Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor yachten, gebouwd en uitgerust in liet land van hun club, voor zoover zij overigens aan zekere voorwaarden omtrent waterverplaatsing, zeiloppervlakte, bouwkosten enz. voldoen.

In Engeland vallen de zeilwedstrijden in de zoogenaamde Cowes-week, overeenkomende in Duitschland met de Kieler-week. Voor de Middellandsche Zee bestaat een Riviera-week, alsmede de internationale Adria-regatta's te Pola en te Marseille.

Zeilsteen of Natuurlijke magneet. Zie Magneet.

Zeis is een werktuig dat tot het maaien van gras gebezigd wordt. Het bestaat uit een boogvormig gebogen mes (de eigenlijke zeis) en uit een steel, voorzien van een lange en een korte knik, waardoor de maaier in staat wordt gesteld, om het werktuig behoorlijk te hanteeren. Meestal kan de kruk verplaatst worden, zoodat de grootte van de zeis voor eiken werkman past. Ook de steel zelf kan soms in verschillende richtingen geplaatst worden. De grondstof voor de zeis alsmede voor de sikkel, tot het maaien van graan bestemd, en voor het hakmes, tot het snijden van veevoeder in gebruik, is staal. Van dit laatste neemt men soms twee soorten en bestemt de ijzerachtige stukken voor den rug en de betere voor de snede. Deze worden aaneen geweld, geraffineerd en tot verkorte staven gesmeed, welke men in stukken hakt tot de vereischte lengte voor een zeis. Deze stukken worden onder daartoe geschikte hamers (den breedhamer en handhamer) uitgesmeed, onder den polijsthamer gebracht en vervolgens gehard. Hiertoe worden de zeisen in een door twee blaasbalgen aangeblazen haardvuur van houtskolen geelrood-gloeiend gemaakt en in gesmolten talk gedompeld. Men zuivert ze vervolgens met boomschors van talk, waarna men ze verder in een steenkolenvuur houdt en ze plotseling in koud water afkoelt. Hierdoor springt het hamerslag er grootendeels af, terwijl het achterblijvende met een schrapmes wordt weggekrast. Daarna laat men ze blauw aanloopen door ze boven een kolenvuur te verhitten of met heet zand te bestrooien, terwijl zij eindelijk met een klophamer gehamerd, op een houten blok met een handhamer recht gemaakt en op een slijpsteen geslepen worden. Een goede zeis moet een scherpe, duurzame snede aannemen en tevens taai genoeg zijn om geen schaarden te bekomen, wanneer zij met steenen of andere harde lichamen in aanraking komt. Men onderscheidt slijpzeisen en klopzeisen. De eerste worden scherp gemaakt door slijpen en de tweede door hameren. Tegenwoordig gebruikt men in plaats van zeisen dikwijls maaimachines. Zie Maaiwerktuigen.

Zeising-, Adolf, een Duitscli schrijver, geboren te Ballenstedt den 24sten September 1810, studeerde te Halle en te Berlijn in de letteren en wijsbegeerte, werd leeraar aan het gymnasium te Bernburg, vertrok naar Leipzig, toen naar München en overleed den 27sten April 1876. Hij schreef: „Neue Lehre der Proportionen des menschlichen Körpers"(1854), „Aesthetische Forschungen"(1855), „Die Metamorphosen der menschlichen Gestalt"(1860), „Religion und Wissenschaft, Staat und Kirche"(1873), „Die Reise nach den Lorbeerkranz"(2 dln., 1861), „Kunst und Gunst"(3 dln., 1865) en „Hausse und Baisse" (3 dln., 1864).

Zeist, een gemeente in de provincie Utrecht, 5001 H. A. groot met (1910) 12 774 inwoners, wordt begrensd door de gemeenten Baarn, Soest, Amersfoort, Leusden, Woudenberg, Maarn, Driebergen,

Odijk, Bunnik en De Bildt. De bodem bestaat meest uit diluviaal zand, in het Z.W. aan den Krommen Rijn treft men klei aan. De voornaamste middelen van bestaan zijn land- en tuinbouw, nijverheid enz. terwijl ook het vreemdelingenverkeer 's zomers van veel belang is. Tot de gemeente behooren de dorpen Zeist en Austerlitz, het westelijk gedeelte van het dorp Soesterberg en een aantal buitenplaatsen en verstrooide woningen.

Het dorp Zeist, een van de mooiste dorpen van Nederland, ligt in een bekoorlijke omgeving aan den grooten weg van Utrecht naar Amersfoort en is door een paardentram met Utrecht en met het station Zeist-Driebergen van de spoorlijn Utrecht—Arnhem verbonden. Het bestaat uit een kom, die zich langs den straatweg en den weg naar Soesterberg uitstrekt. Men vindt er een aantal prachtige villa's en buitengoederen. Het slot, het stamhuis van een in de 14de eeuw uitgestorven adellijk geslacht, werd door graaf Willem Adriaan de la Lek herbouwd en bezit een fraai park en een groot beukenbosch. De Slotlaan met de daaraan gelegen gronden werd door gravin Van Zinssendorff aan de Hernhutters afgestaan, die er het uit 2 blokken bestaande Broederhuis stichtten. Zeist bezit een Hervormde kerk van 1841, die op de plaats van de oude in 1180 gebouwde St. Rodbertuskerk werd opgetrokken, een kerk van de Broedergemeente, een Gereformeerde kerk en een RoomschKatholieke kerk. Het gemeentehuis van 1876 bezit een Oud-Hollandschen gevel. Men vindt er een aantal fabrieken. Zeist wordt reeds in een oorkonde van 838 als Seyst vermeld, waarbij het' vruchtgebruik van deze plaats door den bisschop van Utrecht aan graaf Rotgarius werd geschonken. In 1126 kwam het aan een domproost. Zeist was een hooge heerlijkheid, Sedert 1677 behoorde het met Driebergen aan Willem Adriaan de la Lek, een kleinzoon van prins Maurits en Willemina van Berkhout, in 1746 kwamen beide plaatsen door aankoop in het bezit van Cornelis Schellinger, in 1767 kwam Zeist bij de verdeeling aan Maria Agnes, gravin van Zinssendorff en Pottendorj. In 1672 had Lodewijk XIV zijn hoofdkwartier te Zeist. In de nabijheid van de plaats, gedeeltelijk in de gemeenten Woudenberg en Soest ligt de Zeister Heide, waar in 1804 de piramide van Austerlitz (zie aldaar) werd opgericht.

Zeisz. Iiarl, een Duitsch opticus, geboren den llden September 1816 te Weimar, stichtte in 1846 te Jena een fabriek van optische instrumenten, welke zich door haar voortreffelijke mikroskopen spoedig een wereldnaam maakte. Nadat'in 1866 E. Abbe aan de onderneming was verbonden, nam deze door de gelukkige samenwerking van theorie en praktijk snel in omvang toe. In 1875 werden Abbe en in 1881 R. Zeisz, de oudste zoon van den oprichter, deelgenooten. Toen Karl Zeisz den 33611 December 1888 te Jena was overleden en spoedig daarna zijn zoon zich had teruggetrokken, ging de leiding op Abbe alleen over. Deze stelde de onderneming, met het doel haar onafhankelijk te maken van persoonlijke belangen, in 1891 in het bezit van de Karl-Zeisz-Stiftung, door hem in 1889 opgericht, welke als rechtspersoon vertegenwoordigd wordt door het departement van eeredienst van het ministerie van Weimar. Na dien tijd wordt de onderneming beheerd door een bedrijfscommissie; nadat Abbe zich in 1903 heeft teruggetrokken, bestaande uit S. Czapski, M. Fiseher, O. Schott en D. Straubel, bijgestaan door een commissa-

Sluiten