Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een aantal grondelementen, wat met zich medebrengt, dat verandering in dit complex een correspondeerende verandering in het zelfbewustzijn ten gevolge heeft.

Zelfinductie is een bijzonder geval van de magneto- of Voltainductie, door Faraday ondekt (zie Electrische inductie). Evenals bij deze een ontstaande of een verdwijnende stroom in naburige geleiders tegengestelde of gelijkgerichte stroomen opwekt, zoo induceert elk stukje van een geleider, waardoor een veranderlijke stroom loopt, in alle naburige gedeelten van dezen geleider electromagnetische krachten, welke tegengesteld gericht zijn aan den toenemenden en gelijkgericht met den afnemenden stroom. Zij werken dus steeds verzwakkend. Deze inductie van den stroomgeleider op zich zelf noemt men zelfinductie. Zij hangt af van den vorm van den geleider. Oneindig klein in rechtuit gespannen geleiders, is zij groot in een soloneïde, omdat de geïnduceerde tegenkrachten het grootst zijn, wanneer de deelen van den geleider onderling evenwijdig en dicht bij elkander liggen. Voor gelijkstroomen kan zij daarom buiten rekening blijven.

Zelfkennis is de grondslag der wijsbegeerte. Wanneer wij het verband willen doorgronden tusschen den mensch en de overige schepping, tusschen den mensch en de geschiedenis, dan moet men dezen, alzoo* zich zeiven, in de eerste plaats leeren kennen. Dit kan geschieden door een gezet nadenken over onze. eigenschappen, gaven en krachten, over onze gebreken en zwakheden en over het doel van ons bestaan. Komt de mensch daarbij tot de overtuiging, dat hij zijn waar geluk alleen bevorderen kan door op te klimmen in volkomenheid, door toe te nemen in deugd, dan leidt zelfkennis tot zelfbeheersching en tot zelfveredeling. Zoo wordt zelfkennis de bron van plichtsbetrachting. De wijzen der Oudheid waren daarvan doordrongen en versierden den tempel te Delphi met het opschrift: „Ken u-zelven".

Zelflaadpistool. Zie Pistool en Revolver.

Zelfliefde. Zie Zelfzucht.

Zelfmoord (Suicidium) heeft plaats, wanneer iemand vrijwillig en opzettelijk een einde maakt aan zijn leven. De beweegredenen tot zulk een daad, die in strijd is met 's menschen zucht tot zelfbehoud, kunnen zeer verschillend zijn. Dikwijls voeren sexueele uitspattingen en dronkenschap tot zelfmoord. Hartstocht speelt een belangrijke rol bij zelfmoorden, daarnaast komen echter ook verdriet en zorgen, Mchamelijk en geestelijk lijden in aanmerking. Men kan in de meeste gevallen niet nagaan, in hoeverre een zelfmoordenaar verantwoordelijk is voor zijn daad. Daarom strijdt het straffen van een poging daartoe en het weigeren van een eervolle begrafenis aan een zelfmoordenaar met ons rechtsgevoel. Op het vasteland van Europa wordt zulk een daad dan ook nergens meer gestraft. Het Engelsche recht daarentegen bedreigt een poging tot zelfmoord met een geldboete en gevangenisstraf. Aansporing tot en hulp bij zulk een daad kunnen als afzonderlijke misdaden worden gestraft, zooals in ons land en sommige andere landen gebeurt; in het Duitsche rijksrecht is dit bijv. niet het geval. Een juiste statistische groepeering van het aantal zelfmoorden volgens de beweegredenen is niet mogelijk; dergelijke statistieken moeten als meer of minder foutieve, pogingen om een bij benadering

juiste opgave te verkrijgen, beschouwd worden. Ook een statistiek overzicht van het aantal zelfmoorden kan niet geheel betrouwbaar zijn, daar men niet altijd den zelfmoord van een natuurlijken dood of een ongeluk kan onderscheiden. Toch heeft men met zekerheid kunnen vaststellen, dat in het algemeen in tijden van maatschappelijken welstand de zelfmoord minder veelvuldig voorkomt dan in tijden van malaise. Vooral plotselinge en onverwachte crises doen het aantal sterk toenemen. Ook toont de statistiek aan, dat het cijfer in de 19de eeuw overal gestegen is, wat waarschijnlijk in de eerste plaats in verband staat met den steeds moeilijker wordenden strijd om het bestaan, met de koortsachtige onrust en de grootere ongebondenheid van het moderne leven. In het algemeen komt de zelfmoord bij mannen meer voor dan bij vrouwen. Zij heeft op zeer verschillende wijze plaats. Het meest komt de dood door ophanging voor; verder zijn verdrinking, dood schieten en vergiftiging de meest toegepaste vormen.

Zelfmoord bij dieren meende men reeds in de Oudheid te hebben waargenomen. Een slang bracht zich in gevangenschap doodelijke beten toe en een scorpioen, door een ring van vuur omgeven, stak zich in den kop. Toch is het a priori niet waarschijnlijk, dat een dier opzettelijk zelfmoord zou kunnen begaan. Immers het kan moeilijk aangenomen worden, dat het dier besef van den dood en van het eindigen van zijn lijden door zelfmoord heeft. Weliswaar namen Thomson en anderen waar, dat een scorpioen, geprikkeld door een bundel geconcentreerd zonlicht, welke met een lens op hem wordt geworpen, zich zelf steekt en dan spoedig sterft; maar Preyer en Bourne toonden aan, dat deze dieren bij 50° C. zeker sterven, zoodat aan den dood door zelfmoord, hier niet behoeft gedacht te worden. De steek moet veeleer worden opgevat als een aanval op een tegenstander. Dat gevangen dieren voedsel weigeren, moet vermoedelijk meer geweten worden aan storingen in hun gevoel van welzijn, dan aan bedoelingen van zelfmoord. Als voorbereidende maatregelen voor zelfmoord heeft men vroeger ook wel het afstooten van ledematen en lichaamsdeelen door kreeften, zeesterren enz. aangezien. Hoogstwaarschijnlijk zijn dit echter juist teekenen van welstand.

Zelfontbranding1 noemt men de ontbranding van een stof, zonder dat warmtetoevoer van buiten plaats heeft. Sommige, licht oxydeerbare stoffen ontbranden, wanneer zij- in fijn verdeelden toestand met lucht in aanraking komen (zie Pyroforen). Ook phosforus, alsmede enkele scheikundige verbindingen, als phosforwaterstof en scheikundige praeparaten, waaronder het mengsel van kaliumchloraat en zwavelantimonium, dat in de vuurwerkerij gebruikt wordt, ontbranden aan de lucht van zelf; evenzoo gemakkelijk brandbare stoffen, welke uit de lucht gassen en dampen absorbeeren, zooals versch bereide, fijn gepoederde houtskool. Steenkool vertoont het verschijnsel der zelfontbranding als gevolg van de absorptie van zuurstof uit de lucht, waarbij wellicht ook fijn verdeeld zwavelkies een rol speelt. Ook weefselvezels, welke met olie en andere oxydeerbare stoffen gedrenkt zijn (poetslappen, wasdoek), vochtig hooi, stroo, zaagsel, vooral van harsrijke houtsoorten, wol enz., welke op hoopen liggen kunnen in korten of langer tijd

Sluiten