Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd'de eerste aardappelmeelfabriek opgericht te Monnikendam. Thans zijn er in ons land 30, die uitsluitend droog aardappelmeel produceeren; bovendien bereiden er 2 nat aardappelmeel als halffabricaat. Ten slotte zijn er 6, waar aardappebneel bereid wordt om het tot dextrine te verwerken en eveneens 6, waar men het tot aardappelstroop (glucose) verwerkt. Van deze 44 fabrieken zijn er 33 in de provincie Groningen gevestigd. Zij hebben te zamen ongeveer 2 000 arbeiders. In 1909 was voor de teelt der aardappelen een oppervlakte van 28 322 H. A. noodig. Het grootste deel van het geproduceerde aardappelmeel (85%) en van de dextrine wordt uitgevoerd. De aardappelstroop wordt vrijwel alleen hier te lande verbruikt. In 1909 overtrof de uitvoer van aardappelmeel den invoer met 64 millioen kg. Hij heeft vooral plaats naar landen met uitgebreide textielindustrie, voorzoover hooge invoerrechten dit niet verhinderen. Ook bij de dextrine overtreft de productie het binnenlandsch verbruik. Jaarlijks wordt ongeveer 5 millioen kg. uitgevoerd. Glucose, waarvan de productie zich in de laatste 30 jaar snel heeft uitgebreid, wordt thans in 11 fabrieken in vasten (druivensuiker) of in vloeibaren (stroop) vorm gemaakt.

Zetmeel was reeds aan de Ouden bekend. Volgens Dioskorides werd het amylum genoemd, omdat het, in tegenstelling tot de andere meelsoorten, zonder malen wordt verkregen. In de Middeleeuwen bloeide de zetmeelindustrie in de Nederlanden. Aardappelzetmeel werd het eerst in 1816 in Frankrijk bereid, maar eerst sedert het midden van de 19de eeuw kreeg deze nijverheid beteekenis. Belangrijke vorderingen maakte de zetmeelfabricage door de invoering van eigenaardig geconstrueerde centrifugeermachines, waardoor vooral Fesca naam maakte.

Zetten, een dorp in de provincie Gelderland in de gemeente Valburg, is bekend door de gestichten, die door Oth> Gerhard Heldring (zie aldaar) werden opgericht. Zie Zetten, Philanthropische stichtingen te. Verder vindt men aldaar een Hervormde kerk, een Gereformeerde kerk, een voorbereidend gymnasium, een Christelijk gymnasium en een kerkje op een vluchtheuvel. Zetten en Andelst bezitten een gemeenschappelijk station van de spoorlijn Arnhem— Dordrecht. De plaats wordt in een oorkonde van 1015 vermeld, waarin aartsbisschop Heribert van Keulen de kerk van Zetten aan het klooster te Deutz schonk.

Zetten. Philanthropische stichtingen te, zijn een aantal inrichtingen die te Zetten (zie aldaar.) op initiatief van den predikant O. G. Heldring (zie aldaar) tot stand kwamen. Hiertoe behooren: het asyl Steenbeek, het Magdalenahuis, de vereeniging Bethel en de vereeniging Talitha Kumi. Het asyl Steenbeek, dat in 1848 werd opgericht, heeft opbeuring en terechtbrenging van boetvaardige gevallen vrouwen ten doel, die geheel vrijwillig zich ter opneming aanbieden of door anderen worden aanbevolen. Met Magdalenahuis neemt gedurende minstens zes maanden ongehuwde aanstaande moeders op, die voor de eerste maal in zulk een toestand verkeeren en niet onder de diepstgezonkenen kunnen gerekend worden. De Protestantsche vereeniging Bethel heeft ten doel minderjarige meisjes boven de 15 jaar, die gevaar loopen tot een val te komen, zonder onderscheid van geloofsbelijdenis, te ver¬

eenigen en voor haar onderhoud, haar opvoeding en opleiding gedurende eenigen tijd te zorgen. Door de Protestantsche vereeniging Talitha Kumi worden meisjes van 4—15 jaren, die men voor verkeerde invloeden wil bewaren, in een daartoe bestemd gebouw onder de gemeente Zetten vereenigd en aldaar opgevoed en opgeleid in Christelijken geest.

Zetter. Georg, een Zwitsersch dichter, schrijvende onder den pseudoniem Friedrich Otte, werd geboren den 4den Maart 1819 te Mülhausen in den Elzas, bezocht het college in zijn geboortestad, voorts de school te Lenzburg in Aargau en gaf met A. Stober in 1843—1848 de „Elsassische Neujahrsblatter" en in 1856—1866 het „Elsassische Samstagsblatt" in het licht, waarin hij ijverde voor vaderlandlievende gezindheid. Hij verdronk den 228t0* October 1872 in de kolk van het Kanaal te Mülhausen. Hij schreef: „Schweizersagen in Balladen, Romanzen und Legenden" (1840, nieuwe bundel, 1842), „Badenweiler Liederkranz" (2de druk, 1843), „Gedichte" (1845) en „Aus dem Elsasse, Gedichte" (nieuwe uitgave, 1862).

Zetternam, Eugeen, eigenlijk Jodocus Joseph Diricksens, een Z.-Nederlandsch schrijver, geboren te Antwerpen den 4den April 1826. was aldaar huis- en meubelschilder en kwam reeds vroeg in aanraking met enkele voormannen der Vlaamsche beweging, in het bijzonder met Jan van Beers. Zijn eerste roman „Rowna" (1845) is een van de meest bekende werken der Vlaamsche letterkunde. Later vestigde hij zich te Gent, waar Heremans zich voor hem interesseerde. In 1847 werd hij bij het leger ingelijfd, kwam te Antwerpen, Aalst en Dendermonde in garnizoen, ontving in Mei 1849 zijn ontslag en vestigde zich weder als huis- en meubelschilder in zijn geboorteplaats, waar hij weldra in het huwelijk trad. Van zijn talrijke grootere en kleinere werken, 38 in het geheel, noemen wij nog: „Margaretha van Constantinopel" (1846), een drama in vier bedrijven, „De Zwanen" (1846), „Schets uit het werkmansleven" (1847), „Bernhart de Laat"

(1847), een roman uit de Middeneeuwen „Volksleven. Voor twee centen minder"(1847), „Hoe Pietje Triste fortuin deed" (1847), „Eene liefde" (1848), „De Tooverdoos" (1848), „Mijnheer Luchtervelde, waarheden uit onzen tijd"(bekroond 1849), „Brokken uit het gedenkschrift van een koperen knop"

(1848), „Eenige bedenkingen over de toekomst van schilders en schilderkunst bij het doorwandelen der Tentoonstelling te Brussel"(1848), „Een kopje te veel" (1849), „Iets over Vlaamsche beschaving"

(1849), „Over eene verbintenis van alle dorpen van Vlaamsch-België" (1849), „Tantie Mortelmans"

(1850), „Simon Kockermoes"(bekroond, 1850), „Het Bestuur en de Natie"(1850), „Eene zonderlinge bedelares" (1851), „Burgerrecht" (1851), „Arnold de Droomer" (1852), „De Kimrische diluvie" (1853), „De wonderbare avonturen eener oude schilderij" (1853), „Een middeltje om rijk te worden" (1853), „Handboek voor huis- en meubelschilders, vergulders enz." (1853), „Tafereelen uit het leven eens kunstschilders"(1854), ,,Modezucht"(1854), een drama, „Hel en Duivel, een ware gebeurtenis"(1854), „Bedenkingen op de Nederlandsche schilderschool" (bekroond door het St. Lucasgilde, 1855), „Hoe men schilder is"(1855) en „De Vrouw van Egmont" (1855), een drama. Hij overleed den ÏO"™ October 1855 te Antwerpen. Zijne verzamelde geschriften

Sluiten