Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(2d' druk door Ebel, 2 dln., 1868—1871) is hij de grondlegger van de wetenschappelijke Keltologie geworden. Hij overleed den 10den November 1856 te Vogtendorf bij Kronach in Ober-Franken.

Zeuthen. Jer&me Georges, een Deensch wiskundige, geboren te Grimstrup op Jutland in 1839, studeerde van 1857—1862 te Kopenhagen, promoveerde in 1865 in de wijsbegeerte en werd in 1870 te Kopenhagen tot hoogleeraar in de wiskunde benoemd. Hij is vooral bekend geworden door zijn werken over de geschiedenis van de wiskunde. Hiertoe behooren zijn geschriften over de trigonometrie van de Oudheid, over de oplossing van een vergelijking van den derden graad door Leonardo da Vinei, over Newton, over de infinitesimaalrekening, over Isaae Barrow enz. Zijn voornaamste werk is: „Geschiedenis van de wiskunde in de Oudheid en in de Middeleeuwen."

Zeuxis (eigenlijk Zeuxippos), een schilder der Grieksche Oudheid, geboren te Heraklea in Beneden-Italië, vertoefde ten tijde van den Peloponnesischen Oorlog te Athene en was daarna voor koning Archelaos van Macedonië en in Klein-Azië werkzaam. Met Parrhasios stond hij aan het hoofd der Ionische schilderschool. Hij was de eerste, die op het beginsel van licht en schaduw den vollen nadruk legde en begoocheling der zintuigen stelde hij op den hoogsten prijs. Zijn werken onderscheidden zich door zachtheid en weelderigheid van vormen. Vooral was zijn „Helena" vermaard, geschilderd voor den tempel van de Lacinische Hera te Kroton, alsmede zijn „Penelope", waarvan Plinius zegt, dat daarin de goede zede zelf geschilderd schijnt. Uit een beschrijving van Lucianus kennen wij zijn „Centauren". Zijn „Zeus, tronende in den kring der overige goden," wordt als een voortreffelijk schilderstuk geroemd.

Zevecote of Zevecotius, Jacob van, een Nederlandsch dichter, geboren te Gent den 14den Januari 1596, sloot zich aan bij de Augustijner monniken en werd hoogleeraar in de welsprekendheid, eerst te Gent, vervolgens te Brussel. In 1623 vertrok hij naar Leiden, waar hij den Hervormden godsdienst aannam, in 1626 werd hij hoogleeraar in de welsprekendheid en in de geschiedenis te Harderwijk. Hij ontving in 1635 het doctoraat te Leiden en overleed te Harderwijk den 17ael> Maart 1642. Van Zevecote schreef aanvankelijk meest in het Larijn o. a. de treurspelen „Rosimunda" en „Maria Stuarta", later omgewerkt als „Maria Graeca". Nadat hij zich in Noord-Nederland had gevestigd, trad hij meer als Nederlandsch dichter op. Voor zijn treurspelen „Belegh van Leyden" (1626) en „Ontset van Leyden" schreef zijn neef, de bekende hoogleeraar Daniël Eeinsius een lofdicht. In 1638 gaf Van Zevecote zijn „Emblemata ofte Sinnebeelden" in het licht. Van zijn overige werken noemen wij nog het stichtelijk leerdicht „Verachtinge des Doots", een vertaling van een Latijnsch gedicht van Heinsius. Zijn Nederlandsche gedichten werden uitgegeven door Blommaert (1840).

Zeven is een priemgetal, waaraan dikwijls een bijzondere beteekenis wordt toegekend. Reeds in de astronomie en astrologievan de Egyptenaren speelde dit getal een groote rol: 7 planeten beheerscliten den hemel, 7 dagen vormden een week, 7 jaren een cyelus. Bij de Hebreeuwen bestond het Sabbathjaar uit 7 jaar, het jubeljaar uit 7 x 7 jaar, het loofhut¬

tenfeest en andere feesten duurden 7 dagen. In den Bijbel wordt gesproken van de 7 plagen en de 7 duivels, in de Openbaring van Johannes komt het getal 7 dikwijls voor; de wereld werd, met inbegrip van den rustdag, geschapen in 7 dagen. Bij de Grieken was het getal 7 voor Apollo een heilig getal, op den 7aen dag vóór de nieuwe maan werd aan hem geofferd. De Roomsch-Katholieke Kerk telt 7 sacramenten en 7 gebeden van het Onze Vader, verdeelt den dag in 7 canonische uren en viert een feest ter herinnering aan de 7 weeën en 7 vreugden van Maria. Ook in het bijgeloof van de Middeleeuwen en later speelt het getal 7 een groote rol. De voorstelling van de 7 hemelen, waaraan de uitdrukking „in den zevenden liemel zijn" ontleend is, is waarschijnlijk oorspronkelijk Babylonisch; zij is echter in den lateren Joodschen godsdienst en in het Mohammedanisme zeer verbreid.

Zeven zijn werktuigen, waarmede zaden van grovere en fijnere bijmengselen kunnen worden gescheiden en waarmede ze onderling naar hun grootte kunnen worden gesorteerd. In den meest gewonen vorm bestaan ze uit platte van geperforeerd leder of van geperforeerde metalen platen voorziene ramen, die aan alle of aan drie zijden opstaande randen hebben. Ze worden bij het gebruik in heen en weer gaande beweging gebracht. Roteerende zeven bestaan uit tot een cilindermantïl vereenigde, gebogen geperforeerde platen. Ze worden bij het gebruik om den cilinderas rondgewenteld.

Zevenaar, een gemeente in de provincie Gelderland, 2 708 H. A. groot met (1910) 4 974 inwoners, wordt begrensd door de gemeenten Berg. Didam, Angerloo, Duiven, Pannerden, Herwen-enAart in Gelderland en door de Pmisische gemeente Elten. In het Z. wordt zij door een arm van den Ouden Rijn begrensd. De bodem bestaat meest uit klei, in het Z. O. vindt men diluviaal zand. De voornaamste middelen van bestaan zijn landbouw, veeteelt, handel en nijverheid. Tot de gemeente behoort het stadje Zevenaar, het dorp Oud-Zevenaar en de buurten Kwartier, Babberich, Ilolthuizen, Ooi, Griet en Zweekhorst.

Het stadje Zevenaar ligt in de Lijmers aan den weg van Arnhem naar Emmerik, aan den spoorweg van Arnhem naar Emmerik en aan dien naar Ruurloo. Het is grensstation. Vroeger was het door wallen en grachten met 4 poorten versterkt. Ook was er een burcht. De plaats bezit een marktplein. De voornaamste straten zijn: de Kerkstraat, de Didamsche Straat en de Marktstraat. Het Collegium Josephinum is een voorbereidende inrichting voor hooger onderwijs. De voornaamste gebouwen zijn het stadhuis, de Roomsch-Katholieke en de Hervormde kerk het spoorwegstation en het gebouw van de in 1875 tot stand gekomen Pelgrimsstichting.

Keizer Hendrik III schonk i 1050 de plaats Subenhare aan Anselm. Den 28sten December 1255 verkocht het kapittel van St. Maria te Utrecht den hof te Sevenare aan graaf Otto van Gelder. Gedurende langen tijd streden Gelder en Kleef om het bezit van Zevenaar, in 1406 gaf Reinout van Gelder de Lijmers en Zevenaar in pand aan Adolf van Kleef. Nadat het geslacht van Kleef uitgestorven was, kwam de plaats aan het Huis Brandenburg. In 1595werd zij door Maurits veroverd, in 1596 keerde zij tot Kleef terug. Van 1509—1666 had zij door de twisten om de erfopvolging in het hertogdom Kleef

Sluiten