Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij vrijgesproken en uit de gevangenis ontslagen werd. Hij begaf zich toen naar zijn goederen in Polen en werd in 1820 weder met diplomatieke werkzaamheden belast. In 1816 werd hij opperpresident van het groothertogdom Posen, waar hij veel goeds tot stand bracht. In 1824 nam hij zijn ontslag, vestigde zich op zijn buitenverblijf Rombeczyn en overleed in 1831. Hij schreef: „Eunomia, poetische Blumenleze" (1792—1793), „Ueber das Bildungsgeschaft in Süd-Preuszen" (1800) en „Ueber meine Schicksale, Gefangenschaft u. s. w." (1801).

Zerbst, een stad in het hertogdom Anhalt, de voormalige hoofdstad van het hertogdom AnhaltZerbst, ligt aan de Nuthe en aan twee spoorwegen. Zij is de zetel van een arrondissementsbestuur en van een arrondissementsrechtbank en heeft 5 poorten, 4 Protestantsche kerken, een R. Katholieke kerk, een synagoge, een hertogelijk kasteel met een park, een oud raadhuis, een gymnasium, een ambachtsschool, een landbouwschool, een weeshuis, een museum en een staatsarchief. Men vindt er ijzergieterijen, fabrieken voor machines, zeep, stijfsel, wandelstokken, leer, gouden en zilveren tressen, wagens, chemische produkten, thermometers, sigaren, regenschermen, azijn, bier, brandewijn enz. Het bier is van oudsher beroemd. Ook wordt er tuin- en groenteteelt uitgeoefend. Het aantal inwoners bedraagt (1905) 18 128. Op het raadhuis heeft men een op pergament gedrukten bijbel met door Lucas Cranach geteekende houtsneden.

Zermatt, in het Fransch Praborgne, een dorp in het distrikt Visp van het Zwitsersche kanton Wallis, ligt 1620 m. boven de oppervlakte der zee, 32 km. ten zuidzuidwesten van Visp op den linker oever van de Gorner- of Mattervisp in het hoogste gedeelte van het Nikolaï- of Matterdal en is door een spoorweg met Visp verbonden. Het aantal inwoners bedraagt (1900) 765. Naast Grindelwald en Chamonix is Zermatt het meest bezochte uitgangspunt voor tochten in het hooggebergte. Sedert 1898 leidt een bergspoorweg, de hoogste van Europa, naar den 3038 m. hoogen Gornergrat. Zermatt heeft een aantal groote hotels, een museum met een reliëfvoorstelling van de Monte-Rosagroep-herinneringen aan reizigers, die aldaar het leven verloren hebben enz.

Zéro, de Fransche naam voor nul, is in het roulettespel de naam van het veld, waarop de bankhouder wint; vandaar overdrachtelijk: het voordeel van den bankier bij kansspelen.

Zerrenner, Heinrich Gottliéb, een Duitsch opvoedkundige, geboren te Wernigerode den 8Bten Maart 1750, studeerde te Halle in de godgeleerdheid en werd in 1772 leeraar te Klosterberge, in 1775 predikant te Beyendorf bij Maagdenburg, in 1787 inspecteur te Derenburg en in 1810 superintendent-generaal te Halberstadt. Hij overleed aldaar den 10den November 1811. Hij werd vooral bekend door zijn tijdschrift: „Deutscher Schulfreund" (46 dln., 1791—1811). Verder schreef hij: „Christliche Volksreden über die Evangelien für Landleute" (met Hahnzog, 1785, 2de druk, 1801), „Christliche Volksreden über die Epistein" (1792, 2de druk) 1797)j „Schulbibel" (1799, 2d* druk, 1805) en „Christliches Religionslehrbuch" (1799, 3de druk, 1811).

Zerrenner, Karl Christoph Gottliéb, een Duitsch opvoedkundige, een zoon van den voorgaande, ge¬

boren te Beyendorf den 15der> Mei 1780, studeerde te Halle in de theologie, werd in 1802 leeraar aan het gymnasium te Maagdenburg, in 1805 predikant aldaar, in 1816 „Consistorialrat", in 1823 directeur der kweekschool van onderwijzers en in 1834 proost van het klooster Onze Lieve Vrouw en directeur van het kloostergymnasium in laatstgenoemde stad. Hij overleed aldaar den 2den Maart 1852. Van zijn geschriften noemen wij: „Denkübungen" (1812, 4dfdruk, 1843), „Hülfsbuch für Lehrer und Erzieher bei den Denkübungen der Jugend" (4 dln., 1805— 1823, 2d* druk, 1822—1835), „Methodenbucli für Volksschullehrer" (1814, 5de druk, 1839), „Neuer deutscher Kinderfreund" (1811, 22ste druk, 1846: 2de dl. 1830, 3de druk, 1839), „Grundsatze der Schulerziehung, Schulkunde und Unterrichtswissenschaft" (1827,2a» druk, 1833) en „Über das Wesen und den Wert der wechselseitigen Schuleinrichtung" (1832), welke organisatie hij in tegenstelling met Diesterweg verdedigde. Ook zette hij het tijdschrift van zijn vader „Der deutsche Schulfreund" voort (dl. 47—60, 1812—1823).

Zerubabel, volgens de Grieksche uitspraak Zorobabel, een zoon van Sealthiel, uit de dynastie van David, was de aanvoerder van de Israëlieten, die in 536 v. Chr. uit de Babylonische ballingschap terugkeerden. Hij bevorderde den bouw van den nieuwen tempel te Jeruzalem, waarvan hij de voltooiing en de inwijding (516) nog beleefde. Het verzoek van de Samaritanen aan den tempelbouw te mogen deelnemen, had hij van de hand gewezen.

Zervane Akerene. Zie Ahriman.

Zes is het kleinste getal, dat door twee verschillende priemgetallen, 2 en 3, deelbaar is, waarom men wel het voorstel heeft gedaan dit getal tot grondslag van het talstelsel te nemen.

Zeschau, Heinrich Wilhelm von, een Saksisch generaal, geboren in 1760 te Garenchen in de Nederlausitz, ontving zijn opvoeding te Bückeburg onder de leiding van Herder en aan de militaire academie te Wilhelmstein, trad in 1778 als luitenant in dienst, nam deel aan de veldtochten van het Saksische leger van 1793 tot 1809, werd in 1810 luitenant-generaal, nam ook deel aan den Russischen veldtocht van 1812 en streed bij Leipzig aan het hoofd der Saksische divisie. Hij volgde vrijwillig den koning van Saksen in de gevangenis, maar na den terugkeer van Friedrich August in 1815 werd hij belast met de nieuwe organisatie van het leger en vervolgens met het staatssecretariaat van Oorlog. In 1820 ontving hij pensioen, werd in 1823 gouverneur van Dresden en overleed den 14den November 1832.

Zeschau. Heinrich Anton von, een Saksisch staatsman, geboren den 4den Februari 1789 te Jessen in de Nederlausitz, studeerde te Leipzig en te Wittenberg in de rechten, trad in Saksischen staatsdienst, ging in 1815 in Pruisischen staatsdienst over en werd in 1819 tot regeeringsraad te Potsdam benoemd. Na verloop van drie jaren echter keerde hij als geheim financieraad naar Saksen terug, werd in 1830 voorzitter van het opperconsistorie en in 1831 minister van Financiën, in welke betrekking hij het financiewezen in Saksen geheel nieuw organiseerde en het tolvereenigingsverdrag met Pruisen sloot. In 1835 werd hij met de portefeuille van Buitenlandsche Zaken belast, trad in 1848 met zijn ambtgenooten af en werd in 1851 tot minister van

Sluiten