Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veel te lijden. Den lste» April 1808 werd Zevenaar bij

het koninkrijk Holland ingelijfd, in 1813 kwam het weder aan Pruisen, doch werd den l8ten Juni 1816 voorgoed met Gelderland vereenigd.^ i

Zevenberg-en. een gemeente in'de provincie Noord-Brabant, 4 781 H. A. groot met (1910) 7 808 inwoners, wordt begrensd door het Hollandsch Diep en door de gemeenten Zwaluwe, Terheiden, Ettenen-Leur, Hoeven c. a. en Klundert. Zij bestaat'uit een aantal kleipolders. Het voornaamste middel van bestaan is landbouw, ook vindt men er een aantal fabrieken, o. a. voor beetwortelsuiker. Tot de gemeente behoort het stadje Zevenbergen, het dorp Zevenbergsche Hoek, een deel van het dorp de Moerdijk, benevens een aantal buurten.

Het stadje Zevenbergen heeft door het Zevenbergsche Kanaal gemeenschap met het Hollandsch Diep en met de Mark. Vroeger bezat de plaats wallen en grachten en een kasteel, die echter reeds in de eerste helft van de eeuw zijn geslecht. Men vindt er een stadhuis, een Roomsch-Katholieke, een Hervormde en een Gereformeerde kerk, het St. Jozefsgesticht en een marechausseekazerne. Door den vloed van 1421 heeft Zevenbergen veel geleden, in 1427 werd liet door Philips den Goede veroverd, in 1590 door Karei van Mansveld geplunderd.

Zevenblad.. Zie Aegopodium podagraria.

Zevenboom (Juniperus sabina) is de naam van een heester of heesterachtigen boom uit het geslacht Juniperus, tot de familie der Kegeldragers (Coniferae) behoorende. Hij groeit in de zuidelijke gewesten van Europa en wordt in ons land dikwijls gekweekt, en onderscheidt zich door lange, opgaande takken, met zeer kleine, klierachtige blaadjes dicht bezet. Deze zijn tegenovergesteld, schubachtig-lancetvormig en dicht- over elkander gelegen. De mannelijke en vrouwelijke vruchtkatjes zijn klein en staan op afzonderlijke planten aan de toppen der takjes, en de rijpe vruchten zijn rond, blauw en iets kleiner dan die van de gewone jeneverbes (Juniperus communis). De zevenboom bevat een krachtig, sterk prikkelend plantenvergif, dat vooral een schadelijke werkii g heeft op de vrouwelijke geslachtsorganen. In de geneeskunde worden de gedroogde toppen van deze plant gebruikt.

Zevenburg-en. in het Hongaarsch Erdely (Woudstreek), in het Roemeensch Ardealu, in het Latijn Transsilvania geheeten, het gebied van het voormalige grootvorstendom Zevenburgen, is sedert 1867 met Hongarije vereenigd. Het omvat 15 Hongaarsche comitaten, die ten O. van de comitaten Krasso-Szörény, Arad, Bihar en Szilagu en ten Z. van Szatmar en de Maramaros liggen, en wordt verder begrensd door de Boekowina en Roemenië. De oppervlakte bedraagt 57 224 v. km. Zevenburgen is een hoogland, dat tot het bergstelsel van de Karpaten behoort. Aan alle vier zijden is het door hooge bergen omgeven (zie Karpaten). De hoogste top van Zevenburgen is de Negoi (2 536 m.). De randgebergten zenden een aantal zeer vertakte bergruggen met nauwe en korte dalen naar het binnenland; alleen de dalen van de voornaamste rivieren zijn eenigszins breeder, zoo bijv. in den boven en den benedenloop van de Maros, van de Alt bij Csikszereda en bij Kronstadt en van de Szamos bij Bistritz en Dees. De hoogte dezer dalen neemt in het algemeen toe naar de oostzijde; de laagste punten van het land bevinden zich in het Marosdal; zij

verheffen zich toch nog ongeveer 160 m. boven den zeespiegel. Eigenaardig zijn de geweldige kloven, die hier en daar is het gebergten optreden. Nagenoeg in het midden van Zevenburgen ligt de Mezöseg, een vruchtbare heuvelstreek ter lengte van 90 en ter breedte van 75 km.

De voornaamste rivier is de Maros, die boogsgewijs door het land stroomt en bij Zam Hongarije bereikt, om zich aldaar te vereenigen met de Theisz. Haar belangrijkste zijrivieren zijn: op den rechter oever de Groote en Kleine Aranyos, en op den linker oever de Görgenv en de Groote en Kleine Kokel. De Szamos ontstaat in het noordoosten van het land door de vereeniging van de Groote en Kleine Szamos en stroomt eerst in een westelijke en daarna in een noordelijke richting, om in Hongarije in den Theisz uit te monden. Tot haar zijrivieren behooren de Lapos en de Bistrisz. De Aloeta ontspringt niet ver van de Maros, stroomt eerst zuidwaarts en dan met een naar het noorden gekromden boog west-

» aar is, om zien cioor aenKoodentorenpas naar Walachije en de Donau te begeven; zij ontvangt de Zibin, de Lauter en de Burzen. In het westelijk gedeelte vanZevenburgen ontspringt de Körös, die zich in Hongarije met de Theisz vereenigt, en in het oostelijk gedeelte de Kleine Bistritz, de Totrus enz., welke naar de zijde van Moldavië stroomen en zich met de Sereth vereenigen. In het bergland treft men ongeveer 90 kleine meren aan. Talrijk zijn de minerale bronnen; tot de meest bezochte behooren die van Alp-viWir

—nj "OJ ?

iiaazen, Kovaszna, Malnas, Zaizón, Elöpatak, Borszek, Rodna, Homorod, Rohrbach en Tusnad.

Wegens de betrekkelijke hoogte van den bodem is het klimaat er, in weerwil van de zuidelijke ligging, over het geheel guur. De gemiddelde jaarlijksche temperatuur bedraagt te Kronstadt 7,7° C., te Klausenburg 9° C. en te Hermannstadt 8,7° C. Im weerwil van een snelle afwisseling van warmte en koude is het klimaat in het algemeen gezond. Zevenburgen is rijk aan delfstoffen. Na Rusland is het het Europeesche land, dat het meeste goud voortbrengt. De rijkste goudmijnen heeft men te Nagyag (Szekeremb), Zalana en Vöröspatak. Het goud vindt men er vaak in tellurium. Daarenboven wordt er door Zigeuners en Roemeniërs goud gewasschen uit het beddingzand van onderscheiden rivieren en beken, bijv. uit dat van de Aranyos en Maros. Jaarlijks wordt er meer dan 2 250 kg. goud ontgonnen. Verder vindt men er zilver (meer dan 2 570 kg.), koper, kwik, ijzer, lood, spiesglans, zwavel, arsenik, vitriool, aluin, marmer, edel- en halfedelgesteenten, krijt, potlood en porseleinaarde. De steenkoolmijnen worden, behalve die te Petrozseny en in het Schyltal nog niet geëxploiteerd. Belangrijk zijn eindelijk de zoutgroeven, welke behooren tot de reusachtige zoutbedding, die zich uitstrekt van Walachije tot aan Wieliczka en Bochnia in het noorden van Galicië. Men telt er 30 plaatsen, waar het zout de oppervlakte bereikt. De rijkste groeven bevinden zich te Maros-Ujvar, Torda, Parajd en Viszakna (Salz-

Wapen van Zevenburgen.

Sluiten