesterteelt reeds lang voorbij en vereischt van den anderen kant de oeververdediging zware uitgaven van de bevolking.

Bestuur, Onderwijs enz. Aan het hoofd van het bestuur staat de Commissaris des Konings, bijgestaan door de Gedeputeerde Staten, ten getale van 6. De wetgevende macht van het gewest berust bij de Provinciale Staten, die 42 leden telten. Naaide Eerste Kamer zendt Zeeland 2, naar de Tweede Kamer 5 leden. Voor de rechtspraak ressorteert de provincie onder het Hof te 's Gravenhage, Zij bezit arrondissementsrechtbanken te Middelburg en Zierikzee, kantongerechten te Middelburg, Goes, Oostburg, Terneuzen, Hulst, Zierikzee en Tolen. Zeeland heeft een gymnasium te Middelburg, 3 rijks hoogere burger scholen met 5 jarigen cursus, n.1. te Middelburg, Goes en Zierikzee en 1 gemeentelijke 3-jarige hoogere burgerschool te Vlissingen. Voor het lager onderwijs behoort het tot de tweede inspectie en had in 1909:240 lagere scholen (waaronder 78 bijzondere) met 694 leerkrachten, 18 839 mannelijke en 17 450 vrouwelijke leerlingen. Ambachtsscholen treft men in Middelburg, Goes, Zierikzee, Oostburg en Hulst aan, een huishoudschool te Middelburg, een Zeevaartschool te Vlissingen.

Geschiedenis. Hoewel dit gedeelte van ons land reeds in voor-historische tijden bewoond was en de Romeinen waarschijnlijk reeds van hier uit handel op Engeland dreven, treedt het eerst in den Frankischen tijd in de geschiedenis op. Toenmaals bestond het uit verschillende gouwen, zooals Schalda (Schouwen), Bevelanda (Beveland), Brunisila (Borsele) en WaJacria (Walcheren), en had in de 9de en 10de eeuw veel te lijden van de invallen der Noormannen. Daarna voerden over het bezit van het Z. deel sedert het begin der 1 l"e eeuw de graven van Holland en Vlaanderen een eeuwenlangen, verbitterden strijd, daar zoowel graaf Dirk IV van Holland, als Boudewijn V van Vlaanderen zich op keizerlijke giftbrieven beriepen. Eerst in 1323 nam deze strijd een einde doordat Lodewijk I van Vlaanderen ten behoeve van Willem III van Holland van zijn rechten op „Zeeland bewesten de Schelde" afstand deed. Eerst sedert 1246 noemden de graven van Holland zich ook steeds graaf van Zeeland. De laatste graaf was de Spaansche koning Philips II en in den strijd tegen hem en zijn opvolgers nam Zeeland een belangrijk aandeel, en herhaaldelijk onderschei den zich de Zeeuwen, vooral door hun heldendaden te water, en menige nederlandsche zeeheld is in deze provincie geboren. De lotgevallen van het gewest waren voortaan nauw aan die van het naburige Holland verbon-

Sluiten