Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een eeuw oud. Reeds in 1813 vernielden de Oostenlijkers op de Elbe en de Donau bruggen, door de Franschen geslagen, met behulp van drijvende mijnen. De Zweed Nobel construeerde in 1843 de eerste zeemijnen met electrische ontsteking. In 1848 voerden W. Siemens en Himley een versperring van de haven van Kiel met electrisch ontsteekbare zeemijnen uit. Ook in den Krim-Oorlog vonden zij toepassing en in 1859 beveiligde Oostenrijk Venetië door electrische waarnemingsmijnen. Het algemeen gebruik dateert eerst van den Amerikaanschen BurgerOorlog. Vooral M. F. Maury van de Geconfedereerden hield zich met haar volmaking bezig. Twee N. Amerikaansche oorlogsbodems werden geheel vernield, een aantal andere zwaar beschadigd. De mijnen bestonden uit ijzeren vaten, gevuld met 100 kg. buskruit en met sas. Zij werden öf afzonderlijk onder water op ingeheide palen, öf eenige samen op een houten raam bevestigd. Thans gebruikt men als springstof algemeen schietkatoen. Het gebruik van zeemijnen is geregeld door de Vredesconferentie van 1907. Niet verankerde contactmijnen, welke een uur nadat het toezicht is opgeheven en verankerde contactmijnen, welke terstond nadat zij zijn losgeslagen niet onschadelijk zijn, mogen niet worden gebruikt. Neutrale staten mogen alleen zeemijnen in hun kustgebied leggen en moeten de ligging bekend maken.

Zeenaalden (Syngnattiina). Zie Naaldvisschen (Syngnathidae).

Zeenetels. Zie Zeekwallen.

Zeeolifant. Zie Blaasrobben.

Zeeoorlog1, de oorlog te water tusschen twee vijandelijke mogendheden, beoogt, behalve het gewone doel van den landoorlog: de vernietiging van de vijandelijke strijdmacht, aanvallen op belangrijke zeehavens en riviermondingen of de landing van troepen (kustoorlog), het beletten van het verkeer van den vijand op zee (blokkade) en het buitmaken of vernielen van vijandelijke handelsschepen op alle zeeën (kaperoorlog). Het tooneel van den zeeoorlog zijn alle open zeeën, met uitzondering van de kustwateren, waarvan de grens 3 zeemijlen van de vooruitspringende kustpunten der onzijdige landen afligt. Hij wordt gevoerd met behulp van de oorlogsvloten. De kustoorlog, waartoe ook wel de blokkade (zie aldaar) gerekend wordt, heeft ten doel de vijandelijke kustversterkingen te vernietigen en de vijandelijke oorlogshavens te bemachtigen. Hij kan alleen ter zee gevoerd of door den aanval van landingstroepen ondersteund worden. De taak van den verdediger bestaat daartegenover in het doorbreken van de blokkade, het verdedigen van kustversterkingen en havens en het verhinderen van landingen. Aan beide zijden beschikt men over drijvend materiaal, dat echter aan den kant van den verdediger zwakker is. Deze laatste heeft bovendien middelen, welke den kustoorlog eenige overeenstemming met den vestingoorlog geven: pantserforten, kustversperringen enz. De kaperoorlog geldt bij alle zeemogendheden, met uitzondering van Frankrijk, als bijzaak, omdat hij niet instaat is om den zeeoorlog te beslissen.

Tusschen twee zeemogendheden zal in het algemeen een zeeoorlog aldus verloopen, dat de oorlogsvloten in de eerste plaats trachten door een zeeslag tot een beslissing te komen. Eerst nadat deze heeft plaats gehad, kan de overwinnaar met kans op succes er aan gaan denken om de blokkade van de vijan¬

delijke havens of operaties tegen de kusten van den vijandelijken staat ter hand te nemen. Is echter de verslagen vloot instaat om de geleden verliezen en schade te herstellen, dan wordt de aanvaller genoopt om de vijandelijke oorlogsvloot in haar uitrustingshaven te blokkeeren. Op deze wijze kan ook een verslagen vloot of eene, welke den beslissenden slag ontwijkt, den vijand nopen om zijn strijdkrachten te concentreeren en van aanvallen op andere zeehavens en van landingen af te zien. Eerst wanneer het gelukt om de geblokkeerde vloot voldoende buiten gevecht te stellen, kan hij zijn aanvallen op verschillende punten richten.

De beteekenis van den zeeoorlog werd, nadat gedurende den Fransch-Duitschen Oorlog van 1870— 1871 gebleken was, welke resultaten de oorlog te land kan opleveren, door alle Europeesche groote mogendheden, met uitzondering van Engeland, min of meer onderschat. Eerst de oorlogen, gevoerd om Cuba en Korea èn de Russisch-Japansche Oorlog vestigden de aandacht weder op de groote beteekenis van den zeeoorlog.

Zeeoorlog-srecht. de samenvatting van de rechtsnormen, welke voor het voeren van een oorlog ter zee zijn opgesteld, is van alle onderdeelen van het volkenrecht het minst ontwikkeld. Nadat de Parijsche Zeerechtdeclaratie van 1856, welke alleen niet door de VereenigdeStaten van N.Amerika werd aanvaard, de kaapvaart had afgeschaft voor niet vijandelijke schepen en niet vijandelijke goederen op niet vijandelijke schepen, heeft de Zeeoorlogsrecht-conferentie, van den 4den December 1908 — den 26stel1 Februari 1909 te Londen gehouden, een volledige codificatie van het blokkaderecht tot stand gebracht. Ook regelde zij de contrabande. Bovendien werden, op grond van de genoemde regeling der kaapvaart, bepalingen vastgesteld omtrent de verwisseling van vlag door koopvaardijschepen. Verder bestaan thans regels omtrent het visitatierecht, de toepassing van de Conventie van Genève, het prijzenrecht en de zeekabels.

Zeeotter (Enliydris Licht.) is de naam van een zoogdierengeslacht uit de orde der Roofdieren (Carnivora) en de familie der Marters (Mustelida). Het heeft slechts een soort, namelijk die der eigenlijke zeeotters of kalans (enhydris lutris). Dit dier wordt meer dan 1V2 m. lang, waarvan 30 cm. op den langen, dikken, dicht behaarden staart komen; het heeft een korten, breeden kop, een stompen neus met een onbehaarde punt, een zeer korten, dikken hals, een rond lichaam, zeer korte voorpooten met saamgegroeide teenen en lange, naar achteren gerichte achterste ledematen, wier teenen door volkomen zwemvliezen verbonden zijn. De pels bestaat uit lange, donkerbruine borstels met witte punten en zeer fijn wolhaar. De zeeotter vertoont ten opzichte van zijn uiterlijk een middelvorm tusschen den otter en den zeehond. Hij leeft aan de Amerikaansche en Aziatische kusten in het noorden van den Grooten Oceaan, doch wordt overal zeldzamer en is op sommige plaatsen geheel uitgeroeid. Hij loopt zeer vlug en zwemt uitmuntend, maar is op het land zonder groote moeite te vangen, voedt zich met kreeften, kleine visschen en wieren, blijft doorgaans in de nabijheid der kust, maar begeeft zich ook wel eens dieper landwaarts. Wanneer hij sterk vervolgd wordt, komt hij niet meer aan land, maar houdt zijn verblijf o]) drijvende wiermassa's. Ook laat hij zich gaar-

Sluiten