Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden van elkaar gescheiden en met den grondslag verankerd door een raamwerk van gewapend betonbalken, die op doorsnede den t vorm hebben. Deze balken rasten met hun nokken op de platen, zoodat deze niet los kunnen raken, terwijl zij ter diepte van 0.20 m. a 0.40 m. in den grondslag ingaan. Zoowel platen al? balken worden op de plaats met stampbeton gemaakt. In fig. 1 is het systeem „de Muralt'' schetsmatig aangegeven, terwijl door de figuren 2 tot en met 7 de aanleg wordt verduidelijkt. De beton plaat d (fig. 4) wordt vervaardigd met behulp van twee als trapboomen uitgekeepte houten vormbalken a (fig. 2), die op juisten afstand worden gelegd. Daarna wordt een dun laagje beton gespreid waarop de wapening b (metaalgaas of een net van staafijzer) wordt ingelegd. Hierop wordt de plaat verder gebetonneerd en afgedekt met behulp van dekplanken c (fig. 3). Wanneer alle platen d gereed en een weinig verhard zijn, worden de open gelaten ruimten tusschen de platen, die ongeveer 0.16 m. breed zijn, uitgegraven tot een diepte van 0.15 a 0.30 m. Met behulp van de vormbalken e worden de hellende sleuven ƒ volgebetonneerd (fig. 6 en 6). Zoodra de hellende balken g gereed zijn, worden de horizontale balken gebetonneerd. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van een vormplankje h (fig. 7). De beton bestaat uit 3 cement + 6 zand + 8 grint + 1 tras voor de platen en uit cement -(- 4'/2 zand -f 1 tras + 7 grind voor de balken van het raamwerk. De beton kan worden gemengd met zout- of zoet water. De wapening van de platen geschiedt met metaalgaas no. 9 of staafijzer dik 6 m.M. op afstanden van 15 c.M. aangelegd. De balken worden versterkt met metaalgaas no. 8 en staafijzer ter dikte van 0,126 m. Het grint moet zeer fijn zijn, terwijl het zand moet bestaan uit rivierzand of duinzand. De balken door asfaltnaden te verdeelen in stukken van 3Um. lengte. Het systeem voldoet het best voor duinvoetverdediging of voor dijktaludverdediging loven de Hoogwaterlijn, dèAr waar de stormschade het meest voorkomt. Intusschen vindt het stelsel ook meer en meer toepassing voor beglooiïng van het waterbeloop van zee- en andere dijken. Duinglooiïngen volgens systeem de Muralt zijn uitgevoerd aan Domburg, Vlissingen, Noord Schouwen, Voorne, Texel enz. Dijkglooiingen volgens dat syteem zijn aangelegd op zeer vele plaatsen in Zeeland, Hoek van Holland, Groningen en op vele plaatsen in het buitenland. Op bijgaande plaat is afgebeeld een dijkglooiing (I) en een duinglooiing (II) van gewapend beton. De kosten dezer glooiingen bedragen ƒ 3.60 a / 4.50 per vk.m.

II. Strand- en Zeedammen van gewapend beton. Ongeveer volgens hetzelfde stelsel zijn aan Schouwen en in Noord-Holland (Callantsoog) zeedammen uitgevoerd. Deze dammen bestaan ook uit platen die door lijsten, welke in doorsnee den t vorm vertoonen, worden verankerd met den grondslag. De lijsten overlappen de platen. De beton bestaat uit een mengsel van Sl/2 cement + 472 zand + 7 grind + 1 tras. De ervaring heetf geleerd dat alleen sterke specie met tras een volkomen waterdichte beton oplevert, die niet wordt aangetast door zeewater. Op bijgaande plaat is afgebeeld een zeehoofd van gewapend beton (III) volgens het systeem de Muralt aan de noordkust van het eiland Schouwen.

III. In Zeeland en elders zijn over ettelijke kilometers dijksverhoogingen van gewapend beton aan¬

gelegd volgens systeem de Muralt na den bekenden vloed van 12 Maart 1906, toen zeer vele dijken te laag bleken te zijn. In fig. 8 is de doorsnede van zulk een dijkverhooging geschetst. De dijkmuur bestaat uit muursoorten die niet langer dan 2.60 m. mogen zijn, waar tusschen glijdingsplaten die 0.26 m. breed zijn. Deze platen moqen de muurmorten niet overlappen doch steken overal 0.05 m. buiten de muurdeelen. uit. De betonmenging is als volgt 1 cement -f 3 zand -f 4 grind. De wapening geschiedt met staafijzer en metaalgaas of alleen uit staafijzer (IV).

De onder I, II en III beschreven werken hebben vooral na den storm van 30 Sept. 1911 burgerrecht verkregen.

IV. Een veelvuldig toegepaste, door ingenieur de Muralt uitgedachte oeververdediging is de zoogenaamde spijkerglooiing, welke vooral voor rivier- en kanaaldijken en voor het boven beloop van zeedijken, mits niet zwaar aangevallen, zeer is aan te bevelen (fig. 9). Alleen op kleiachtigen grondslag is de spijkerglooiing aan te leggen. In nevengaande foto is de glooiing geschetst (V). Zij bestaat uit 2 soorten betontegels k en 1, welke voorzien zijn van verbreedingen, die zoodanig zijn dat de tegels in elkaar passen en den grondslag volkomen afsluiten. Om den ander, is een tegel van een conisch gat voorzien, waarin een betonspijker m past, waarmede de glooiing met den grondslag wordt verankerd. De tegels zijn 0.06 & 0.10 m. dik. meten van boven 0.40 X 0.40 m. en zijn voorzien van verbreedingen ter breedte van 0.03 k 0.04 m. en ter dikte gelijk aan de halve tegeldikte. Verschillende tegelfabrieken in binnen- en buitenland vervaardigen deze glooiing fabriekmatig.

V. Voor onderzeesche oeververdediging wordt ter vervanging van de gewone rijszinkstukken ook gewapend beton toegepast. Met het beton zinkwerk systeem de Muralt wordt de onderzeesche oever belegd met matten van met de hoeken aaneen verbonden beton platen. Elke mat bestaat uit ± 400platen, elk metende 100 X 100 m. ter dikte van 0,12 m. a 0,20 m. wegende elk 260 kg. a 400 kg. Debetonplaten worden op den dijk aangemaakt, zij zijn gewapend met staafijzer. dat aan de hoeken uitsteekt en daar oogen vormt. Deze oogen dienen om de platen aaneen te kunnen verbinden met bouten. Op het bij laagwater droogvallend terrein wordt de betonmat tusschen twee jukken gemonteerd. Bij hoog water wordt een ijzeren drijver boven de betonmat gedreven. Bij laag water komt de drijver op de jukken vrij te rusten. Hierop wordt de betonmat met de op den drijver voorkomende lieren verbonden, door middel van kabels, die geleid worden door kokers waarmede de drijver doorboord is. Bij het volgend hoogwater tij worden de lieren opgedraaid, zoodat de betonmat wordt getrokken onder tegen den drijver, dan wordt met een sleepboot de drijver gebracht boven den onderzeeschen vooroever, die verdedigd moet worden. Daar aangekomen worden de lieren afgedraaid en komt de mat ten slotte op den bodem te liggen. (VI t/m IX). Uitgebreide zinkwerken volgens dit nieuwe systeem zijn aan den zuidelijken oever van Schouwen, Texel en Den Helder uitgevoerd. Aan Den Helder is het werk zoodanig gewijzigd, dat men bij de uitvoering niet meer geheel afhankelijk is van eb en vloed. De kosten bedragen ƒ 2.00 è, ƒ 3.00 per vk.m.

De jongste vinding van ingenieur de Muralt be-

Sluiten