Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen. Daar zij deze draden nooit verlaten, is valsch distribueeren bij den typograaf buitengesloten.

Evenals bij den typograaf, is ook het mechanisme van de monoline van Scudder, welke er overigens in constructie mede overeenkomt, veel eenvoudiger dan bij de linotype. Zij heeft een toetsenbord met 96 toetsen. Letters en teekens, welke daaronder niet voorkomen, neemt de zetter uit een letterkast naast de machine. Een signaal verwittigt hem, dat de regel klaar is voor het gieten. Het drukken op een hefboom bewerkt dan het opsluiten, gieten en distribueeren van de matrijzen. Maakt de zetter storende fouten, dan blijft de machine van zelf stilstaan.

De zetmachines, zoowel als de zet- en gietmachine, zullen beperkt blijven tot het gladde, loopende zetsel van couranten en boeken. Voor smoutwerk kunnen zij geen toepassing vinden. Dit geldt ook van de typengiet- en zetmachine, welke haar ontstaan dankt aan het feit, dat in de gegoten regels van de zet- en regelgietmachine geen correcties kunnen worden aangebracht, maar steeds tot hernieuwd zetten moet worden overgegaan. De monotype van Lanston en de grafotype van Goodson, beide van Amerikaanse!)en oorsprong, gelijken op elkander in constructie en werken ook overigens naar dezelfde beginselen. Zij bestaan uit twee deelen: een toetsenbord en een gietmachine. Het toetsenbord van de monotype draagt 257 toetsen. Door iederen aanslag van een toets worden in een papierstrook 2 gaten geslagen, welke door hun stand ten opzichte van elkander en van de papierstrook een letter voorstellen. Door een wijzer wordt de lengte van den regel ingesteld. Bovendien is het toetsenbord verbonden met een registreerapparaat, dat de breedte van den regel, de ruimte, welke nog moet worden gevuld en het aantal ruimten tusschen de

wuoruen aangeeit. üen diik daarop leert den zetter, wat nog noodig is voor het vullen en opsluiten van den regel. In de gietmachine bevindt zich een plaat, welke de matrijzen bevat, die met de schriftteekens van het toetsenbord overeenkomen. Wordt nu de geperforeerde papierstrook door de gietmachine gevoerd, dan wordt telkens de matrijs, welke correspondeert met de gaten in de papierstrook en de toetsen, die deze maken voor de gietopening gebracht en het type gegoten. Dit wordt in de machine verder afgewerkt en daarna bij de reeds vervaardigde typen gevoegd, waarvan de machine regels .van af 5—40 cicero breedte automatisch opsluit. De regels worden hier dus in losse letters gegoten. Deze losse typen kunnen ook voor het gewone handzetten gebruikt worden. Met het oog op de correctie, welke evenals bij gewoon handzetsel geschiedt, moet voor elke lettersoort een gewone kast voorhanden zijn. Tegenover deze voordeelen staat, dat de machine door twee man moet worden bediend: de eigenlijke zetter aan het toetsenbord en degene, welke zorgt voor de gietmachine. Het werk van den laatste is echter min of meer ongeschoolde arbeid. De papierstrooken kunnen voor eventueelen herdruk bewaard blijven, waardoor het zetwerk bespaard wordt. In Engeland en Amerika, gedeeltelijk ook in Europa, is de monotype tamelijk verspreid. Bij de electrotypograaf van Méray en Rozac ontstaan, behalve de geperforeerde papierstrook, voor de oogen van den zetter de doorgeslagen typen in druk, zoodat deze de gemaakte fouten ter¬

stond kan zien en verbeteren. De dyotype van Pinel giet zoowel regels als losse typen. Het toetsenbord heeft slechts 43 toetsen, waarmede 267 letters of teekens kunnen worden gemaakt.

Was de typen- giet- en zetmachine een vooruitgang. vergeleken bij de zet- en regelgietmachine, het feit, dat twee afzonderlijke machines, het toeteen-

V\Ar/l nn rlr. 1' i ,

uuiu noouig waren, maaKte ver-

betering hiervan gewenscht. Deze schijnt gelukt te zijn aan den Engelschman Stringer, die een gieten zetmachine construeerde, welke zonder geperforeerde papierstrook rechtstreeks typen zet en giet. Evenals de linotype heeft zij een toetsenbord en een matrijzenmagazijn, maar zij brengt de matrijzen stuk voor stuk voor den gietvorm, waardoor losse letters ontstaan, welke de machine automatisch zet. De matrijzen worden op dezelfde wijze als bij de linotype gedistribueerd. Terwijl de ééne matrijzenregel wordt gezet, giet de machine een tweede en distribueert zij een derde. De zetter behoeft slechts het toetsenbord te bedienen. Bovendien is de machine niet ingewikkeld en kan zij voor verschillend schrift gebruikt worden.

Zetmeel (amylum), een van de voornaamste assimilatie produkten in de levende plant, komt in den vorm van korrels in de verschillende weefsels en organen van de plant als reservevoedsel voor. Men vindt het in de zaden der granen, in kastanjes, in

aaiuappeien, in de stammen van verschillende palmsoorten, in wortels enz. De zetmeelkorrels hebben een zeer verschillende grootte en vorm. Sommige (zie de afbeelding) zijn bolvormig, andere ovaal, weer andere lensvormig.

terwijl ook hal-

tervormige worden aangetroffen. Onder het mikros-

koop vertoonen de zetmeelkorrels een laagsgewijze structuur; de kern ligt dikwijls excentrisch en de opeenvolgende lagen hebben ongelijke dikte.

Zetmeel (C6H10O6)n, heeft een soortelijk gewicht van 1,650 bij een watergehalte van 15—20%. In drogen toestand is het zeer hygroskopisch In de gewone oplosmiddelen is het onoplosbaar. In water zwelt het bij verwarming belangrijk op, verliest eindelijk allen vorm en gaat daarbij over in een geleiachtige massa, stijfsel geheeten. De temperatuur, waarbij de stijfselvorming plaats heeft, loopt voor de verschillende zetmeelsoorten eenigszins uiteen. Voor aardappelzetmeel bedraagt zij 65° C., voor maiszetmeel 75° C., voor rijst-, gerst-, rogge- en tarwezetmeel 80 ° C. en voor haverzetmeel 85° C. Bij de bereiding van meelspijzen en aardappels komt stijfselvorming uit zetmeel niet voor, omdat het stollende eiwit de zetmeelkorrels omhult en

Zetmeelkorrels. a, a. Aardappelzetmeel; b. Roggezetmeel; c. Samengestelde zetmeelkorrel van sassaparille; d, e. Zetmeelkorrels uit het melksap van Euphorbia splendens.

Sluiten