Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen de W.-lijke winden van den Indischen Oceaan in te gaan.

Naast de richting van den wind komt ook die van de zeestroomingen in aanmerking. Zoo volgt bijv. een zeilschip, dat voor W.-Indië bestemd is de Europeesch-Afrikaansche zijde van den Atlantischen Oceaan om naar het Z. te komen; op de thuisreis daarentegen houdt het de Amerikaansche kust, om van daar met behulp van den Golfstroom naar het N. te koersen. Op de uitreis naar Achter-Indië blijft een zeilschip zeer ver van de Kaap de Goede Hoop verwijderd door eerst op 40°—42° Z. Br., gebruik makende van de gunstige W. lijke winden, O. waarts te stevenen. Op de thuisreis daarentegen zeilt het dicht onder de Z.O. kust van Z.-Afrika, omdat daar de Agulhastroom hulp biedt bij de vaart naar het W. De Roode Zee en het Suezkanaal worden, evenmin als de Straat van Magelhaens, door de transoceanische zeilschepen bevaren.

Door het verschil in richting van de gevolgde routes zijn de duur van uit- en thuisreis dikwijls niet aan elkander gelijk. Onderstaande tabel geeft de gemiddelde waarde van de reisduur van enkele routes:

v . Uitreis. Thuisreis

n' Dagen. Dagen.

Lizard naar Iquique 87 92

„ New-York 40—45 28

„ Java 100—140 100—110

„ „ Japan ') 140—150 140—150

„ „ San Franciscoa) 150 150

„ „ Acliter-Indië ... 115 115

') om de Kaap de Goede Hoop.2) om Kaap Hoorn.

De duur hangt natuurlijk ook af van den bouw van het schip en de bekwaamheid van den kapitein. De nieuwste, zeer groote zeilschepen varen dikwijls 15—17 zeemijlen per uur. Onder bijzonder gunstige omstandigheden wordt de reisduur als dan belangrijk verkort. Zoo zijn bijv. reizen naar Achter-Indië (Rangoen enz.) in 85—90 dagen gedaan. De Duitsche vijfmaster „Preuszen" bereikte in 1903 Iquique in 57 dagen.

Alle transoceanische zeilroutes worden, indien eenigszins mogelijk, zonder onderbreking afgelegd. Het aandoen van tusschenhavens, zou, behalve tijdverlies, ook belangrijke onkosten met zich medebrengen (havengeld, sleepbootenkosten enz.), welke het bedrijf niet dragen kan. Zelfs reizen van 4—5 maanden worden daarom zonder onderbreking gedaan.

Zeilschip. Zie Schip.

Zeilsport, het bevaren van rivieren, kanalen, meren en zeeën bij wijze van ontspanning met opzettelijk daarvoor gebouwde vaartuigen, is waarschijnlijk in ons land met zijn vele wateren ontstaan en heeft zich vervolgens in de 18de eeuw sterk in Engeland ontwikkeld. Aanvankelijk werd er het Hollandsche booten-type gebruikt; maar dit model is tengevolge der vele verbeteringen geheel verloren gegaan, terwijl het bij ons met eenige wijzigingen tot heden behouden bleef (zie het art. Yachten de plaat aldaar). De eerste zeilclub werd te Cork (Ierland) onder den naam Cork Harbour Water Club opgericht. Vooral na het midden van de 19de eeuw ont¬

stonden in Engeland talrijke dergelijke clubs; thans telt men er ongeveer 300 met 5000 yachten. Tusschen de jaren 1850 en 1860 ontstonden in de Vereenigde Staten van N. Amerika en op het vasteland van Europa de eerste zeilclubs, welke zich ook yachtclub noemen.

De eerste zeilvereeniging in Nederland was de „Koninklijke Nederlandsche Jachtclub" te Rotterdam (zie ook Boeien), welke in 1849 een instituut stichtte ter opleiding van jongens tot matrozen voor de groote vaart. Na een tijd van bloei (1846—1870) braken er voor de zeilsport slechte jaren aan. De oorzaken hiervan waren hoofdzakelijk: de gemakkelijke middelen van verkeer en de vele indijkingen en droogmakerijen, waardoor een groot aantal geschikte vaarwateren voor zeilsport verdwenen. Een nieuw bloeitijdperk breekt aan in 1899, in welk jaar H. M. de Koningin het Beschermvrouwschap aanvaardde der Koninklijke Nederlandsche Zeil- en Roeivereeniging" te Amsterdam en de Marine-Jachtclub te Nieuwediep werd opgericht.

De oudste, thans nog bestaande zeilclub in Duitschland is de in 1855 gestichte club „Rhe" te Koningsbergen. In het geheel telt Duitschland thans 43 zeilvereenigingen. Bijna alle staten hebben dezen vereenigingen een aantal voorrechten toegekend, waarvan de voornaamste bestaan in vrijdom van havengelden en vrijstelling van douaneformaliteiten, alsmede in het recht om een bijzondere vlag te voeren.

In engeren zin bestaat de zeilsport in het deelnemen aan zeilwedstrijden, waarbij het gaat om zoo snel mogelijk een behaalden afstand af te zeilen. Daarbij hangt het succes niet alleen af van het sturen van het vaartuig en het bedienen der zeilen, maar evenzeer van den vorm van het schip, de wijze waarop het gebouwd is en den vorm en stand der zeilen. Van twee overigens gelijke, op dezelfde wijze gebouwde en evengoed bestuurde zeilvaartuigen, loopt het grootste sneller dan het kleinste; vandaar dat bij wedstrijden een tijdvergoeding gegeven wordt, waarvan het bedrag wordt bepaald naar de renwaarde, die op een vastgestelde wijze wordt berekend. Nadat zich in 1907 de International Yacht Bacing Union gevormd heeft, waarbij België, Denemarken, Duitschland, Finland, Frankrijk, GrootBrittannië, Italië, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk-Hongarije, Spanje en Zwitserland zijn aangesloten, wordt als internationale formule gebruikt: R =

L + B + £G+3d+$t/S-F waarjn j> (je renwaarde

o

in m., L. de lengte, B de breedte, G. den omtrek, d het verschil tusschen den omtrek van ketting en shift, S de oppervlakte der zeilen en F de vrijboordhoogte van het yacht voorstelt. Tevens is een commissie benoemd ter beslechting van alle geschillen, welke uit deze metingen voortvloeien.

Bij alle open wedstrijden zeilen de yachten in klassen; renbooten en kruisers, met uitzondering van zeehandicaps, zeilen alleen. De internationale klas-

■ senindeeling heeft 2 klassen: A. voor yachten, langer , dan 23 m. en open voor schoeners, ketsen, loggers en l jollen en B. voor yachten van 23 m. en korter met ; voorgeschreven bemanning. De tijdvergoeding be• draagt in klasse A 4 seconden per m. renwaarde en

■ per zeemijl, na aftrek van de vergoeding voor ta-

■ kelage. Bovendien is er een internationale klasse

Sluiten