Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

algemeen ziekenfonds voor Amsterdam 1852— 1862"(1863), „De sterfte in de gevangenissen 1841—• 1864"(1865), „Comment 1'état de la santé publique peut-il être mesuré?"(1879) en „Vijftigjarig overzicht van de sterfte naar den leeftijd en de oorzaken van den dood in elke gemeente van Nederland gedurende 1875—1880"(1882). Hij overleed den 21sten November 1905.

Zeeman, dr. Pieter, in 1865 geboren te Zonnemaire in Zeeland, promoveerde in 1893 te Leiden op een proefschrift getiteld: „Metingen over het verschijnsel van Kerr bij populaire terugkaatsing op ijzer, kobald en nikkel, in 't bijzonder over Sissingh's magnetisch-optisch phase-verschil",werd in 1894 privaatdocent, in 1897 lector en in 1900 hoogleeraar in de natuurkunde aan de gemeente-universiteit van Amsterdam met een inaugureele rede, getiteld: „Experimenteele onderzoekingen over deelen kleiner dan atomen". Wetenschappelijke bijdragen van hem verschenen in de „Verslagen en mededeelingen der Kon. Academie van Wetenschappen", de „Archives Néerlandaises", de „Comptes Rendus", de „Philosophical Magazine", de „Archives du Musée Teyler" en andere tijdschriften. Hij ontdekte in 1896 den invloed van een magnetisch veld op de straling (het Verschijnsel van Zeeman). Voor deze ontdekking werd hem in 1899 de Baumgartnerprijs (Weenen) en de Prix Wilde (Parijs) toegekend. In 1902 viel hem de Nobelprijs ten deel.

Zeemaneffect, Zie Zeemanverschijnsel.

Zeemanskoop is de naam van een vereeniging, die in 1822 te Amsterdam werd opgericht. Zij heeft ten doel den bloei van de Nederlandsche zeevaart te bevorderen en oude en gebrekkige zeelieden en weduwen en weezen van zeelieden te ondersteunen.

Zeemanshuizen zijn inrichtingen, die men in vele havensteden vindt en die dienen om aan varenslieden gedurende den tijd, waarin zij buiten dienst zijn, een geschikt en weinig kostbaar onderkomen te verschaffen. Deze hebben er gelegenheid om hun geld en goed in bewaring te geven, om goede lectuur te verkrijgen en ook wel om onderwijs te ontvangen.

Zeemanverschijnsel (Zeemaneffect),het verschijnsel, dat een spectraallijn in een magnetisch veld in twee of drie componenten gesplitst wordt, alnaarmate de uitgezonden stralen van het emissiespectrum evenwijdig met, dan wel loodrecht op de krachtlijnen staan, werd het eerst waargenomen in 1896 door onzen landgenoot prof. P. Zeeman met behulp van een rooster van Rowland, nadat reeds Faraday (1862) en Tait (1875) zonder resultaat hadden onderzocht, of het spectrum van gloeiende metaaldampen in het magnetisch veld veranderingen ondergaat. Het best wordt dit verschijnsel gezien bij de blauwgroene lijn van cadmium. Kijkt men door één der doorboorde poolschoenen in de richting van de krachtlijnen, dan blijkt de cadmiumlijn gesplitst te zijn in twee componenten (doublet), : welke, gerekend van af de oorspronkelijke lijn, naar beide zijden evenveel verschoven zijn. Bovendien is i het licht van beide componenten circulair gepolari- i seerd, en wel dat van de naar het roode einde van ' het spectrum gelegen lijn rechts, dat van de andere • links. Kijkt men in een richting loodrecht op de 1 krachtlijnen, dan is de cadmiumlijn in drieën ge- i splitst (triplet). Het trillingsgetal van de middelste i der drie is gelijk aan dat van de oorspronkelijke lijn, J dat van de beide uiterste is evenveel grooter, resp. i

kleiner, als het trillingsgetal van de middelste bedraagt. Het licht van alle lijnen is totaal gepolariseerd; de trillingen van de middelste zijn evenwijdig, die van de anderen loodrecht op de krachtlijnen. In het normale geval is de intensiteit van de middelste lijn dubbel zoo groot als die van elk der beide andere, terwijl de trillingsgetallen van de buitenste lijnen bij het transversale effect gelijk zijn aan die van de beide circulair gepolariseerde lijnen bij het longitudinale. De verklaring van dit zoogenaamde normale Zeemanverschijnsel wordt gegeven aan de hand van de electronentheorie, opgesteld door onzen anderen landgenoot prof. H. A. Lormtz. In een lichtgevend voorwerp berust volgens de electromagnetische lichttheorie de lichtemissie op trillingen van electrisclie deeltjes in de moleculen of atomen. Alleen de negatief geladen electronen zijn in geïsoleerden toestand bekend; de positief geladene komen slechts verbonden met de ponderabele moleculen als ionen voor. Daardoor wordt het waarschijnlijk, dat de lichtemissie samenhangt met de trilling van negatief geladen electronen. Nu werken in een magnetisch veld de krachten in richtingen, loodrecht op die der krachtlijnen. Verder kan worden aangetoond, dat de trillingstijd van een electron, dat trilt in een cirkelvormige baan, loodrecht op de krachtlijnen, vergroot of verkleind wordt alnaarmate de baan in de ééne of de andere richting wordt doorloopen. Men moet nu, daar er geen reden is om aan bevoorrechting te denken, aannemen, dat een even groot aantal electronen in haar beweging versneld, als vertraagd wordt. Daaruit verklaart zich het longitudinale effect, waarbij van de trillingen der electronen, evenwijdig aan de krachtlijnen, niets wordt waargenomen. Kunnen, zooals bij de opstelling voor de waarneming van het transversale effect, ook deze in den spectroskoop worden gezien, dan ziet men de oorspronkelijke lijn tusschen de beide nieuwe.

Dit normale Zeemanverschijnsel blijkt echter niet ie regel, maar de bij een betrekkelijk klein aantal spectraallijnen verwezenlijkte uitzondering te zijn. Zoo worden de beide gele natriumlijnen D1 en D2 in 'en matig sterk magnetisch veld in tripletten ontjonden. Vergroot men echter de veldsterkte, dan iplitst zich de middelste lijn van het D'-triplet opïieuw in twee componenten, terwijl de drie lijnen ran het D2-triplet alle drie de splitsing ondergaan. )ok de intensiteiten en de trillingswijzen der comlonenten komen niet steeds met de hierboven ontwikkelde theorie overeen, waardoor zij wellicht aan'ulling behoeft in dezen zin, dat in de plaats van de Tije electronen stelsels treden van electronen, welke inderling op de één of andere wijze zijn gekoppeld. Zeemeeuw. Zie Meeuw.

Zeemleder wordt bereid van huiden vangroot •'üd, schapen en kalveren en ook wel van ossenhuilen, die door middel van vet of traan, thans meestal net carbolzuurvermengd, gelooidworden. Deze wijze an bereiding noemt men zeemtouwerij. Zeemleder, ok wel waschleder geheeten, omdat het zonder naeel kan gewasschen worden, dient tot het maken an broeken, slobkousen en handschoenen en wordt ooral gebruikt tot het reinigen van glazen, omdat et geen vezels achterlaat, zooals linnen of katoen oen. De huiden worden op dergelijke wijze voorbesid als in het artikel Leder (zie aldaar) beschrevenls. lechts wordt dikwijls de nerf met het stootmes ver'ijderd. Daarna worden zij herhaaldelijk met kalk

Sluiten