Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den of steden aan een zegelbewaarder (zie aldaar) toevertrouwd, die het verlies van zoodanig voorwerp dikwijls met den dood moest boeten. Kleine zegelstempels droeg men aan een vingerring; deze werden zegelringen genaamd. De meest gebruikte stof voor zegels, het was, werd dikwijls rood, groen of anders gekleurd; het recht om met rood was te zegelen werd als een blijk van hooge waardigheid beschouwd. De zegels zijn rond, langrond, driehoekig, zelden hartvormig, vier-, vijf- of meerhoekig, van gedaante. Vooral in de 13de eeuw waren ook zegels in den vorm van een parabool in gebruik. Tot in de 12de eeuw werden zij op de oorkonden gedrukt, later vervaardigde men afzonderlijke afdrukken, die door pergamentstrooken of snoeren aan het document werden bevestigd, nog later werden zij ook in metalen of houten omhulsels (zie Bul) bewaard.

Op de zegelstempels vindt men velerlei figuren, sedert de 12de eeuw wapens, verder portretten van de eigenaars, van heiligen, enz., alsmede allegorische beelden, voorstellingen van gebouwen enz., tegenwoordig bij gewone zegels de initialen van den bezitter, bij zegels van openbare lichamen meestal een wapen (van stad, provincie, rijk of een andere corporatie).

Het is bekend, dat vele documenten dan alleen rechtsgeldigheid bezitten, wanneer zij geschreven zijn op papier, dat van rijkswege gezegeld is. De prijs, die voor zulk papier betaald wordt, draagt den naam van zegelbelasting of zegelrecht (zie Belastingen).

Zegelaarde. Zie Bolus.

Zegelbewaarder (Sigilli custos) is in vele staten de titel van den ambtenaar, die met het bewaren van het staats- en regentenzegel en met het zegelen van de staatsoorkonden is belast. In het Duitsche rijk was vroeger de keurvorst van Mainz als aartskanselier rijkszegelbewaarder. In Frankrijk benoemde de garde des sceaux alle ambtenaren der kanselarij en was verplicht, alle stukken, die van wege den koning werden uitgevaardigd, te zegelen, thans bezit de minister van Justitie dezen titel. In Engeland is sedert den tijd van koningin Elizabeth het ambt van lord keeper of the great seal met dat van lord kanselier verbonden. Intusschen bestaat voor het klein koninklijk zegel aldaar nog een ander ambtenaar, de lord privy seal, door wiens handen alle stukken gaan voordat deze met het groot zegel bekrachtigd worden.

Zegelkunde, (Sphragistiek) noemt men de kennis der zegels, vooral die der Middeleeuwen. Zij maakt ons bekend met de stoffen, tot zegels gebezigd, met de wijze, waarop de zegels werden samengebracht, met den weg, waarlangs men de vervalsching van zegels kan ontdekken, met de verklaring der figuren, welke men op de zegels aantreft enz. Zij is een hulpmiddel bij de beoefening der geschiedenis.

Zegellak is een gekleurd harsmengsel, dat gemakkelijk smelt, spoedig vast wordt, zich aan het papier vasthecht en een scherpen afdruk geeft van den daarop gedrukten stempel. Gewoon rood lak bestaat doorgaans uit schellak, Venetiaansche terpentijn en vermiljoen. Voor goedkoope soorten gebruikt men het donkerste schellak, colophonium en acaroïdehars. Meestal wordt er een aardachtig lichaam bijgevoegd, om het droppelen te verhinderen,

bijv. krijt, magnesia, gips, zinkwit enz. Paklak kleurt men met menie of bolus, andere soorten met smalt, ultramarijn, chroomgeel, goud- en zilverblaadjes enz., terwijl men ze wel parfumeert met storax, benzoë of tolubalsem. Men smelt de grondstof, doet er de kleurstof bij, giet de massa in vormen en rolt ze op een marmeren plaat uit, waardoor de lakstangen een fraaien glans verkrijgen. Naar men wil, werd het zegellak door de Portugeezen uit Oost-Indië naar Europa gebracht, waar het weldra onder den naam Spaansche was in gebruik kwam.

Zegelrecht. Zie Belastingen.

Zegelring. Zie Zegel.

Zegers. Zie Seghers.

Zegge (Carex L.) of rietgas is de naam van een plantengeslacht uit de famiËe der Cyperaceeën. Het onderscheidt zich door een rangschikking der bloemen in één- of tweeslachtige aren, door mannelijke bloemen met 2 of 3 meeldraden en vrouwelijke met één stamper, waaraan meneenin eenéénvliezig urntje opgesloten eierstok en stijl en 2 of 3 draadvormige stempels waarneemt. De aren of aartjes zijn eindelings of zijdelings, afzonderlijk, bij paren of in bundels geplaatst, ver uit elkander of aan den stengeltop tot een aarvormige of gewone pluim vereenigd. De soorten zijn slechte voedergrassen en haar aantal bedraagt in ons land niet minder dan 56. Van deze noemen wij: zandzegge (C. arenaria) met voortkruipende wortelspruiten, — tweerijige zegge (C. intermedia), die vooral op veengronden groeit, — vossenstaartzegge (C. vulpina) der lage weilanden, — gele zegge (C. flava) der veenachtige zandgronden, — blauwe zegge (C. panicea), hoofdzakelijk op veengronden voorkomend, — veenzegge (C. caespitosa), — en spitse zegge (C. acuta). Het vee is doorgaans op deze soorten van cyperbiezen weinig belust.

Zeggelen, Willem Jacobus van, een Nederlandsch dichter, geboren te 's Gravenhage den 15deQ September 1811, ontving aldaar zijn opleiding en kwam vervolgens aan het hoofd van een boekdrukkerij, die onder den naam van de firma Gebroeders Giunla d'Albani gedreven werd. Met S. J. van den Bergh, De Kanter enz. behoorde hij tot de meest bekende leden van den dichterlijken kring „Oefening kweekt kennis", waarvoor hij in de zaal van Diligentia dikwijls zijn luimige voordrachten hield. Hij overleed den 16den Februari 1879. Van zijn gedichten vermelden wij: „Pieter Spa naar Londen" (1838), „De Valkenvangst" (1840), „Pieter Spa naar Amsterdam" (1841), „Een avondpartij" (1842) „Lach en luim" (1846) en „Kijkjes in het leven" (1848). Deze gedichten zijn meermalen herdrukt. In 1851 verscheen daarvan een nieuwe uitgave in 4 deelen en in 1849 een in 8 deelen onder den algemeenen titel: „Gedichten van Van Zeggelen". Verder werd daarvan nogmaals een uitgave bezorgd in 1868 en een volks-uitgave in 1876. Ook leverde hij een vertaling van den „Misanthrope" van Molière in Nederlandsche verzen.

Zeila. Zejla, Selah, door de bewoners van Somali Audal geheeten, is de naam van een stad in het Engelsche protectoraat van de Somalikust in Noord-Oost-Afrika. De plaats ligt aan de Golf van Aden op een zandige kust en behoort administratief tot Aden. De gemiddelde jaartemperatuur bedraagt 29,2° C. Er is een levendige handel; koffie, huiden, honig, boter, ivoor en gom worden door karavanen aangevoerd; de kusten leveren sponsen, koraal en

Sluiten